Kabinet wil utiliteitsgebouwen richting minimaal energielabel D in 2030
09.06.2026 Gijs de Koning

Utiliteitsgebouwen moeten in 2030 aan een minimale energieprestatie voldoen die in de praktijk neerkomt op ongeveer energielabel D. Dat schrijft minister Elanor Boekholt-O’Sullivan in de Kamerbrief over de implementatie van de Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen, de EPBD IV.
De nieuwe eisen gelden voor winkels, scholen en andere utiliteitsgebouwen die onder de zogeheten Minimum Energieprestatie Eisen vallen. De minister schrijft daarover: “Zo zullen alle utiliteitsgebouwen aan een minimum energieprestatie moeten voldoen die in het algemeen overeenkomt met minimaal energielabel D in 2030.”
Daarmee wordt de verduurzaming van bestaande utiliteitsbouw verder genormeerd. Volgens de brief moet Nederland op grond van de EPBD IV regels invoeren waarmee in 2030 de 16 procent slechtst presterende gebouwen is verbeterd. In 2033 moet dat gelden voor de 26 procent slechtst presterende gebouwen.
Voor gebouweigenaren komt er mogelijk wel enige flexibiliteit in de manier waarop zij aantonen dat zij aan de eisen voldoen. Het kabinet wil een systeem uitwerken waarbij dit kan via een geldig energielabel of via opgave van het werkelijke energiegebruik. De invulling daarvan wordt onderdeel van de internetconsultatie over de MEPS, die volgens de brief deze zomer moet starten.
De eis voor 2033 wordt later definitief vastgesteld, omdat de bepalingsmethode voor de energieprestatie nog wordt gemoderniseerd. Eigenaren die eerder willen verduurzamen kunnen volgens het kabinet voorlopig energielabel C als referentie gebruiken. Gebouwen die uiterlijk in december 2029 label C hebben, voldoen volgens de brief ook aan de Europese eisen voor 2033.



























