Energietransitie dreigt kleine ondernemers uit te sluiten

Terug
17.07.2026 Hoofdartikel
Energietransitie dreigt kleine ondernemers uit te sluiten
@Weijers Techniek

Kleine ondernemers, zoals bakkers en café-eigenaren zijn essentieel voor de kwaliteit en leefbaarheid van steden en dorpen. Maar deze bedrijven staan op meerdere manieren onder druk, schrijft het Nationaal Klimaatplatform (NKP) in een signaalrapport dat vorige maand verscheen. De kleine ondernemers hebben moeite met stijgende energieprijzen, netcongestie en de uitfasering van aardgas. In het rapport worden aanbevelingen gedaan voor een goede transitie voor kleine ondernemers.

De onderzoekers gaan dieper in op de problemen die kleine bedrijven (tot 50 medewerkers) hebben om mee te komen in de klimaat- en energietransitie. Veel bedrijven zijn nog steeds afhankelijk van aardgas, dat geldt met name voor horecabedrijven. Restaurants en bakkerijen kunnen processen in de oven van boven de 100 en 200 graden nauwelijks elektrisch doen. Aardgasvrije wijken zijn het doel voor de toekomst, dus de bedrijven zullen hier linksom of rechtsom in mee moeten.

De geopolitieke instabiliteit in de wereld zorgt ook voor de kleine bedrijven voor moeilijkheden. Dat was in 2022 te zien, toen Rusland een oorlog startte tegen Oekraïne. Hetzelfde gebeurde toen de oorlog in het Midden-Oosten dit jaar in maart uitbrak. De gasprijzen stegen sterk. Ook de voorgenomen invoering van tijdsafhankelijke nettarieven (vanaf 2028) zal de energiekosten verhogen, met name voor bedrijven in sectoren als de horeca die beperkt kunnen sturen op piekmomenten in hun energieverbruik.

“De uitgangspositie van het kleinbedrijf in de energietransitie is ronduit slecht te noemen”, aldus de onderzoekers. “Er zijn ook interne redenen waarom ze het moeilijk hebben. Vaak hebben ze een gebrek aan tijd, zijn ze niet bewust van hun energieverbruik of de kansen die er liggen om te verduurzamen.”

Een ander, maar ook belangrijk punt, is dat ondernemers weinig vertrouwen hebben in de continuïteit en stabiliteit van de politiek en het beleid. Juist dat is een belangrijke voorwaarde voor kleine bedrijven en ondernemers om te investeren in innovatie en duurzaamheid. Het loslaten van de verplichting van de hybride warmtepomp, de versobering van subsidies voor elektrische voertuigen en versnelde afbouw van de salderingsregeling zijn exemplarisch.

Zeven verbeteringen

Om dit te verbeteren, worden de volgende verbeteringen voorgesteld. Ten eerste moet er geïnvesteerd worden in de bestaanszekerheid van kleine bedrijven in dorpen en wijken. Dit moet volgens de onderzoekers structureel voor een periode van tien jaar gebeuren. “Kies bij voorkeur voor een pragmatische aanpak en een praktische koppeling met de al bestaande programma’s zoals die van de NPLV en het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen.”

Ten tweede moeten kleine bedrijven meer worden aangespoord om aan hun toekomst te werken. De onderzoekers geven aan dat er succesvolle praktijkvoorbeelden zijn van kleine bedrijven die tijdig aan de slag gingen met verduurzaming en nu niet of minder hard getroffen worden door de stijgende energiekosten. Dergelijke verhalen moeten breder zichtbaar worden gemaakt voor andere ondernemers. Daarnaast moet er een meerjarige campagne worden opgezet in samenwerking met brancheverenigingen, met als titel: ‘Het kan wel’.

Het landelijke Ontzorgingsprogramma moet versterkt en verlengd worden, geven de onderzoekers aan. Dit programma speelt namelijk een cruciale functie in de ondersteuning van kleine bedrijven. “Gezien de opgave is meer continuïteit nodig in de ontzorging van kleine ondernemingen, minimaal tot 2035. Ken bovendien extra budget toe zodat het gros van de circa 400.000 ondernemers in het kleinbedrijf er gebruik van kan maken. Sluit in de uitvoering optimaal aan bij bestaande nationale (subsidie) programma’s, regionale structuren en lokale initiatieven.”

Ten vierde moet het warme netwerk, waar de ondernemer dagelijks mee te maken heeft en vertrouwt, meer geactiveerd worden. In de praktijk is gebleken dat dit effectief is. Er moeten meerjarige afspraken worden gemaakt met partijen uit het warme netwerk, dat kan bijvoorbeeld door een convenant op te stellen. De onderzoekers raden aan om de volgende partijen daarbij te betrekken: accountants, administrateurs en financiers, installateurs en energieadviseurs en ook regionale netbeheerders.

Nuttige informatie en tools

De volgende voorgestelde maatregel is om de collectieve route voor energiebesparing en verduurzaming te versterken, als aanvulling op individuele verplichtingen en subsidies. Hierbij moet zowel de gebiedsgerichte collectiviteit die in het landelijk Ontzorgingsprogramma staat bevorderd worden, dit geldt ook voor branchegerichte collectiviteit. Hierin kunnen leden nuttige informatie vinden, collectieve inkoopmogelijkheden vinden en handige tools.

Ten zesde wijzen de onderzoekers gemeenten aan als partij om kleine ondernemers vooruit te helpen. Volgens hen kan een gemeente die betrouwbaar, bereikbaar is en zich in de ondernemers kan verplaatsen een enorme steun in de rug zijn. Gemeenten worden aangespoord om een nauwe relatie op te bouwen met de kleine bedrijven en samen bijvoorbeeld een gebiedsgerichte samenwerking moeten opzetten.

De laatste voorgestelde maatregel is om prioriteit te geven aan de uitvoering en aanbevelingen van de Interdepartementale Werkgroep Verduurzaming (IWVM). “Deze dragen stuk voor stuk bij aan de ondersteuning van het mkb bij verduurzaming en creëren de randvoorwaarden die nodig zijn om bestaande regelingen beter toegankelijk te maken en kleine ondernemingen mee te nemen in de energietransitie.”