Dynamische energiecontracten winnen verder terrein bij huishoudens
Terug
Steeds meer Nederlandse huishoudens kiezen voor een dynamisch energiecontract. Inmiddels heeft 8 procent zo'n contract, tegenover 55 procent met een vast contract en 37 procent met een variabel contract.
Uit de nieuwste Energiemonitor van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) blijkt dat de groei de afgelopen maanden versnelde. In maart kwamen er netto 17.000 dynamische contracten bij, in april 23.000, in mei 30.000 en in juni 33.000. Het aandeel huishoudens met zo'n contract is in een jaar tijd met 29 procent gestegen en bijna twee keer zo groot als twee jaar geleden.
Bij een dynamisch contract verandert de elektriciteitsprijs per uur of kwartier, afhankelijk van het contract. Voor gas verandert het tarief doorgaans dagelijks. Daardoor worden huishoudens directer blootgesteld aan ontwikkelingen op de groothandelsmarkt dan bij een vast energiecontract.
Warmtepomp als flexibele verbruiker
Voor huishoudens met een warmtepomp kan zo'n prijsstructuur mogelijkheden bieden om een deel van het elektriciteitsgebruik te verschuiven. Door bijvoorbeeld een woning, buffervat of tapwater op gunstige momenten op temperatuur te brengen, kan het stroomverbruik deels worden aangepast aan de elektriciteitsprijs.
De discussie wordt relevanter doordat prijsprikkels een grotere rol krijgen in het elektriciteitssysteem. Ook rond toekomstige tijdsafhankelijke nettarieven wordt onderzocht hoe warmtepompen slimmer kunnen worden aangestuurd. Vereniging Warmtepompen waarschuwde eerder dat prijsprikkels wel voldoende handelingsperspectief moeten bieden: vooral tijdens winterse avonduren kan de warmtevraag moeilijk volledig worden vermeden.
Gasprijs blijft hoog
Ondertussen blijft de groothandelsprijs voor gas sterk schommelen. De prijs liep volgens de ACM op van 41 euro per megawattuur eind juni tot een piek van 64 euro een maand later en daalde vervolgens naar ongeveer 60 euro. Voor de oorlog in Iran lag de prijs nog rond 31 euro per megawattuur.
Ook de Nederlandse gasvoorraden blijven achter. De opslagen zijn voor 41 procent gevuld, tegenover 61 procent op hetzelfde moment vorig jaar. Voor het begin van het verwarmingsseizoen geldt een Europese vuldoelstelling van minimaal 74 procent.
























