Met hout, warmtepompen en standaardisatie bouwt Het Ouden Huis aan de toekomst
Terug
Het Ouden Huis biedt zorg aan mensen met een zorg-indicatie en mensen zonder zorg-indicatie. De organisatie ontwikkelt en bouwt levensbestendige woningen voor haar eigen doelgroep. Hierin staat ook duurzaamheid centraal. Houtskeletbouw speelt daarbij een hele grote rol, waarbij een houten draagconstructie wordt toegepast in gebouwen. De instelling heeft nu een locatie in Beneden-Leeuwen (Gelderland) en wil een nieuwe locatie gaan bouwen in Montfoort (Utrecht) en later nog een, die helemaal verduurzaamd worden opgeleverd. Warmte365 spreekt met Karel van Berk, directeur en initiatiefnemer van het Ouden Huis, over de duurzame ambities maar ook problemen waar ze tegen aan lopen.
“Het idee dat je prudent met Moeder Aarde om moet springen zit in ons systeem”, steekt Van Berk van wal. “Samen met Leonard Smit, die ook medeoprichter is, en mijn broer Rikke willen wij dat uitrekken in de volle breedte. Wij vinden het mooi om dat met houtskeletbouw te doen, dat zien wij als een goede vervanging van beton.”
Wat is er zo voordelig aan houtskeletbouw dat het Ouden Huis het toe wil gaan passen? “Ik denk dat het duurzaam is en het zich uitstekend leent voor seriematige bouw. En het heeft een aangenaam binnenklimaat. Het leven in een gebouw van hout is aantoonbaar gezonder dan binnen een gebouw van beton en steen.”
Valt er een uit dan blijft de rest draaien
Wat wordt er bij de nieuw te bouwen complexen allemaal precies gedaan met houtskeletbouw? “Wat we vooral doen is standaardiseren”, legt Van Berk uit. “Elke woning krijgt exact dezelfde installatie met een warmteterugwinunit voor ventilatie, dezelfde vloerverwarming, dezelfde keuken, dezelfde kranen, enzovoort. Door alles op dezelfde plek te zetten wordt het ook betaalbaar. Je standaardiseert het net als een auto. Dat doen we ook op die manier omdat wij deels met een doelgroep te maken hebben die een klein portemonneetje heeft.”
“In het ontwerp hebben we elk hoekje, puntje en alles wat aanwezig is getekend met het idee dat alles makkelijk te vervangen is en er goed bij kan met gereedschap, zonder dat je iets hoeft af te breken. Dus we maken constant een afweging en kijken naar de total cost of ownership. Dus ook: gaan we een boiler doen of een doorstroomboiler? Je maakt constant een kleine business case.”
In de nieuwe panden komen centrale warmtepompstellingen, geeft Van Berk aan. “De warmtepompen staan in cascade. Mocht er eentje uitvallen dan blijft de rest draaien. Er is een leidingentracé dat de woningen van warmte en koelte voorziet. Zo kan je per woning kiezen of je wil koelen of verwarmen. Gedurende het jaar heb je altijd fases waarbij de een wil koelen en de ander wil verwarmen. We hebben ervoor gekozen dat je dat per woning kan kiezen. We maken gebruik van het Tichelmannsysteem. Dat is een systeem waarbij een extra leiding gebruikt wordt in plaats van twee voor een goede spreiding van warmte en koude door het hele gebouw. Op die manier heb je minder kleppen nodig. De warmte en koeling komt via vloerverwarming de woningen binnen.”
Cradle to Cradle
Het Ouden Huis werkt met het principe van cradle to cradle. “Dat werkt als volgt. Stel dat je een huis hebt met een stenen muur of betonnen vloer, dan zit er ergens een pijp waar water of elektra doorheen gaat”, legt Van Berk uit. “Het is lastig als je die pijp moet vervangen. Het idee van cradle to cradle is dat alles wat je aan producten in een constructie gebruikt die er later uit kan halen zonder dat je iets hoeft te slopen.”
“Door zo te opereren zorg je dat je beheer en onderhoud lager in kosten wordt en je producten terug kan geven aan de leverancier als dat mogelijk is. Want zij kunnen dat dan recyclen. Cradle to cradle stelt ook dat wanneer je met grondstoffen werkt je die kan hergebruiken, of alleen natuurlijke materialen gebruikt die langs de kant van de weg kan leggen zonder dat het schade oplevert voor het milieu.”
Houtskeletbouw is nog niet per se populair. Waar ligt dat aan? “Er zijn veel conservatieve krachten in de wereld van het vastgoed en houtskeletbouw heeft daar last van”, zegt Van Berk. “Beleggers vinden het al een eng verhaal want de vraag is of je met houtskeletbouw op de langere termijn kan beleggen. En ja, hoe ziet dit er over vijftien jaar allemaal uit? Dus het veranderen van de vastgoedketen richting houtskeletbouw is lastig. Bij vrijstaande woningen gaat het goed, bij rijtjeswoningen ook makkelijker maar gestapelde woningen is al veel lastiger.”
Checks and balances zitten in de weg
Technisch gezien is houtskeletbouw goed uit voeren, maar op het gebied van regelgeving loopt het Ouden Huis tegen de nodige drempels aan. Van Berk gaat daar dieper op in. “De Nederlandse wet- en regelgeving is niet toegesneden op organisaties die zo breed opereren als wij. Het gevolg is dat we in de wet en regelgeving constant aanlopen tegen dingen waarvan je denkt: waarom is dit zo? Of we worden in een richting geduwd waar je met normaal boerenverstand nooit aan zou denken.”
“In Nederland en de rest van de westerse wereld vindt enorm veel fragmentatie plaats. Dat zorgt voor afstemmingsverliezen en dat is zonde van de tijd en het geld. En dat kost ook veel doorlooptijd. Het is voor mensen die in die gefragmenteerde wereld opereren haast ondenkbaar dat het anders zal gaan dan zij denken.”
“En als iedereen gaat fragmenteren dan gaat de wet- en regelgeving dat als normaal zien en bouwt dan checks and balances in die ons in de weg zitten. Hoe? Dat kun je je zo gek niet bedenken. We hebben te maken met brandveiligheidseisen. De brandweer zei ooit tegen ons: we willen weten in welke woning iemand met een verpleeghuisindicatie zit. Want anders rukken we niet uit. Hoe gaan we dat managen? Dat was niet hun probleem, maar het mijne.”
“Kijk je naar de vraag of we collectieve energie in kunnen kopen en achter de meter bij de consument het verbruik van het hele gebouw levelen, dan kan dat niet. Want iedereen mag bepalen waar hij of zij zijn energie inkoopt. We willen allemaal dat het anders georganiseerd wordt maar de wetgever doet dat niet.” De schop voor het eerste pand met houtskeletbouw gaat eind dit jaar de grond in en moet dan in 2027 klaar zijn. Het tweede pand moet eind 2028 klaar zijn.























