Warmtenet opzeggen? Hof bevestigt dat warmteklanten sterk staan
09.06.2026 Lenna van den Haak

Twee recente uitspraken van het gerechtshof zetten opnieuw de positie van warmteverbruikers centraal. In beide zaken kreeg warmteleverancier MeppelEnergie ongelijk in procedures over het opzeggen van warmteleveringsovereenkomsten. Opvallend is dat het hof in twee juridisch verschillende situaties tot vrijwel dezelfde uitkomst kwam: verbruikers mochten hun warmteleveringsovereenkomst beëindigen. Volgens advocaat Keesjan Meijering van AKD onderstrepen de arresten vooral hoe zwaar de Warmtewet inzet op bescherming van de verbruiker.
Twee zaken, twee juridische routes
De procedures draaiden om de vraag of afnemers van warmte via een warmtenet hun warmteleveringsovereenkomst konden opzeggen. Beide zaken betroffen MeppelEnergie, maar er was één belangrijk verschil: in het ene geval was de overeenkomst gesloten vóór 1 juli 2019, in het andere geval daarna.
Die datum is van belang omdat toen artikel 3c van de Warmtewet in werking trad. Dat artikel geeft verbruikers het recht om hun warmteleveringsovereenkomst op te zeggen. De wet kent daarbij slechts twee uitzonderingen: wanneer beëindiging technisch onmogelijk is of wanneer andere afnemers daardoor aanzienlijk en blijvend nadeel ondervinden.
Door het overgangsrecht geldt artikel 3c van de Warmtewet niet voor lopende overeenkomsten die al vóór 1 juli 2019 waren gesloten. Bij zulke oudere contracten moet daarom vooral worden gekeken naar de afspraken die partijen destijds zelf hebben gemaakt, zoals de opzegregeling in de algemene voorwaarden. "Op het eerste gezicht lijken beide uitspraken hetzelfde resultaat op te leveren, maar juridisch zijn ze anders opgebouwd", zegt Meijering.
Oude overeenkomst: contract doorslaggevend
In de zaak over een overeenkomst van vóór 1 juli 2019 keek het hof niet naar artikel 3c, maar naar de bestaande contractafspraken. In de algemene voorwaarden stond dat een afnemer de overeenkomst altijd kon opzeggen met een opzegtermijn van dertig dagen. Volgens Meijering was de uitkomst daardoor relatief eenvoudig. "Als in de overeenkomst staat dat een verbruiker altijd mag opzeggen met een termijn van dertig dagen, dan geldt die afspraak."
MeppelEnergie probeerde alsnog een beroep te doen op de uitzonderingen die later in artikel 3c zijn opgenomen. Het bedrijf stelde dat vertrek van klanten negatieve gevolgen zou hebben voor andere aangesloten verbruikers. Het hof ging daar niet in mee. Omdat artikel 3c door het overgangsrecht niet van toepassing was, konden ook de uitzonderingen uit dat artikel volgens het hof niet alsnog, en bovendien tegen de verbruiker, worden ingeroepen. Bovendien waren die beperkingen niet opgenomen in de overeenkomst zelf.
Nieuwe overeenkomst: informatieplicht breekt leverancier op
In de tweede zaak was artikel 3c juist wél van toepassing. Die overeenkomst was immers na 1 juli 2019 gesloten. Toch kreeg MeppelEnergie opnieuw ongelijk. De reden lag volgens Meijering in de informatieplicht die de Warmtewet aan leveranciers oplegt. Warmtebedrijven moeten consumenten vooraf duidelijk informeren over hun rechten en plichten, waaronder de voorwaarden waaronder een overeenkomst kan worden beëindigd.

Volgens het hof had MeppelEnergie de wettelijke uitzonderingen op het opzeggingsrecht expliciet onder de aandacht moeten brengen. Omdat dat niet was gebeurd, kon het bedrijf zich daar achteraf niet alsnog op beroepen. "Het lijkt erop dat dezelfde contractdocumenten en algemene voorwaarden zijn blijven circuleren nadat de wet was gewijzigd", aldus Meijering.
MeppelEnergie herkent zich in dat oordeel. Volgens Van der Geest van MeppelEnergie, moet achteraf worden vastgesteld dat klanten in het verleden niet volledig en expliciet genoeg zijn geïnformeerd over de wettelijke uitzonderingen die gelden bij het beëindigen van een warmteleveringsovereenkomst.
Duidelijke waarschuwing voor warmtebedrijven
Volgens Meijering bevatten de uitspraken een duidelijke boodschap voor exploitanten van warmtenetten. "De Warmtewet is echt bedoeld om verbruikers, die niet naar een andere leverancier kunnen overstappen, te beschermen. Een rechter kijkt dus ook heel verbruikerbeschermend naar dit soort zaken. Het uitgangspunt is dat een verbruiker zijn overeenkomst mag beëindigen. Alleen onder bijzondere omstandigheden kan een leverancier dat tegenhouden."
Voor warmtebedrijven betekent dit volgens hem dat contracten, algemene voorwaarden en consumenteninformatie kritisch tegen het licht moeten worden gehouden. Wie consumenten vooraf niet volledig informeert over mogelijke beperkingen van het opzeggingsrecht, loopt het risico dat die beperkingen later juridisch niet meer kunnen worden afgedwongen.
MeppelEnergie: duidelijkheid voor klanten en leverancier
MeppelEnergie laat weten zich neer te leggen bij de uitspraken van het gerechtshof en geen cassatieberoep bij de Hoge Raad in te stellen. "Hoewel MeppelEnergie in beide procedures in het ongelijk is gesteld, zijn wij vooral blij dat er nu duidelijkheid is voor zowel onze klanten als voor ons als warmteleverancier", zegt Van der Geest. "De uitspraken geven helderheid over de toepassing van het opzeggingsrecht binnen de Warmtewet en over de wijze waarop wij daar in de praktijk mee moeten omgaan."
Volgens het bedrijf is de werkwijze inmiddels aangepast. MeppelEnergie werkt aan een actualisatie van de leveringsvoorwaarden naar aanleiding van beide uitspraken. "Wij vinden het belangrijk dat klanten duidelijk, transparant en tijdig worden geïnformeerd over hun rechten, plichten en de voorwaarden die gelden voor levering en beëindiging van de overeenkomst", aldus Van der Geest.
Risico voor kleine warmtenetten
De uitspraken zijn vooral van belang voor exploitanten van kleinere warmtenetten. Het vertrek van enkele verbruikers kan daar namelijk al merkbare financiële gevolgen hebben. Wanneer minder huishoudens deelnemen, moeten vaste kosten immers over een kleinere groep worden verdeeld. Tegelijkertijd zijn warmteleveranciers gebonden aan wettelijke maximumtarieven, waardoor verliezen niet onbeperkt kunnen worden doorberekend.
Volgens Meijering is dat risico echter niet nieuw. "De wetgever heeft daar bewust rekening mee gehouden. Voor overeenkomsten vóór inwerkingtreding geldt de regeling uit artikel 3c namelijk niet, en daarnaast is het recht om te beëindigen niet onbeperkt. Leveranciers weten dat verbruikers in principe kunnen opzeggen en moeten dat meenemen in hun bedrijfsvoering."
MeppelEnergie benadrukt dat de praktische gevolgen vooralsnog beperkt zijn. Volgens het bedrijf blijft het aantal daadwerkelijke opzeggingen gering en blijft het warmtenet normaal functioneren. "Ons warmtenet blijft gewoon in stand en wij blijven warmte en koude leveren zoals klanten van ons gewend zijn", zegt Van der Geest. "Wanneer een klant ervoor kiest de levering te beëindigen, zorgen wij voor een veilige en technisch correcte afkoppeling van de aansluiting. Daarbij blijven betrouwbaarheid, veiligheid en continuïteit van levering voor de overige klanten gewaarborgd."
Spanningsveld blijft bestaan
De advocaat noemt de sterke consumentenbescherming logisch, omdat warmtevoorziening een basisvoorziening is waarvoor afnemers afhankelijk zijn van hun leverancier. Tegelijkertijd erkent hij dat dit spanning oplevert voor de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten. Investeerders en exploitanten hebben behoefte aan zekerheid over toekomstige afname, terwijl veel verbruikers juist vrijheid willen behouden.
Volgens Meijering zal dat spanningsveld ook onder de toekomstige Wet collectieve warmte blijven bestaan. Meer standaardisering, grotere schaal en duidelijke regie vanuit de overheid moeten daarbij helpen om warmtenetten betaalbaar en toekomstbestendig te houden.
Juridisch recht is niet altijd praktisch uitvoerbaar
Dat consumenten hun overeenkomst juridisch kunnen opzeggen, betekent overigens niet automatisch dat zij eenvoudig van een warmtenet kunnen overstappen. Anders dan bij gas en elektriciteit is er immers geen alternatieve leverancier beschikbaar. Een huishouden dat afscheid wil nemen van een warmtenet zal dan zelf moeten investeren in een alternatief systeem, zoals een warmtepomp. Volgens Meijering blijft er daardoor een belangrijk verschil bestaan tussen het juridische recht om op te zeggen en de praktische mogelijkheid om daadwerkelijk onafhankelijk van het warmtenet te worden.
Hoe nu verder?
Voor MeppelEnergie is de juridische discussie voorlopig afgerond. Het bedrijf heeft bevestigd geen cassatieberoep in te stellen bij de Hoge Raad en zich neer te leggen bij de uitspraken van het gerechtshof. Daarmee lijkt vooral een belangrijk juridisch signaal afgegeven aan de warmtesector: het opzeggingsrecht van verbruikers weegt zwaar en warmtebedrijven moeten consumenten daarover volledig en transparant informeren. De arresten zullen naar verwachting dan ook breder worden bestudeerd dan alleen door de direct betrokken partijen.




























