ACM onderzoekt vier warmteleveranciers die te hoog rendement hadden in 2024

16.01.2026 Sjoerd Rispens

ACM onderzoekt vier warmteleveranciers die te hoog rendement hadden in 2024

Uit onderzoek van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) blijkt dat het rendement van vier warmteleveranciers hoger was dan het toegestane redelijke rendement. Het financiële rendement van warmteleveranciers schommelde in 2024 tussen de 56 procent verlies en 15 procent opbrengst. Het redelijke rendement was voor 2024 vastgesteld op 6,8 procent. De ACM start nu een onderzoek naar deze vier, om te weten te komen waarom hun rendement hoger was. Mocht het financiële rendement van deze vier in 2025 ook hoger uitvallen kan de ACM hen dwingen om hun tarieven aan te passen.

De ACM stelt jaarlijks maximumtarieven vast om warmteverbruikers te beschermen tegen hoge tarieven. Deze gelden voor alle huishoudens en kleinverbruikers die zijn aangesloten op een warmtenet. De regel is verder dat warmteleveranciers wel een redelijk rendement mogen maken, maar de maximumtarieven voor huishoudens niet mogen gebruiken om onredelijk hoge winst te maken. Daarom houdt de ACM de financiële rendementen van warmteleveranciers in de gaten en stelt een normrendement vast.

Welke vier energieleveranciers nu door de ACM worden onderzocht meldt de waakhond niet. Ook is uit de data van de ACM over de rendementen niet te herleiden welke warmteleverancier welk rendement heeft behaald.

Dat de ene warmteleverancier een hoger of lager financieel rendement heeft kan verschillende redenen hebben. Denk aan verschillen in inkoopstrategie. Volgens de ACM bestaat er geen duidelijk verband tussen de leeftijd en de omvang van een warmtenet en het financiële rendement voor de leverancier. Ook stelt de ACM dat lage kosten door een goedkope bron of efficiëntie, hoge opbrengsten of een lage boekwaarde van activa bij bijvoorbeeld oudere netten, redenen kunnen zijn voor een hoog rendement.

Warmtenetten steeds minder rendabel

Wel ziet de ACM dat het gemiddelde financiële rendement van warmteleveranciers daalt. Zo heeft bijna de helft van de leveranciers een negatief financieel rendement bij levering aan huishoudens en andere kleinverbruikers.

“Een negatief financieel rendement maakt het voor warmteleveranciers moeilijker om te investeren in bestaande of nieuwe warmtenetten”, aldus de ACM. “Daarom kunnen lage financiële rendementen een bedreiging zijn voor de warmtetransitie.” Daarnaast is in het Klimaatakkoord afgesproken dat alle woningen voor 2050 aardgasvrij moeten zijn. De grootschalige aanleg van warmtenetten is een belangrijke manier om dit doel te halen. Vorig jaar zijn er ongeveer 22.000 huishoudens aangesloten op een warmtenet van leverancier met een vergunning. Het aantal huishoudens op een warmtenet komt daarmee nu op ruim 700.000.

Nieuwe manier van tariefregulering

De ACM bereidt zich komende jaren voor op de nieuwe manier van tariefregulering in de nieuwe Wet collectieve warmte (Wcw). Deze wet zal naar verwachting op 1 januari 2027 ingaan. “In de nieuwe wet zullen de maximumtarieven voor warmte stapsgewijs niet meer gekoppeld zijn aan de prijs voor aardgas, maar zal de ACM de tarieven baseren op de werkelijke kosten van leveranciers. Het is daarom belangrijk dat de ACM goed inzicht heeft in de werkelijke kosten van leveranciers.”