Berenschot: tijdsafhankelijk nettarief verhoogt netkosten warmtepomp, maar totale kosten blijven lager dan cv-ketel

Terug
16.09.2026 Hoofdartikel
Gijs de Koning Gijs de Koning E-mail Hoofdredacteur
Berenschot: tijdsafhankelijk nettarief verhoogt netkosten warmtepomp, maar totale kosten blijven lager dan cv-ketel

Huishoudens met een warmtepomp gaan bij de voorgestelde tijdsafhankelijke nettarieven gemiddeld meer netkosten betalen dan huishoudens met een cv-ketel. Toch blijft de warmtepomp volgens nieuw onderzoek van Berenschot financieel aantrekkelijk. Lagere gaskosten wegen zwaarder dan de hogere elektriciteits- en netkosten. Slimme sturing en betere isolatie kunnen de rekening verder verlagen.

De Nederlandse netbeheerders willen een deel van de netkosten afhankelijk maken van het moment waarop elektriciteit wordt gebruikt. Daarmee moet het aantrekkelijker worden om verbruik weg te halen uit drukke uren. Berenschot onderzocht wat dit voorgestelde tijdsafhankelijke nettarief financieel betekent voor verschillende typen huishoudens.

Daarbij is onder meer gekeken naar woningtype, isolatie, huishoudgrootte, zonnepanelen en de elektrificatie van verwarming en vervoer. Het doel van het nieuwe tarief is niet alleen om piekbelasting te verminderen, maar ook om huishoudens meer invloed te geven op hun eigen netkosten.

Meer elektriciteitsverbruik betekent hogere netkosten

Op dit moment betalen huishoudens met een standaardaansluiting in grote lijnen hetzelfde bedrag voor het gebruik van het elektriciteitsnet. Berenschot rekent voor 2026 met 478 euro per jaar. Zonder wijziging van de tariefstructuur zou dat volgens de gebruikte prognose in 2030 oplopen naar 637 euro per jaar.

Bij het voorgestelde systeem wordt twee derde van het transportafhankelijke verbruikstarief variabel. Hoeveel een huishouden daarvoor betaalt, hangt dan mede af van hoeveel elektriciteit het gebruikt en wanneer dat gebeurt.

Voor 53 tot 64 procent van de huishoudens vallen de netkosten daardoor lager uit dan de geraamde 637 euro binnen het bestaande tariefstelsel. Dat zijn relatief vaak huishoudens die nog met een cv-ketel verwarmen. Huishoudens die meer zijn geëlektrificeerd, bijvoorbeeld met een warmtepomp en elektrische auto, betalen gemiddeld juist meer.

Dat betekent dat de overstap op een warmtepomp in de toekomst niet alleen het elektriciteitsverbruik verhoogt, maar ook duidelijker terug te zien kan zijn in de netkosten.

Warmtepomp houdt lagere totale energierekening

De hogere netkosten betekenen volgens Berenschot echter niet dat verwarmen met een warmtepomp financieel ongunstiger wordt dan verwarmen met aardgas. Wanneer ook de energiekosten en investeringen worden meegenomen, komen zowel hybride als volledig elektrische warmtepompen in de onderzochte situaties goedkoper uit dan een cv-ketel.

Berenschot benadrukt daarbij dat netkosten slechts één onderdeel van de energierekening vormen. Bij elektrificatie neemt de elektriciteitsvraag toe, maar neemt het gasverbruik af of verdwijnt dit helemaal. Bij een volledig elektrische warmtepomp vervallen bovendien de netbeheerkosten voor de gasaansluiting.

In een aanvullende berekening op basis van TNO-cijfers komt Berenschot voor 2030 uit op een gemiddelde energierekening van ongeveer 1.150 euro voor huishoudens die al een elektrische warmtepomp hebben. Voor huishoudens met een hybride warmtepomp is dat ongeveer 2.385 euro en voor huishoudens met een cv-ketel circa 2.610 euro. Berenschot waarschuwt wel dat dit verschillende groepen woningen zijn en dat deze bedragen daarom niet rechtstreeks gebruikt kunnen worden om de besparing bij een overstap te berekenen.

Slimme sturing warmtepomp bespaart tot 82 euro

Een belangrijk onderdeel van het tijdsafhankelijke nettarief is de mogelijkheid om elektriciteitsverbruik naar goedkopere uren te verschuiven. Een warmtepomp biedt daarvoor meer mogelijkheden dan bijvoorbeeld koken of huishoudelijke apparatuur.

Volgens Berenschot kan slimme sturing bij een hybride warmtepomp tot 39 euro per jaar aan netkosten besparen. Bij een volledig elektrische warmtepomp loopt dit op tot 82 euro, oftewel ongeveer 3 tot 8 procent van de netkosten.

In het gebruikte model valt ongeveer 16 procent van het elektriciteitsverbruik van een warmtepomp in de duurste uren. Daarvan kan volgens de aannames 54 procent worden verschoven naar goedkopere momenten. Hoeveel flexibiliteit in de praktijk beschikbaar is, hangt onder meer af van automatisering, thermische opslag in de woning en de aanwezigheid van een tapwaterbuffer.

Isolatie wordt belangrijker voor netkosten

Ook isolatie krijgt door het tijdsafhankelijke nettarief een extra financiële waarde. Een goed geïsoleerde woning heeft minder warmte nodig en kan warmte langer vasthouden. Daardoor verbruikt een warmtepomp minder elektriciteit én kan het verbruik gemakkelijker buiten dure uren worden geplaatst.

Bij een hybride warmtepomp verlaagt betere isolatie de berekende netkosten met 17 tot 27 euro per jaar, afhankelijk van het woningtype. Bij een elektrische warmtepomp loopt dit voordeel op tot 80 à 191 euro.

Berenschot concludeert daarmee dat elektrificatie weliswaar tot hogere netkosten leidt, maar dat dit slechts een deel van het financiële plaatje is. In de onderzochte voorbeeldwoningen blijven de totale kosten van hybride en volledig elektrische warmtepompen lager dan die van de cv-ketel. Daarbij zijn eventuele extra kosten om een woning geschikt te maken voor een warmtepomp, zoals aanvullende isolatie of aanpassingen aan het afgiftesysteem, niet meegenomen.