NVDE: neem koeling mee in warmtebeleid en plannen voor elektriciteitsnet
Terug
Ongeveer een kwart van de Nederlandse woningen heeft inmiddels een airconditioner. Richting 2030 kan dat aandeel oplopen tot circa de helft. Zonder beleid voor natuurlijke en passieve koeling dreigt daardoor niet alleen meer hittestress, maar ook extra druk op het elektriciteitsnet. De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) pleit daarom voor een landelijke aanpak van duurzame koeling.
Dat doet de branchevereniging naar aanleiding van het rapport De groeiende vraag naar koeling van onderzoeksbureau Common Futures. Volgens de onderzoekers ligt binnen de energietransitie nog sterk de nadruk op het verwarmen van gebouwen in de winter. De groeiende behoefte aan verkoeling in de zomer blijft daarbij grotendeels buiten beeld.
Die koelvraag neemt ondertussen snel toe. Het precieze aantal woningen met een airco is niet bekend, onder meer doordat betrouwbare cijfers over mobiele airconditioners ontbreken. Common Futures schat dat momenteel 20 tot 28 procent van de woningen over een airco beschikt. Bij voortzetting van de huidige groei kan dit aandeel volgens een eerdere raming van TNO in 2030 uitkomen op 44 tot 56 procent.
De verschillen binnen Nederland zijn groot. In Limburg beschikt inmiddels naar schatting circa 40 procent van de woningen over airconditioning, tegenover 18 procent in Noord-Holland en 12 procent in Friesland. Ook woningbezit speelt een rol: koopwoningen met zonnepanelen hebben volgens het rapport veel vaker een airco dan koopwoningen zonder zonnepanelen.
Koelvraag veroorzaakt nieuwe elektriciteitspiek
De snelle opmars van airconditioning heeft gevolgen voor het elektriciteitsnet. Bij een gemiddeld elektrisch vermogen van 1,5 kilowatt per airco staat in Nederlandse woningen nu naar schatting ongeveer 3,3 gigawatt aan vermogen opgesteld. Dat kan richting 2030 minstens verdubbelen.
Tijdens drie zeer warme dagen rond de jaarwisseling van juni naar juli 2025 lag de landelijke elektriciteitsvraag in de vroege avond ongeveer 1,8 gigawatt hoger dan op vergelijkbare werkdagen met gematigd zomerweer. De onderzoekers zien hierin een duidelijk koelprofiel. Zij benadrukken wel dat de piek niet alleen door airco’s in woningen hoeft te zijn veroorzaakt: ook de koelvraag van kantoren, winkels en koelhuizen kan eraan hebben bijgedragen.
De hittepiek tilde de nationale elektriciteitsvraag op tot 15,8 gigawatt. Dat is hoger dan de vraag gedurende 85 procent van alle uren in dat jaar. Wanneer de hittegerelateerde piek door het groeiende aantal airco’s nogmaals met 1,8 gigawatt stijgt, zou deze volgens de berekening tot de hoogste 3,9 procent van de jaarlijkse piekuren behoren.
Vooral het gebruik in de avond is relevant. Een aanzienlijk deel van de koelvraag valt tussen 19.00 en 00.00 uur, wanneer de productie van zonnepanelen afneemt. Bovendien wordt 85 procent van de vaste airco’s ook gebruikt om in de winter te verwarmen. Daardoor kunnen deze apparaten eveneens bijdragen aan de al bestaande winterpiek op koude avonden.
Zonwering levert grootste effect
Volgens Common Futures moet actieve koeling daarom niet het beginpunt, maar de laatste stap zijn. De onderzoekers hanteren hiervoor de ‘ladder van koeling’: eerst de omgeving koeler maken, daarna zonnewarmte buiten houden, vervolgens passief koelen en pas daarna actieve koeling inzetten.
Vergroening en water in de leefomgeving kunnen de warmtelast voor een gemiddelde woning met ongeveer 15 procent verminderen. De schaduw van bomen kan daar nog eens een reductie van 36 procent bovenop brengen. Het grootste effect op gebouwniveau komt van buitenzonwering. Daarmee kan de resterende temperatuuroverschrijding met 62 procent worden teruggebracht.
Ook nachtventilatie en koeling met koude uit de bodem kunnen de resterende koelbehoefte beperken. Wanneer actieve koeling toch nodig is, maakt de gekozen techniek veel verschil. Een vaste splitairco kan volgens het rapport met dezelfde hoeveelheid elektriciteit twee tot drie keer zoveel koeling leveren als een mobiele airco.
Huurders kwetsbaarder voor hitte
De mogelijkheden om maatregelen te nemen zijn ongelijk verdeeld. Bijna de helft van de huurders kan de woning niet aangenaam koel houden. Onder eigenaar-bewoners geldt dat voor ongeveer een kwart tot een derde. Huurders hebben minder zeggenschap over het gebouw en beschikken vaker over minder financiële middelen om bijvoorbeeld buitenzonwering of een efficiënte koelinstallatie aan te brengen.
De NVDE en de onderzoekers vragen daarom om een samenhangend beleid. Zij adviseren onder meer een groennorm voor woonwijken, subsidie voor buitenzonwering en het aanmerken van ernstige oververhitting in huurwoningen als gebrek. Ook moet bodemkoeling een plaats krijgen in gemeentelijke warmteprogramma’s.
Daarnaast moet de overheid consumenten beter helpen bij het kiezen van efficiënte airco’s en warmtepompen die kunnen koelen. Netbeheerders zouden de verwachte koelpieken bovendien moeten meenemen in hun plannen voor netverzwaring.
“Nederland moet dringend een aanpak ontwikkelen voor duurzame koeling. Dat is nu een ondergeschoven kindje in de energietransitie”, stelt NVDE-voorzitter Olof van der Gaag. “Comfortabel wonen in de zomer is net zo belangrijk als in de winter.”























