Financiering blijft grootste rem op geothermie: rapport pleit voor nieuw pakket aan risicodelende instrumenten
Terug
Nederland kan de ontwikkeling van geothermie aanzienlijk versnellen, maar alleen als de financiering van projecten fundamenteel anders wordt ingericht. Dat is de conclusie van een nieuw onderzoek van Fakton Energy, uitgevoerd in opdracht van Invest-NL, EBN en Geothermie Nederland.
De onderzoekers stellen dat vooral de hoge ontwikkelkosten en de grote onzekerheden in de eerste projectfase ervoor zorgen dat veel aardwarmteprojecten moeilijk van de grond komen. Een combinatie van nieuwe financiële instrumenten, betere risicodeling en beleidsmaatregelen moet daar verandering in brengen.
Uitrol blijft achter
Volgens het rapport is geothermie een onmisbare schakel in de verduurzaming van de warmtevoorziening. In tegenstelling tot zon- en windenergie levert aardwarmte continu warmte, onafhankelijk van weersomstandigheden. Daarmee kan geothermie een stabiele basis vormen voor warmtenetten en tegelijkertijd de afhankelijkheid van fossiele energie-import verminderen. Toch blijft de uitrol in Nederland achter bij de ambities, vooral doordat de financiering van projecten in de ontwikkelfase moeilijk rond te krijgen is.
Grootste risico vóór de eerste boring
De kern van het probleem ligt volgens de onderzoekers in de manier waarop geothermieprojecten worden ontwikkeld. Projectontwikkelaars moeten al in een vroeg stadium miljoenen euro's investeren in onderzoeken, vergunningen en voorbereidende werkzaamheden. Pas nadat een eerste boring is uitgevoerd, wordt duidelijk of een aardwarmtebron daadwerkelijk voldoende warmte produceert.
Dat betekent dat ontwikkelaars jarenlang grote financiële risico's dragen, terwijl banken en andere investeerders vaak pas willen instappen zodra de technische en commerciële onzekerheden grotendeels zijn verdwenen. Daardoor blijft veel eigen vermogen langdurig vastzitten in een beperkt aantal projecten en ontstaat onvoldoende ruimte om nieuwe initiatieven te ontwikkelen.
Het rapport spreekt daarom van een scheve risico-rendementsverhouding in de ontwikkelfase. Juist in die fase ontbreken volgens de onderzoekers passende financiële instrumenten om risico's af te dekken en private investeringen aan te trekken.
Vier structurele knelpunten
Uit gesprekken met ontwikkelaars, financiers, publieke organisaties en internationale experts identificeert Fakton Energy vier structurele belemmeringen die de groei van geothermie afremmen.
* In de eerste plaats ontbreken effectieve instrumenten om zowel het geologische risico als het zogenoemde vollooprisico af te dekken. Bij geothermie blijft vooraf onzeker hoeveel warmte een bron daadwerkelijk oplevert, terwijl ook niet altijd zeker is dat voldoende afnemers direct op het warmtenet worden aangesloten.
* Ten tweede vraagt de ontwikkelfase om een groot kapitaalbeslag, waardoor ontwikkelaars relatief weinig projecten tegelijk kunnen realiseren.
* Een derde knelpunt is de onzekerheid over de toekomstige warmtevraag. Projecten zijn afhankelijk van voldoende afnemers, terwijl de ontwikkeling van warmtenetten en de vraag vanuit gemeenten en gebouweigenaren vaak nog onzeker is.
* Tot slot wijzen de onderzoekers op complexe en langdurige vergunningprocedures, die de ontwikkeling van projecten verder vertragen.
Herziening RNES-regeling als fundament
Als belangrijkste aanbeveling pleit het rapport voor een herijking van de bestaande RNES-regeling. de garantieregeling aardwarmte een overheidsregeling die projecten beschermt tegen de financiële gevolgen van een misboring bij het aanboren van aardwarmte (geothermie)Volgens de onderzoekers kan Nederland daarbij leren van landen als Frankrijk en Duitsland, waar vergelijkbare regelingen zijn aangepast om de risico's voor ontwikkelaars beter af te dekken en private investeringen te stimuleren.
Een vernieuwde RNES-regeling zou volgens Fakton de basis moeten vormen van een breder pakket aan financiële instrumenten dat verschillende fasen van projectontwikkeling ondersteunt.
Extra financiële instrumenten
Naast een aangepaste RNES-regeling adviseren de onderzoekers meerdere aanvullende maatregelen.
Zo stellen de onderzoekers een gedeeltelijke CAPEX-subsidie voor om de boor- en realisatiefase, te financieren. Daarmee wordt een deel van de investeringskosten vergoed, waardoor ontwikkelaars minder eigen vermogen hoeven in te zetten voordat duidelijk is of een project succesvol wordt.
Ook is het advies om de bestaande Garantieregeling Warmtenetten uit te breiden naar de geothermiebron zelf. Als alternatief noemen zij de oprichting van een publiek-privaat fonds dat ontwikkelleningen verstrekt. Zo'n fonds kan ontwikkelaars ondersteunen totdat commerciële financiers bereid zijn het project over te nemen.
Volgens het rapport functioneren publieke middelen daarbij vooral als hefboom voor private investeringen. Door de grootste risico's tijdelijk af te dekken, kan veel meer privaat kapitaal worden gemobiliseerd dan wanneer de overheid projecten volledig zou subsidiëren.
Geologische risico’s verkleinen
Een andere aanbeveling uit het onderzoek is het toepassen van het zogenoemde play-opener-principe. Daarbij wordt bewust geïnvesteerd in de eerste projecten binnen geologisch kansrijke gebieden.
Wanneer de eerste bron succesvol blijkt, neemt de onzekerheid voor vervolglocaties aanzienlijk af. Hierdoor worden toekomstige projecten eenvoudiger financierbaar en kunnen investeringen sneller worden opgeschaald.
Volgens de onderzoekers levert deze aanpak meer kennis op over de Nederlandse ondergrond en zorgt zij ook voor een structurele verlaging van de financieringsrisico's.
Projecten bundelen
Een tweede nieuwe aanpak is het bundelen van meerdere projecten in een Green Deal-structuur. Door verschillende geothermieprojecten gezamenlijk te ontwikkelen, kunnen risico's worden gespreid over meerdere locaties. Een mislukte boring hoeft dan niet direct de financiële haalbaarheid van een complete ontwikkelportefeuille onderuit te halen. Tegelijkertijd ontstaat volgens de onderzoekers een aantrekkelijker investeringsprofiel voor institutionele beleggers en banken.
Meer nodig dan alleen geld
Hoewel de nadruk in het rapport ligt op financiering, concluderen de onderzoekers dat financiële instrumenten alleen niet voldoende zijn om de gewenste opschaling te realiseren.
Zo is meer kennis van de Nederlandse ondergrond noodzakelijk. Betere geologische data kunnen onzekerheden verder verkleinen en de kans op succesvolle boringen vergroten. Daarnaast is volgens de onderzoekers een nauwere samenwerking nodig tussen bronontwikkelaars, warmtebedrijven, gemeenten, netbeheerders en andere partijen in de warmteketen. Alleen wanneer bronontwikkeling en warmtenetten beter op elkaar worden afgestemd, kunnen projecten sneller worden gerealiseerd.
Ook voorspelbaardere vergunningprocedures worden genoemd als belangrijke randvoorwaarde. Langdurige vergunningstrajecten zorgen ervoor dat projecten vertraging oplopen en investeerders langer moeten wachten voordat zij rendement kunnen realiseren.
Leren van het buitenland
Het rapport verwijst nadrukkelijk naar ervaringen in Frankrijk en Duitsland. Daar blijkt volgens de onderzoekers dat een combinatie van garanties, subsidies en publieke risicodeling heeft geleid tot een veel gunstiger investeringsklimaat voor geothermie. Niet één afzonderlijk instrument bleek doorslaggevend, maar juist het samenspel van verschillende maatregelen die aansluiten op de verschillende ontwikkelfasen van een project.























