Gasunie boekt voortgang met waterstof, warmte en LNG in eerste helft 2026

Terug
17.07.2026 Nieuws
Gasunie boekt voortgang met waterstof, warmte en LNG in eerste helft 2026

Gasunie heeft in de eerste helft van 2026 stappen gezet in de uitbreiding van de Nederlandse energie-infrastructuur. De opening van het eerste deel van het landelijke waterstofnetwerk, voortgang bij warmtenet WarmtelinQ en investeringen in LNG-capaciteit moeten bijdragen aan een betrouwbaarder, betaalbaarder en duurzamer energiesysteem. Dat blijkt uit het halfjaarbericht 2026 van de infrastructuurbeheerder.

Volgens CEO Willemien Terpstra staan de komende jaren in het teken van het gelijktijdig versterken van de energiezekerheid en het versnellen van de energietransitie. "Het vóór de markt uit ontwikkelen van infrastructuur voor waterstof, CO₂, warmte en groen gas draagt bij aan de strategische autonomie van Europa", aldus Terpstra.

Eerste waterstofleiding geopend

Een belangrijke mijlpaal was de ingebruikname van de 32 kilometer lange waterstofleiding in de Rotterdamse haven. Deze leiding vormt de eerste schakel van het landelijke waterstofnetwerk en moet uiteindelijk onderdeel worden van een Europees waterstofsysteem. Ook in Duitsland werkte Gasunie verder aan de ombouw van bestaande aardgasleidingen voor waterstoftransport.

Daarnaast kreeg de ontwikkeling van waterstofopslag een impuls. De Nederlandse overheid reserveerde 450 miljoen euro voor een ondergrondse opslagfaciliteit in Noord-Nederland, waarmee opslag een belangrijk onderdeel van de toekomstige waterstofketen moet worden.

Voortgang voor warmte- en CO₂-infrastructuur

Op het gebied van warmte werd bij WarmtelinQ in Leiden een bouwmijlpaal bereikt. Via dit warmtenet wordt restwarmte ingezet voor de gebouwde omgeving, waardoor duurzame warmte beschikbaar komt en tegelijkertijd de druk op het elektriciteitsnet afneemt.

Ook zette Gasunie stappen in de ontwikkeling van CO₂-infrastructuur. In juni ondertekenden Nederlandse en Duitse energiebedrijven een overeenkomst op hoofdlijnen voor de aanleg van de Delta Rhine Corridor (DRC), een CO₂-transportleiding van het Ruhrgebied naar opslaglocaties onder de Noordzee. De leiding moet aansluiten op de offshore-infrastructuur van het Aramis-project. Volgens een onderzoek van PwC, uitgevoerd in opdracht van Gasunie, is CO₂-afvang en -opslag (CCS) de meest haalbare en kosteneffectieve route om de Nederlandse industrie de komende jaren verder te verduurzamen.

Meer gas naar elektriciteitscentrales

Gasunie Transport Services (GTS) zag het aardgastransport naar elektriciteitscentrales in de eerste helft van 2026 met 12 procent toenemen. Het is het derde opeenvolgende jaar waarin deze stroom stijgt. Gascentrales worden volgens Gasunie steeds vaker ingezet om fluctuaties in de productie van zonne- en windenergie op te vangen en zo de leveringszekerheid van elektriciteit te waarborgen.

Het totale binnenlandse aardgasverbruik nam met 2 procent  toe tot 153 TWh. De industrie gebruikte 1 procent meer gas, terwijl de afzet naar regionale netbeheerders licht daalde. In totaal transporteerde GTS 335 TWh aardgas, 5 procent minder dan een jaar eerder, vooral doordat minder gas naar buitenlandse markten en gasopslagen werd vervoerd.

LNG blijft belangrijk voor leveringszekerheid

Naast investeringen in de energietransitie blijft Gasunie investeren in de bestaande gasinfrastructuur. Zo wordt de uitbreiding van de LNG-ontvangstcapaciteit bij Gate Terminal in Rotterdam afgerond. Ook besloot Gasunie onder voorwaarden de EemsEnergyTerminal langer open te houden en boekte het voortgang met de bouw van een LNG-terminal in Noord-Duitsland.

Gasopslagen blijven aandachtspunt

De Nederlandse gasopslagen worden dit jaar langzamer gevuld dan in voorgaande jaren. Eind maart waren de opslagen voor 5 procent gevuld en eind juni voor 26 procent. Ter vergelijking: een jaar eerder bedroegen deze percentages 21 procent en 49 procent. Volgens Gasunie blijft dit een belangrijk aandachtspunt voor de leveringszekerheid.

Hogere inkomsten

Financieel sloot Gasunie het eerste halfjaar af met inkomsten van 1,049 miljard euro, 211 miljoen euro meer dan in dezelfde periode vorig jaar. De stijging is vooral het gevolg van hogere transporttarieven bij GTS. Omdat de operationele kosten vrijwel gelijk bleven, verbeterde ook de EBITDA ten opzichte van de eerste helft van 2025.