ACM past rendementstoets warmteleveranciers aan na uitspraak CBb

Terug
28.07.2026 Nieuws
ACM past rendementstoets warmteleveranciers aan na uitspraak CBb

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft het besluit over het redelijk rendement voor warmteleveranciers aangepast. Aanleiding is een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in april, waarin werd geoordeeld dat de eerdere berekening van het toegestane rendement onvoldoende rekening hield met de specifieke risico’s van de Nederlandse warmtesector.

Met de gewijzigde besluiten stelt de ACM opnieuw vast welk rendement warmteleveranciers maximaal mogen behalen in de periode 2026-2028. De toezichthouder publiceerde het gewijzigde besluit op 28 juli.

De rendementstoets is een instrument waarmee de ACM controleert of warmteleveranciers niet meer verdienen dan een redelijk rendement. Wanneer blijkt dat een leverancier boven deze grens uitkomt, kan de ACM ingrijpen en bepalen dat het teveel behaalde rendement via lagere tarieven moet terugvloeien naar warmteverbruikers.

Hogere opslag voor risico’s warmtesector

De wijziging volgt op een beroep van Vereniging Energie-Nederland tegen het oorspronkelijke besluit van de ACM over het redelijk rendement voor warmteleveranciers. De brancheorganisatie stelde dat de vergelijkingsgroep die de ACM gebruikte onvoldoende aansloot bij de Nederlandse warmtemarkt. Daardoor zouden de risico’s voor warmtebedrijven te laag zijn ingeschat en zou het toegestane rendement te laag uitvallen.

Het CBb oordeelde daarom dat de ACM een extra opslag van 1 procentpunt moet toepassen op de kostenvoet van het eigen vermogen (KEV). Daarmee wordt volgens de rechter beter rekening gehouden met de financieringsrisico’s van warmtebedrijven.

Redelijk rendement vastgesteld op 7,3 procent

De ACM heeft de uitspraak verwerkt in het gewijzigde besluit. Voor de jaren 2026 tot en met 2028 komt het redelijk rendement uit op 7,3 procent. Dit bestaat uit een nominale WACC (gewogen gemiddelde kapitaalkosten) vóór belasting van 6,8 procent, aangevuld met een voorwaardelijke opslag van 0,5 procent vanwege asymmetrische reguleringsrisico’s.

Hoewel de ACM de verhoging aanvankelijk niet noodzakelijk vond, volgt de toezichthouder nu de uitspraak van het CBb. Volgens de ACM blijft het belangrijk om een balans te houden tussen betaalbare warmtetarieven voor consumenten en voldoende rendement voor bedrijven om te kunnen investeren in de uitbreiding en verduurzaming van warmtenetten.

Investeringen in warmtenetten

Het vaststellen van een redelijk rendement speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van de warmtemarkt. Warmtebedrijven moeten de komende jaren grote investeringen doen in nieuwe warmtenetten en de verduurzaming van bestaande systemen. Tegelijkertijd staat de betaalbaarheid van warmte voor consumenten onder druk.

De ACM benadrukt dat de rendementstoets bedoeld is om beide belangen te bewaken: consumenten moeten beschermd worden tegen onnodig hoge tarieven, terwijl warmteleveranciers voldoende ruimte moeten houden om te investeren in de warmtetransitie.