Rekenkamer: minder Russisch gas, maar succes REPowerEU niet aangetoond

Terug
14.09.2026 Nieuws
Gijs de Koning Gijs de Koning E-mail Hoofdredacteur
Rekenkamer: minder Russisch gas, maar succes REPowerEU niet aangetoond

Europa is sinds de energiecrisis veel minder Russisch aardgas gaan gebruiken, maar volgens de Europese Rekenkamer is het te gemakkelijk om die daling toe te schrijven aan REPowerEU. Zachte winters, hoge energieprijzen en een lager verbruik speelden eveneens een belangrijke rol. Tegelijkertijd is de Europese afhankelijkheid deels verschoven naar andere leveranciers.

In 2021 importeerde de Europese Unie nog ongeveer 153 miljard kubieke meter aardgas uit Rusland. In 2024 was dat teruggevallen tot 38 miljard kubieke meter. Achter die sterke daling zit echter een opvallende ontwikkeling: de import van Russisch LNG steeg in dezelfde periode juist met 67 procent, van 12 naar 20 miljard kubieke meter.

Het teruggevallen Russische aanbod werd voor een belangrijk deel vervangen door gas uit Noorwegen en de Verenigde Staten. Het aandeel van Noorwegen in de Europese gasimport nam met 5 procentpunt toe, dat van de Verenigde Staten zelfs met 20 procentpunt. De VS waren medio 2025 de op één na grootste gasleverancier van de EU. Volgens de Rekenkamer onderstreept dit het belang om te voorkomen dat Europa de afhankelijkheid van één leverancier simpelweg verruilt voor afhankelijkheid van een andere.

Dat raakt aan een van de oorspronkelijke doelen van REPowerEU. Het plan werd na de Russische inval in Oekraïne opgesteld om de invoer van Russisch gas af te bouwen door aan de ene kant andere energiebronnen te zoeken en aan de andere kant het Europese energiegebruik te verminderen en verder te elektrificeren. Ook warmtepompen kregen daarin een belangrijke rol. Warmte365 schreef bij de introductie van het plan al over de Europese ambitie om de uitrol van warmtepompen te verdubbelen.

Niet alles dankzij REPowerEU

De Europese Commissie schrijft een belangrijk deel van de dalende Russische gasimport toe aan maatregelen binnen REPowerEU. In een reactie op het nieuwe Rekenkamerrapport wijst de Commissie erop dat de Russische gasimport tussen 2021 en 2025 van 152 naar 36 miljard kubieke meter daalde en het aandeel Rusland in de gasimport terugliep van 45 naar 12 procent.

De Rekenkamer vindt die conclusie te stellig. Ook twee relatief zachte winters en het lagere energiegebruik van huishoudens en bedrijven als reactie op de hoge energieprijzen hebben de Europese gasvraag gedrukt. De onderzoekers stellen daarom dat nog niet kan worden aangetoond welk deel van de gasbesparing daadwerkelijk het gevolg is van REPowerEU.

Daar komt bij dat het Europese programma aanzienlijk minder investeringen heeft losgemaakt dan aanvankelijk was voorzien. De Commissie raamde in 2022 dat ongeveer 300 miljard euro aan extra investeringen nodig zou zijn. In april 2026 stond binnen de nationale REPowerEU-hoofdstukken nog maar 54,3 miljard euro vast, ongeveer 18 procent daarvan.

Een belangrijke nuance voor de warmtesector is dat de Rekenkamer in deze audit niet heeft onderzocht hoe succesvol REPowerEU is geweest bij energiebesparing en energie-efficiëntie. Die onderdelen worden in een afzonderlijk onderzoek bekeken. Er kunnen op basis van dit rapport dus geen conclusies worden getrokken over bijvoorbeeld de effectiviteit van steun voor gebouwrenovatie of warmtepompen.

Wel zet het rapport vraagtekens bij de bredere strategie: minder Russisch gas importeren is gelukt, maar of Europa daarmee dankzij REPowerEU structureel energieonafhankelijker is geworden, is volgens de Rekenkamer nog onvoldoende aangetoond.