Nieuw nettarief verkleint voordeel warmtepomp, maar gas blijft duurder

Terug
09.07.2026 Hoofdartikel
Gijs de Koning Gijs de Koning E-mail Hoofdredacteur
Nieuw nettarief verkleint voordeel warmtepomp, maar gas blijft duurder

De voorgestelde tijds- en volumeafhankelijke nettarieven kunnen het financiële voordeel van een warmtepomp flink verkleinen. Dat blijkt uit onderzoek van Common Futures in opdracht van Vereniging Warmtepompen. In een doorgerekende voorbeeldwoning stijgt de energierekening van een huishouden met een volledig elektrische warmtepomp in 2030 met 505 euro per jaar ten opzichte van 2026. Daarvan is 355 euro toe te schrijven aan de nieuwe verdeling van nettarieven.

De warmtepomp blijft in het rekenvoorbeeld goedkoper dan de gasketel, maar het kostenvoordeel neemt wel af. Vereniging Warmtepompen vindt vooral het voorgestelde dure winterblok van 16.00 tot 23.00 uur te lang, omdat het volgens hen niet nodig is voor de vermijding van netcongestie en zodanig lang dat dit tijdsblok niet middels flex kan worden vermeden.

Tijdsafhankelijk nettarief vanaf 2029

Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van het voorstel van Netbeheer Nederland om vanaf 2029 tijds- en volumeafhankelijke nettarieven voor kleinverbruikers in te voeren. Daarmee moet een deel van de netkosten afhankelijk worden van het moment waarop huishoudens elektriciteit afnemen.

Het voorstel moet huishoudens stimuleren om hun stroomverbruik te verplaatsen naar momenten waarop het elektriciteitsnet minder zwaar wordt belast. Zo moet meer ruimte ontstaan op het volle stroomnet en moeten pieken worden beperkt.

Het probleem voor warmtepompen ontstaat volgens Vereniging Warmtepompen vooral in het winterhalfjaar. In de maanden oktober tot en met maart geldt tussen 16.00 en 23.00 uur het hoogste tarief. Juist in dat tijdsblok is de warmtevraag van huishoudens groot en moeten warmtepompen relatief veel elektriciteit gebruiken.

Kabinet erkent zorgen

Het kabinet erkent dat aangepaste nettarieven de bereidheid van huishoudens om over te stappen op een warmtepomp kunnen remmen. Dat schrijven minister Sophie van Veldhoven-van der Meer van Klimaat en Groene Groei en minister E. Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in antwoord op Kamervragen.

Het kabinet dat tijdsafhankelijke nettarieven moeten bijdragen aan een betere benutting van het elektriciteitsnet. Minder hoge verbruikspieken kunnen volgens de ministers investeringen in het net beperken en daarmee de stijging van de nettarieven dempen.

Besluitvorming over de nettarieven ligt bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM). De ministers verwachten dat de ACM in de beoordeling ook kijkt naar de lengte van de tijdsblokken en naar de vraag of huishoudens met een warmtepomp voldoende mogelijkheden hebben om hun verbruik te verschuiven. Daarnaast laat het ministerie door Berenschot onderzoek doen naar de financiële effecten van tijdsafhankelijke nettarieven op verschillende typen huishoudens. Die resultaten worden dit najaar met de Tweede Kamer gedeeld.

Energierekening stijgt het hardst bij all-electric warmtepomp

Common Futures heeft berekend wat de voorgestelde nettarieven betekenen voor een voorbeeldwoning met een warmtevraag van 8.000 kilowattuur per jaar voor ruimteverwarming en 1.145 kilowattuur per jaar voor warm tapwater.

Voor een huishouden met een volledig elektrische warmtepomp komt de energierekening in 2030 volgens de berekening 505 euro hoger uit dan in 2026. Daarvan komt 355 euro door de invoering van de tijds- en volumeafhankelijke nettarieven. De rest van de stijging hangt samen met de algemene stijging van de energiekosten.

Voor een huishouden met een gasketel stijgt de energierekening in 2030 met 135 euro. Wanneer ook de verwachte effecten van de bijmengverplichting voor groen gas en het Europese emissiehandelssysteem ETS2 worden meegenomen, loopt de stijging op tot 291 euro per jaar.

Ook huishoudens met een hybride warmtepomp krijgen te maken met hogere kosten. Common Futures berekent voor hen een stijging van 446 euro per jaar, waarvan 260 euro samenhangt met de voorgestelde nettarievenstruktuur.

Ondanks die stijging blijft de volledig elektrische warmtepomp in het rekenvoorbeeld de goedkoopste optie. Het voordeel ten opzichte van de gasketel neemt echter af: van 967 euro per jaar in 2026 naar 753 euro per jaar in 2030. Daarmee wordt het jaarlijkse kostenvoordeel 214 euro kleiner. Hierin is het stoppen van de salderingsregeling nog niet meegerekend.

‘Dure blok moet veel korter’

Volgens Vereniging Warmtepompen laat het onderzoek zien dat het voorstel onnodig nadelig uitpakt voor huishoudens met een warmtepomp. De branchevereniging stelt dat netcongestie op laagspanningsnetten vooral lokaal en gedurende een beperkt aantal uren per jaar speelt. Daarbij wijst de vereniging erop dat elektrische voertuigen een veel grotere elektriciteitscapaciteit vragen dan warmtepompen, en dus op piekmomenten een grotere impact hebben op het net.

“De branche respecteert dat investeringen in de infrastructuur leiden tot tariefsverhoging en dat een hoger verbruik leidt tot een groter deel van de rekening. Het blok van 16.00 tot 23.00 uur in het winterhalfjaar is echter onnodig lang”, aldus Vereniging Warmtepompen.

Voorzitter Frank Agterberg wijst erop dat een warmtepomp technisch en energetisch anders werkt dan bijvoorbeeld een laadpaal. Volgens hem is een warmtepomp niet bedoeld om “flexibel met horten en stoten te werken”. Agterberg wijst erop dat warmtepompen juist hun hoogste rendement behalen wanneer ze gelijkmatig draaien.

Daarmee komt de prikkel van het nieuwe nettarief volgens hem op de verkeerde plek terecht. Het dure tijdsblok moet vooral voorkomen dat huishoudens hun elektrische auto in de avond opladen, maar raakt daarmee juist ook apparaten waarvan de elektriciteitsvraag minder makkelijk kan worden verplaatst. “De rekening daarvan komt bij de warmtepomp te liggen”, aldus Agterberg.

Flexibiliteit helpt, maar beperkt

Warmtepompen kunnen wel enige flexibiliteit bieden. Zo kan een woning vóór de avondpiek iets worden voorverwarmd, waarbij gebruik wordt gemaakt van de thermische massa van het gebouw. Ook kunnen buffervaten helpen om warmte op te slaan. Vereniging Warmtepompen stelt daarom dat de branche blijft werken aan het mobiliseren van flexibiliteit van elektriciteitsgebruik door warmtepompsystemen.

Common Futures keek ook naar de inzet van een batterij om elektriciteitsafname voor de warmtepomp deels te verschuiven. Een batterij van 5 kilowattuur levert in de doorgerekende voorbeeldwoning een besparing van 163 euro per jaar op.

Volgens het rapport is die batterij niet groot genoeg om het volledige dure tijdsblok te overbruggen. Bij grotere batterijen neemt het extra voordeel bovendien af. Vereniging Warmtepompen noemt de potentiële besparing daarom mager, zeker gezien de inspanningen die nodig zijn van de branche om flexibiliteit in warmtepompsystemen technisch en economisch mogelijk te maken.

Warmtepomp moet aantrekkelijk blijven

Het kabinet benadrukt in de beantwoording van de Kamervragen dat de warmtepomp een belangrijke techniek blijft voor het verduurzamen van woningen en gebouwen. Daarbij zijn niet alleen de netkosten bepalend, maar ook aanschafkosten, leveringstarieven en energiebelasting in vergelijking met alternatieven zoals gas of een warmtenet.

Voor Vereniging Warmtepompen is dat juist de reden om het tariefvoorstel kritisch te bekijken. De warmtepomp blijft volgens de berekeningen goedkoper dan de gasketel, maar het voordeel wordt kleiner. Daarmee dreigt het voorstel volgens de branche de businesscase van huishoudens die willen verduurzamen onnodig te verzwakken.