Amsterdammers positief over aardgasvrij wonen, maar willen meer invloed
Terug
Amsterdammers staan overwegend positief tegenover aardgasvrij wonen, maar ervaren weinig invloed op de manier waarop collectieve warmtevoorzieningen worden ingericht en uitgevoerd. Dat blijkt uit onderzoek van Ipsos I&O in opdracht van de gemeente Amsterdam onder bewoners van vijf nieuwbouwgebieden. Vooral de kosten, informatievoorziening en afhankelijkheid van een warmteleverancier vormen knelpunten.
Amsterdam wil in 2050 volledig aardgasvrij zijn. Ipsos I&O onderzocht hoe bewoners van Houthavens, Amstelkwartier, IJburg, Centrumeiland en Oosterdokseiland hun collectieve warmtevoorziening ervaren. Daarbij werden drie systemen onderzocht: een hogetemperatuur-warmtenet, een hogetemperatuur-warmtenet met koudelevering en een WKO-net met een lagetemperatuur-warmtenet.
De meeste bewoners zijn redelijk tevreden over hun warmtevoorziening. Van de gebruikers van het hogetemperatuur-warmtenet is 54 procent tevreden. Bij het hogetemperatuur-warmtenet met koudelevering ligt dat aandeel op 58 procent en bij het WKO-net op 51 procent. Het aandeel ontevreden bewoners blijft bij alle systemen beperkt. Bij het WKO-net is dat met 14 procent wel hoger dan bij de twee warmtenetten.
Bewoners waarderen vooral het comfort, de betrouwbaarheid en het gebruiksgemak. De woningen worden volgens hen doorgaans goed en gelijkmatig verwarmd en de systemen vragen weinig aandacht in het dagelijks gebruik. Ook geluid, veiligheid en ruimtegebruik worden overwegend positief beoordeeld.
Weinig invloed op systeem en kosten
De belangrijkste kritiek gaat over de beperkte invloed die bewoners ervaren. Zij hebben naar eigen zeggen weinig zeggenschap over onder meer de keuze voor het warmtesysteem, onderhoudsmomenten, de werking en de kosten.
Die beperkte regie hangt volgens bewoners samen met hun afhankelijkheid van één aanbieder. Bij onvrede over de prijs of dienstverlening kunnen zij niet eenvoudig overstappen naar een andere leverancier.
Verder vinden bewoners de vaste lasten en de opbouw van de kosten niet altijd duidelijk. Daardoor ervaren zij de warmtevoorziening soms als een ‘black box’: het systeem werkt, maar het is niet altijd duidelijk hoe het werkt, waarom de kosten zijn zoals ze zijn en waar zij met vragen terechtkunnen. De op 1 januari ingegane Wet Collectieve Warmte moet hier gefaseerd verandering in gaan brengen de komende jaren.
Koeling afhankelijk van zonwering
Over koudelevering komt een gemengd beeld naar voren. Bewoners van woningen met koudelevering ervaren in de zomer minder warmteoverlast. Tegelijkertijd blijkt uit de focusgroepen dat vloerkoeling vooral effectief is wanneer woningen ook over goede zonwering beschikken. Zonder zonwering wordt het effect van de koeling door bewoners als beperkt ervaren.
Het onderzoek is gebaseerd op een vragenlijst waaraan 787 bewoners deelnamen. Daarnaast bij bewoners aangebeld om hen de mogelijkheid te geven een verkorte vragenlijst in te vullen.
Vervolgens organiseerden Ipsos I&O en de gemeente vijf focusgroepen met in totaal 31 deelnemers. De combinatie van de vragenlijst en focusgroepen moest zowel de ervaringen met de verschillende systemen als de achterliggende redenen voor die ervaringen in beeld brengen.
Bij een hogetemperatuur-warmtenet wordt warmte op hoge temperatuur geleverd, waardoor bestaande radiatoren vaak bruikbaar blijven. Het volgende systeem kan ook koude leveren maar vraagt daarvoor extra infrastructuur.
Een WKO-net met lagetemperatuur-warmtenet slaat warmte en koude op in de bodem. Het net werkt op lagere temperaturen, waardoor gebouwen meestal een warmtepomp nodig hebben. Voordelen zijn lagere transportverliezen en de mogelijkheid om warmte en koude seizoensmatig te hergebruiken.
























