Een derde van warmteprojecten Nieuwe Warmte Nu valt af of loopt vast

Terug
10.07.2026
Gijs de Koning Gijs de Koning E-mail Hoofdredacteur
Een derde van warmteprojecten Nieuwe Warmte Nu valt af of loopt vast

Ongeveer een derde van de twaalf oorspronkelijke vliegwielprojecten binnen het programma Nieuwe Warmte Nu komt naar verwachting niet tot uitvoering. Ook projecten die doorgaan, lopen geregeld vertraging op. Volgens een tussentijdse evaluatie ligt dat niet primair aan de techniek, maar vooral aan complexe samenwerking, onzeker beleid en moeilijk sluitende businesscases.

Nieuwe Warmte Nu werd opgezet om de aanleg van duurzame collectieve warmtesystemen in woonwijken en glastuinbouwgebieden te versnellen. Het Nationaal Groeifonds kende hiervoor 200 miljoen euro toe. Het programma bestaat uit twaalf zogenoemde vliegwielprojecten, innovatieprojecten en een leer- en ontwikkelprogramma.

Van de beoordeelde projecten verloopt volgens de evaluatie 56 procent volgens plan. Een kwart kent uitdagingen en 19 procent verkeert in zwaar weer. Zelfs bij projecten die doorgaan, ligt het uitvoeringstempo vaak lager dan bij de start werd voorzien.

Complexiteit bestaande bouw onderschat

De belangrijkste knelpunten blijken organisatorisch. Bij warmtenetten in bestaande wijken moeten gemeenten, warmtebedrijven, woningcorporaties, bewoners, vastgoedeigenaren en leveranciers hun besluitvorming en planning op elkaar afstemmen. Iedere partij heeft daarbij eigen belangen en beperkte uitvoeringscapaciteit.

Projecten met een onafhankelijke procesregisseur en een vroege afstemming tussen warmtebron, gemeente en woningcorporaties boeken volgens de onderzoekers meer voortgang. Ook helpt het wanneer woningcorporaties een groot deel van de woningen in een gebied bezitten. Daardoor kan eerder zekerheid ontstaan over het aantal aansluitingen.

In buurten met veel particuliere eigenaren en verenigingen van eigenaars is de organisatie ingewikkelder. De onderzoekers zien daar een grotere rol voor gemeenten. Gemeentelijke garanties kunnen bovendien voorkomen dat het volledige risico van tegenvallende aansluitaantallen bij het warmtebedrijf terechtkomt.

Wetgeving en stijgende kosten drukken businesscase

Ook de Wet collectieve warmtevoorziening heeft invloed gehad op de voortgang. De voorbereiding van de wet zorgde volgens de evaluatie tijdelijk voor onzekerheid over de toekomstige marktordening. Een aantal grote private warmtebedrijven trok zich daardoor terug uit projecten. Op sommige locaties namen andere partijen hun rol over.

Daarnaast is nog niet op alle onderdelen duidelijk hoe de toekomstige tariefregulering uitpakt. Die onzekerheid maakt investeringsbesluiten lastiger.

Tegelijkertijd zijn de kosten door inflatie en prijsstijgingen opgelopen. Beschikbare subsidies en garanties blijken niet altijd voldoende om het resterende financiële tekort af te dekken. Vooral het vollooprisico – het risico dat minder of later klanten aansluiten dan verwacht – vormt een probleem voor de businesscase.

De evaluatie wijst daarom op het belang van de aangekondigde Garantieregeling Warmtenetten. Hiervoor is 174,5 miljoen euro uit het Klimaatfonds beschikbaar gesteld. De regeling moet nog verder worden uitgewerkt.

Van maatwerk naar generieke regelingen

Nieuwe Warmte Nu heeft inmiddels bijgedragen aan nieuwe subsidieregelingen. De Warmtenetten Investeringssubsidie en de Subsidie Warmte-infrastructuur Glastuinbouw bouwen volgens de onderzoekers voort op lessen uit het programma.

Generieke regelingen kunnen aanvragen voorspelbaarder en doelmatiger maken dan afzonderlijk maatwerk. Volledige standaardisatie lijkt echter nog niet haalbaar, omdat warmteprojecten sterk verschillen per locatie, warmtebron en type afnemer. De onderzoekers adviseren daarom een combinatie van generieke ondersteuning en een maatwerkregeling voor projecten die buiten de standaardvoorwaarden vallen.

Snel duidelijkheid nodig over resterende projecten

De evaluatie adviseert RVO om op korte termijn vast te stellen welke vertraagde projecten nog daadwerkelijk tot uitvoering kunnen komen. Wanneer er geen realistisch zicht is op een investeringsbesluit en start van de bouw, moet beëindiging worden overwogen.

Middelen die hierdoor vrijkomen, kunnen volgens geïnterviewden onder meer worden ingezet voor kansrijke bestaande projecten, voorbereidende investeringen, warmteopslag of nieuwe vliegwielprojecten. De onderzoekers doen daarover geen definitieve keuze.

Ook kennisdeling blijft volgens de evaluatie belangrijk. De technische aanleg van warmtenetten is niet het grootste obstakel. Juist lessen over regie, bewonersbetrokkenheid, risicoverdeling en samenwerking moeten worden vastgelegd om te voorkomen dat nieuwe projecten tegen dezelfde problemen aanlopen.