Kabinet: slimme warmtepomp vanaf 2029 de standaard, all-electric waar het kan
Terug
Het kabinet geeft duidelijkheid over de warmtepompnorm die vanaf 2029 moet gaan gelden. Bij vervanging van een verwarmingsinstallatie wordt op plekken waar geen warmtenet komt een slimme warmtepomp de nieuwe standaard. Hoewel de norm zo wordt vormgegeven dat ook een hybride warmtepomp eraan voldoet, spreekt het kabinet nadrukkelijk een voorkeur uit voor volledig elektrisch verwarmen waar dat mogelijk is. “Daar waar een all-electric warmtepomp al kan, is die stap te verkiezen”, schrijft minister Elanor Boekholt-O'Sullivan in een nieuwe Kamerbrief.
Daarmee krijgt de in het coalitieakkoord aangekondigde warmtepompnorm steeds concreter vorm. Vanaf 2029 volstaat bij vervanging van de cv-ketel in veel woningen niet langer iedere verwarmingsinstallatie: de nieuwe installatie moet aan een aangescherpte efficiëntie-eis voldoen én slim aanstuurbaar zijn. Woningen die op korte termijn op een warmtenet worden aangesloten, appartementen en monumenten worden voorlopig uitgezonderd.
Volgens het kabinet gaat de overstap van cv-ketels naar duurzamere verwarming nu niet snel genoeg om alle gebouwen in 2050 aardgasvrij te verwarmen. Daarom moet de norm huishoudens én de markt meer richting geven. "Daar waar geen warmtenet komt, zal bij vervanging van de cv-ketel de slimme warmtepomp de nieuwe standaard worden", schrijft de minister.
Volledig elektrisch heeft de voorkeur
Hoewel in het coalitieakkoord en de nieuwe norm veel aandacht uitgaat naar de hybride warmtepomp, maakt het kabinet duidelijk dat deze techniek niet de voorkeursoplossing is als een woning al volledig elektrisch verwarmd kan worden.
De norm wordt techniekneutraal opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De bestaande efficiëntie-eis voor verwarmingsinstallaties wordt daarvoor zo aangescherpt dat een hybride warmtepomp eraan voldoet. Een installatie die efficiënter verwarmt, zoals een volledig elektrische warmtepomp, voldoet vanzelfsprekend eveneens. Alleen een cv-ketel, infraroodpanelen of een elektrische kachel zijn niet efficiënt genoeg om zelfstandig aan de nieuwe norm te voldoen.
De hybride warmtepomp ziet het kabinet vooral als tussenstap. Omdat deze nog altijd aardgas gebruikt, is de installatie niet de eindoplossing richting een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. De periode tussen 2030 en 2050 kan volgens de minister worden gebruikt om bijvoorbeeld de isolatieschil van een woning verder te verbeteren en daarna volledig van het gas af te gaan.
Warmtepomp moet ook 'slim' zijn
Onder de warmtepompnorm valt ook dat deze slim aanstuurbaar moet zijn. Daarmee wil het kabinet voorkomen dat de groei van elektrisch verwarmen de problemen op het elektriciteitsnet onnodig vergroot.
De minister omschrijft in de brief ook concreet wat zij daaronder verstaat: "Dat betekent regelbaar, bijvoorbeeld dat een warmtepomp kan worden ingesteld en aangestuurd om te verwarmen buiten de piekmomenten op het stroomnet of als de stroomprijzen laag zijn."
Daarmee moet de warmtepomp zijn elektriciteitsvraag in zekere mate kunnen verschuiven. Volgens het kabinet kan dat zowel de energiekosten voor huishoudens als de belasting van het elektriciteitsnet verlagen. Voor de technische eisen wordt aangesloten bij de Nederlandse Technische Afspraak (NTA) die recent samen met de sector is opgesteld.
Wanneer geldt de norm wel en niet?
De nieuwe norm betekent niet dat iedereen in 2029 direct een warmtepomp moet installeren. De verplichting gaat gelden op het moment dat een bestaande cv-ketel wordt vervangen, bijvoorbeeld aan het einde van de levensduur, tijdens een verbouwing of rond een verhuizing. Een nog goed functionerende cv-ketel hoeft dus niet vanwege het ingaan van de norm te worden verwijderd.
Ook geldt de norm niet voor alle gebouwen. Het kabinet noemt nu al drie groepen die vanaf 2029 voorlopig worden uitgezonderd.
Woningen die op korte termijn worden aangesloten op een warmtenet vallen buiten de verplichting. Daarnaast worden appartementsgebouwen voorlopig uitgezonderd. Daar is niet altijd ruimte voor een warmtepomp, kan geluidsoverlast een probleem vormen en kan de installatie door het relatief lage individuele energieverbruik minder rendabel zijn.
Ook monumenten vallen in eerste instantie buiten de norm. Voor het plaatsen van een warmtepomp kan daar een vergunning nodig zijn. Als die niet wordt afgegeven, zou een eigenaar onmogelijk aan de verplichting kunnen voldoen.
Die uitzonderingen hoeven niet permanent te zijn. Het kabinet gaat nog bekijken wanneer appartementen en monumenten alsnog onder de norm kunnen vallen. Ook over utiliteitsgebouwen, zoals scholen en bedrijfspanden, moet nog een besluit worden genomen.
NVDE: verduurzaming beschermt tegen energiecrises
De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) is positief over de aangekondigde norm en plaatst deze mede in het licht van de geopolitieke onzekerheid en de opnieuw toegenomen zorgen over de energierekening.
"Deze warmte hoeft niet door de Straat van Hormuz. De warmtepomp zelf komt vaak uit Nederlandse fabrieken, de warmte komt uit de omgeving en benut steeds vaker 'oranje-groenere' elektriciteit", zegt NVDE-voorzitter Olof van der Gaag.
Volgens de NVDE bespaart een hybride warmtepomp jaarlijks gemiddeld ruim 600 euro aan energiekosten en een volledig elektrische warmtepomp ruim 900 euro. De branchevereniging benadrukt daarom dat voldoende financiële ondersteuning beschikbaar moet blijven voor huishoudens die de investering niet zelf kunnen betalen. De ISDE en de renteloze leningen van het Warmtefonds bieden daarvoor volgens de NVDE een basis, maar ook na 2030 moet daarvoor geld beschikbaar blijven.
De organisatie steunt bovendien het uitgangspunt dat woningen waar zeker een warmtenet komt worden uitgezonderd. Wel wijst de NVDE erop dat naast warmtepompen ook andere technieken of combinaties daarvan duurzaam kunnen verwarmen, zoals een bioketel in landelijk gebied.
Definitieve uitwerking volgt in 2027
Hoe breed de norm uiteindelijk wordt, staat nog niet volledig vast. Het kabinet laat onderzoeken in welke situaties een hybride warmtepomp zichzelf naar verwachting binnen zijn levensduur terugverdient. Dat onderzoek moet begin 2027 worden afgerond.
Na de klimaatbesluitvorming in het voorjaar van 2027 wordt de regeling verder uitgewerkt. Consultatie en behandeling door het parlement staan voor de zomer en het najaar van 2027 gepland. De wijziging van het Bbl moet medio 2028 worden gepubliceerd, waarna de norm vanaf 2029 kan ingaan. Volgens het kabinet is dat de vroegst haalbare ingangsdatum.






















