Stichting Cluster 6: waarschuwt komende tien jaar zijn bepalend voor verduurzaming industrie

Terug
13.10.2026 Nieuws
Stichting Cluster 6: waarschuwt komende tien jaar zijn bepalend voor verduurzaming industrie

De komende tien jaar moet een groot deel van de regionale industrie productie-installaties vervangen, maar netcongestie dreigt de overstap naar elektrische technieken te vertragen. In de nieuwe industriestrategie Overbruggen om te verduurzamen pleit Stichting Cluster 6 (branchevertegenwoordiging van industriele bedrijven in Nederland, voor tijdelijke energieoplossingen om duurzame investeringen mogelijk te maken.

Veel industriële bedrijven staan voor de keuze hoe zij verouderde productie-installaties vervangen. Ketels, ovens en andere machines gaan soms tientallen jaren mee. Als bedrijven bij vervanging niet kunnen overstappen op duurzame technieken, dreigen zij opnieuw voor fossiele installaties te kiezen of investeringen uit te stellen. Dat stelt Stichting Cluster 6 in de op 12 oktober gepubliceerde industriestrategie.

De organisatie vertegenwoordigt circa 450 industriële bedrijven die verspreid door Nederland gevestigd zijn, buiten de vijf grote industrieclusters. Het gaat onder meer om producenten van voedingsmiddelen, bouwmaterialen, papier, glas en verpakkingen. Volgens Cluster 6 zijn de besluiten die de komende jaren worden genomen bepalend voor de CO₂-uitstoot van deze industrie in 2040.

Elektrificatie loopt vast op netcongestie

Voor veel bedrijven is elektrificatie een belangrijke route om het aardgasverbruik en de CO₂-uitstoot terug te dringen. De benodigde uitbreiding van het elektriciteitsverbruik vraagt echter om meer transportcapaciteit op het net. Volgens Cluster 6 hebben de bedrijven die aan het onderzoek deelnamen daarvoor ongeveer drie keer zoveel aansluitvermogen nodig als zij nu hebben.

Op veel locaties komt extra netcapaciteit volgens de huidige planningen pas tussen 2030 en 2035 beschikbaar. Dat kan te laat zijn voor bedrijven waarvan de productie-installaties eerder aan vervanging toe zijn. Projecten voor verduurzaming kunnen daardoor vertraging oplopen, worden geschrapt of naar het buitenland verdwijnen.

“Hoe de Cluster 6-industrie er in 2040 uitziet, wordt de komende tien jaar bepaald”, zegt clusterregisseur Barbara Verwayen. De organisatie waarschuwt dat bedrijven door het missen van investeringsmomenten voor lange tijd aan fossiele technologie vast kunnen komen te zitten.

Tijdelijke energievoorziening als overbrugging

Om te voorkomen dat bedrijven hun verduurzaming uitstellen, stelt Cluster 6 een zogenoemde transitieoverbrugging voor. Bedrijven moeten alvast kunnen investeren in elektrische productie-installaties, ook als de benodigde netaansluiting nog niet beschikbaar is. Tijdelijke of lokale energievoorzieningen kunnen de periode tot uitbreiding van het elektriciteitsnet overbruggen.

Daarbij noemt de organisatie onder meer lokale elektriciteitsopwek met zonnepanelen en windenergie, gecombineerd met energieopslag. Ook gasturbines, warmtekrachtkoppeling en brandstofcellen kunnen volgens het voorstel een rol spelen.

Bij sommige oplossingen kan in eerste instantie nog fossiele energie nodig zijn. Cluster 6 stelt dat een dergelijke overbrugging op langere termijn toch klimaatwinst kan opleveren wanneer bedrijven hierdoor eerder overstappen op elektrische productieprocessen. Zodra voldoende netcapaciteit beschikbaar komt, kunnen de voorzieningen mogelijk bijdragen aan flexibel vermogen voor het energiesysteem.

Duidelijkheid over infrastructuur en kosten

Naast tijdelijke energievoorzieningen vraagt Cluster 6 om meer zekerheid over de planning van energie-infrastructuur. Bedrijven moeten weten wanneer zij over voldoende transportcapaciteit kunnen beschikken en wat er gebeurt als de geplande oplevering vertraging oploopt. De organisatie wil dat de planning van netuitbreidingen beter aansluit op de momenten waarop industriële installaties vervangen moeten worden.

Ook vraagt Cluster 6 het Rijk, provincies, gemeenten en netbeheerders om regelgeving en vergunningverlening voor tijdelijke energievoorzieningen mogelijk te maken. Daarbij moet onder meer duidelijkheid komen over de omgang met tijdelijke stikstofuitstoot tijdens de bouw- en overbruggingsfase.

Verder noemt de organisatie voorspelbare energiekosten, concurrerende nettarieven en ondersteuning bij investeringen in aansluitingen en flexibiliteitsvoorzieningen als voorwaarden voor verduurzaming.