Minder ISDE-subsidie, maar warmtepompmarkt houdt stand

Terug
11.08.2026 Hoofdartikel
Gijs de Koning Gijs de Koning E-mail Hoofdredacteur
Minder ISDE-subsidie, maar warmtepompmarkt houdt stand

De aangevraagde ISDE-subsidie voor warmtepompen ligt in 2026 in euro's onder het niveau van vorig jaar. Het aantal installaties blijft daar niet bij achter: de verkoop van residentiële warmtepompen groeide in het eerste halfjaar met 6 procent. De lagere subsidiebedragen weerspiegelen vooral gewijzigde regels, niet een krimpende markt.

Van het ISDE-jaarbudget van 500 miljoen euro voor 2026 is na zeven maanden ruim de helft geclaimd. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) meldt een deels geschatte claim van 257,4 miljoen euro (peildatum 3 augustus 2026, over januari tot en met juli). Ten opzichte van de stand tot en met juni kwam er in één maand ruim 41 miljoen euro bij. Voor warmtepompen geldt dat het aantal gesubsidieerde euro's en het aantal verkochte warmtepompen elk een ander verhaal laten zien. 

Subsidie in euro's onder vorig jaar

In euro's blijft de warmtepompsubsidie achter. Waar in de eerste helft van 2025 nog 96,4 miljoen euro particuliere warmtepompsubsidie werd aangevraagd, kwam de teller in dezelfde periode van 2026 uit op 67,7 miljoen euro. De achterstand loopt door het jaar heen wel terug van 42 procent tot en met januari, via 39 procent tot en met april, naar 30 procent tot en met juni. Juli was de sterkste maand van het jaar: de particuliere warmtepompclaim steeg met circa 13 miljoen euro, de hoogste maandelijkse aanwas van 2026 tot dusver.

Particuliere aangevraagde subsidie per techniek, cumulatief (in miljoen euro):

Periode

Techniek

2025

2026

Verschil

Groei

t/m jan

Warmtepomp

17,7

10,2

−7,5

−42%

t/m jan

Isolatie

18,1

20,2

+2,1

+12%

t/m apr

Warmtepomp

70,1

43,1

−27,0

−39%

t/m apr

Isolatie

72,2

87,9

+15,7

+22%

t/m jun

Warmtepomp

96,4

67,7

−28,7

−30%

t/m jun

Isolatie

109,1

131,9

+22,8

+21%

t/m jun

Totaal (part.)

206,4

200,5

−5,9

−3%

Installaties houden stand

Het aantal installaties laat een ander beeld zien dan de euro's. Volgens Vereniging Warmtepompen werden in het eerste halfjaar van 2026 in Nederland 238.548 residentiële warmtepompen verkocht, 6 procent meer dan de 225.034 systemen in dezelfde periode van 2025. Het tweede kwartaal was daarbij bepalend, met 131.060 verkochte systemen tegenover 114.488 een jaar eerder.

Het overgrote deel betreft lucht-luchtwarmtepompen ofwel airco's. Deze vallen veelal niet onder  ISDE en maken zo'n 70 rocent van het totaal op. Het segment dat gebruik maakt van ISDE hield stand: exclusief lucht-lucht groeide de verkoop van 66.496 naar 70.534 systemen, eveneens 6 procent. Binnen dat segment sprongen de lucht-waterwarmtepompen eruit, met een stijging van bijna 36 procent (van 29.844 naar 40.551 stuks). Dedicated hybride systemen (−21 procent) en water-watersystemen (−11 procent) daalden juist.

Dat de markt standhoudt, blijkt ook uit de ISDE-toekenningen zelf. Uit het openbare RVO-databestand komt naar voren dat voor subsidiejaar 2026 tot dusver ruim 57.000 warmtepompen daadwerkelijk zijn uitbetaald. Dit zijn vrijwel allemaal lucht-waterinstallaties. Het gesubsidieerde volume blijft daarmee op peil, terwijl het subsidiebedrag per installatie is gedaald.

Waarom de euro's dalen en de aantallen niet

De verklaring van het uiteenlopen van deze cijfers ligt in de regels, niet in de vraag. De subsidiehoogte voor lucht-waterwarmtepompen is per 1 januari 2025 fors verlaagd, en per 1 januari 2026 is de systematiek opnieuw gewijzigd: de subsidie is niet langer gekoppeld aan het aantal warmtepompen, maar aan het totaal geïnstalleerde vermogen. Minder euro's per aanvraag betekent daardoor niet minder installaties. De verkoopcijfers en de toekenningen bevestigen dat: het aantal warmtepompen bleef op niveau, terwijl de aangevraagde subsidie in euro's terugliep.

De RVO-cijfers meten de subsidie in euro's én in toegekende aanvragen; de cijfers van Vereniging Warmtepompen meten  het verkochte systemen. De twee bronnen zijn niet één-op-één vergelijkbaar (uitbetaald versus verkocht, subsidiejaar versus kalenderhalfjaar), maar wijzen dezelfde kant op: een markt die standhoudt terwijl het subsidie-instrument geleidelijk wordt afgebouwd.