ACM: gasafhankelijkheid maakt huishoudens kwetsbaar voor prijsschokken
14.05.2026 Gijs de Koning

Veel huishoudens zijn na het uitbreken van de oorlog in Iran overgestapt naar een vast energiecontract. Dat blijkt uit de nieuwste Energiemonitor van de Autoriteit Consument & Markt. In maart groeide het aantal huishoudens met een vast contract netto met 110.000, terwijl die groei in het afgelopen jaar gemiddeld rond de 20.000 huishoudens per maand lag.
Volgens de ACM gingen consumenten door de stijgende energieprijzen kritischer naar hun energiecontract kijken. Vooral huishoudens met een variabel contract stapten over. Het aantal dynamische contracten groeide in dezelfde maand namelijk met 17.000, in lijn met de trend die de ACM al langer ziet.
Nederland is voor circa twee derde afhankelijk van aardgas uit het buitenland. Internationale spanningen kunnen daardoor direct gevolgen hebben voor de energierekening van huishoudens en bedrijven. Volgens de ACM is minder gasverbruik, bijvoorbeeld door energiebesparing of elektrificatie, een manier om weerbaarder te worden tegen prijsschokken.
De toezichthouder ziet signalen dat de interesse in maatregelen zoals warmtepompen en elektrische auto’s de afgelopen maand is toegenomen. De ACM presenteert dat niet als hard verkoopcijfer, maar als signaal dat hogere gasprijzen verduurzaming kunnen aanjagen.
Manon Leijten, bestuurslid van de ACM, zegt: “De recente geopolitieke spanningen maken pijnlijk duidelijk hoe kwetsbaar we zijn door onze afhankelijkheid van buitenlands gas. De energietransitie is de beste bescherming voor de portemonnee van consumenten en bedrijven. Hoe meer we investeren in energiebesparing en hernieuwbare energie, hoe minder last we hebben van prijsschokken. We zien nu al dat op momenten met veel zon en wind de elektriciteitsprijzen fors lager liggen.”
De tarieven van aangeboden vaste contracten daalden deze maand met 7 tot 10 procent ten opzichte van vorige maand. Toch liggen gasprijzen nog 9 tot 14 procent hoger dan twee maanden geleden, vlak voor de oorlog. Elektriciteitstarieven liggen 4 tot 8 procent hoger dan in diezelfde periode.
Ook de gasopslagen blijven een aandachtspunt. Aan het begin van het vulseizoen op 1 april bedroeg de vulgraad circa 4,5 procent. Inmiddels ligt die rond de 11 procent. Dat is lager dan een jaar eerder, toen de vulgraad ongeveer 29 procent bedroeg. Nederland moet de gasopslagen op basis van Europese regelgeving tussen 1 oktober en 1 december voor minimaal 74 procent vullen.
Volgens de ACM is de aanvoer van LNG naar Nederland stabiel. In april lag het importniveau in lijn met voorgaande jaren. Tegelijkertijd moet Europa op prijs concurreren met Azië, waar de gasprijs momenteel hoger ligt. LNG-tankers kunnen daardoor geneigd zijn om aan Azië te leveren in plaats van aan Europa. Daarnaast is het prijsverschil tussen gas voor levering in zomer en winter op dit moment te klein om het voor bedrijven aantrekkelijk te maken Nederlandse gasopslagen te vullen.

























