Arbeidstekorten worden niet goed meegenomen in toekomstige beleidskeuzes
Terug
Dat er tekorten zijn aan installateurs in de sector is inmiddels een bekend fenomeen. Toekomstvisies over hoe Nederland er na de energietransitie uit moet zien en welke beleidskeuzes daarvoor gemaakt moeten worden zijn er ook genoeg. Maar daarin wordt altijd aangenomen dat de arbeidsmarkt zich wel aanpast, terwijl hier weinig flexibiliteit voor is. In een rapport, opgesteld door Quintel en Andersson Elffers Felix, wordt gekeken hoe de Nederlandse energietransitie vorm kan krijgen terwijl wel rekening wordt gehouden met de arbeidstekorten.
Een van de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek is dat de totale arbeidsvraag die uit de scenario’s naar voren komt vier tot zelfs acht keer hoger is dan de arbeidsinzet die nodig is om het huidige energiesysteem in stand te houden. Daarbij gaat het om de extra arbeid die nodig is voor de veranderingen in het energiesysteem tot 2050.
Warmtepomp vraagt om meer arbeid
De onderzoekers maken duidelijk dat de arbeidsvraag in de gebouwde omgeving niet gelijk staat aan alleen het aantal installateurs dat nodig is om warmtepompen te plaatsen. Achter de verduurzaming van een woning zit een hele keten van werkzaamheden en beroepen.
Bij een warmtepomp gaat het bijvoorbeeld om advies en ontwerp, warmteverliesberekeningen, installatie, aanpassingen aan het afgiftesysteem, inbedrijfstelling en onderhoud. Ook de verdere digitalisering van warmtesystemen verandert het werk van installateurs.
Dat laatste is een ontwikkeling die de sector al ziet: warmtepompinstallateurs krijgen te maken met nieuwe certificeringen, digitale vaardigheden, prefab-oplossingen en systemen die op afstand kunnen worden gemonitord. Tegelijkertijd vraagt een warmtepompinstallatie doorgaans meer kennis en tijd dan de vervanging van een traditionele cv-ketel.
Vier scenario's
De onderzoekers gebruiken in het onderzoek Verkenning arbeidsmarkt als onderdeel van systemisch ontwerp energiesysteem vier energiescenario’s uit een eerder onderzoek van Netbeheer Nederland. Het eerste scenario, ‘Horizon Aanvoer’, richt zich voornamelijk op internationale handel en samenwerking. Het tweede scenario, ‘Eigen Vermogen’, gaat juist uit van nationale autonomie en zelfvoorzienendheid. In het derde scenario ,’Koersvaste Middenweg’, ligt de nadruk vooral op elektrificatie en is een grote rol weggelegd voor warmtepompen in de gebouwde omgeving.
In het laatste scenario, ‘Gezamenlijke Balans’, speelt elektrificatie een minder grote rol, daarin houden elektronen en moleculen een belangrijke rol. De onderzoekers constateren dat de verschillende scenario's aanzienlijk van elkaar verschillen in arbeidsintensiteit.
Op basis van investeringskosten en arbeidskengetallen van het Planbureau van de Leefomgeving (PBL) en Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeid (ROA) is berekend hoeveel extra arbeidsinzet verschillende transitiepaden vragen. De verschillen tussen de scenario’s zijn groot, maar de onderzoekers plaatsen wel een kanttekening: dit gaat nog om een verkennende berekening en er moet nader onderzoek komen.
Gebouwde omgeving, energienetwerken en windenergie
Het scenario waarin Nederland sterk inzet op onafhankelijkheid van andere landen, vraagt de meeste arbeid. Het scenario dat uitgaat van een wereld waarin internationale handel een belangrijke rol blijft spelen, vraagt juist de minste arbeidsinzet.
De onderzoekers geven daarom aan dat, op basis van deze verkenning, binnen de energietransitie het beste voor het scenario van internationale handel kan worden gekozen. Dat vraagt de minste arbeidsinzet en dan krijg je ook minder met tekorten te maken. Daarmee wordt voorkomen wat nu met regelmaat gebeurt: een technisch goed doordacht en economisch aantrekkelijk scenario loopt vast in de praktijk omdat er onvoldoende mensen beschikbaar zijn.
De grootste arbeidsvraag ontstaat volgens het onderzoek in drie gebieden: de gebouwde omgeving, energienetwerken en windenergie. Juist in de gebouwde omgeving is dat relevant voor de warmtetransitie.
Aanbevelingen
De onderzoekers doen verder een aantal aanbevelingen. Het onderzoek heeft al op systeemniveau inzichten opgeleverd rond de arbeidsinzet voor de energietransitie. Dit kan worden gebruikt bij de keuze voor het energiesysteem. De scenario’s van internationale handel en het gebruik van elektronen en moleculen komen dus positief naar voren in het onderzoek, maar er zijn meerdere variabelen mogelijk tussen de scenario’s die verder onderzocht moeten worden.
De onderzoekers zijn stellig: arbeid kan niet langer uitsluitend worden gezien als iets dat achteraf moet worden geregeld. Voor de warmtesector betekent dit dat de vraag niet alleen moet zijn hoeveel warmtepompen, warmtenetten of andere duurzame warmteoplossingen Nederland nodig heeft. Ook moet worden bekeken hoeveel mensen nodig zijn om die systemen te realiseren, welke vaardigheden daarvoor nodig zijn en hoeveel van dat werk met de bestaande arbeidsmarkt kan worden uitgevoerd.
De installateur kan daarmee uitgroeien tot een van de bepalende factoren voor het tempo van de warmtetransitie. Niet omdat er geen warmtepompen beschikbaar zijn, maar omdat er uiteindelijk iemand nodig is om ze daadwerkelijk bij mensen thuis te krijgen.























