LOAN-gemeenten verkennen aardwarmte als duurzame warmtebron

Terug
29.10.2026 Nieuws
Fien  Denneman Fien Denneman E-mail Journalist/redacteur
LOAN-gemeenten verkennen aardwarmte als duurzame warmtebron

De gemeenten Lingewaard, Overbetuwe, Arnhem en Nijmegen zetten een nieuwe stap in hun zoektocht naar duurzame warmte. De vier gemeenten, ook wel de LOAN-gemeenten genoemd, onderzoeken gezamenlijk of aardwarmte een belangrijke rol kan spelen in de toekomstige warmtevoorziening van de regio.

Uit eerder onderzoek is gebleken dat er in het gebied mogelijk geschikte aardwarmtebronnen aanwezig zijn. Om de kansen verder in kaart te brengen, kijken de gemeenten naar een mogelijke samenwerking met een gespecialiseerde geothermie-operator. Hiervoor is onlangs een marktconsultatie gestart.

Duurzame warmte voor woningen en glastuinbouw

De LOAN-gemeenten beschikken al over warmtenetten of onderzoeken de aanleg ervan. Deze netten moeten op termijn zorgen voor een duurzamere verwarming van bestaande woningen, nieuwbouwprojecten en de glastuinbouwsector. Aardwarmte wordt daarbij gezien als een veelbelovende warmtebron, omdat warmte uit diepe aardlagen het gebruik van fossiele brandstoffen kan verminderen.

Marktpartijen gevraagd mee te denken

Met de marktconsultatie willen de gemeenten inzicht krijgen in de actuele ontwikkelingen binnen de geothermiesector. Daarnaast hopen zij meer te leren over technische mogelijkheden, risico's en aandachtspunten die van belang zijn bij de verdere ontwikkeling van aardwarmteprojecten.

De informatie uit de consultatie wordt gebruikt om te bepalen hoe een eventuele aanbesteding voor een aardwarmte-operator het beste kan worden ingericht. Daarbij benadrukken de gemeenten dat transparantie, gelijke kansen voor marktpartijen en een zorgvuldige procedure belangrijke uitgangspunten zijn.

Reacties welkom tot 1 december 2026

Bedrijven en organisaties die actief zijn in de geothermiesector kunnen tot 1 december 2026 reageren op de marktconsultatie. Op basis van de ontvangen input besluiten de gemeenten hoe zij het vervolgtraject rondom de ontwikkeling van aardwarmte in de regio vormgeven.