Meer warmtenetten in ontwikkeling, maar grootschalige uitvoering blijft steken
13.05.2026 Marijne Smit en Sjoerd Rispens

Rond warmtenetten is de afgelopen jaren veel te doen geweest. Het nut ervan wordt door weinigen in twijfel getrokken, maar het imago heeft door de hoge kosten voor gebruikers een flinke deuk opgelopen. Gemeenten zijn wel bezig met integratie van warmtenetten, maar nog niet structureel. Uit het Warmtenet Trendrapport, gemaakt door Stichting Warmtenetwerk, NPLW en onderzoeksinstituut Berenschot, blijkt wel dat het aantal aansluitingen van zeerlagetemperatuur warmtenetten vooral in de nieuwbouw licht stijgt.
Voor het rapport is een enquête gehouden onder bewoners met een warmteaansluiting. 67 procent van de deelnemers is tevreden of neutraal, maar de makers plaatsen daar wel een kanttekening bij. Ruim 76 procent van de respondenten ervaart de betaalbaarheid als een groot knelpunt.
Het rapport brengt daarnaast negen kerntrends in beeld, die inzicht geven in de ontwikkeling van warmtenetten in Nederland. De eerste trend laat zien dat warmtenetten het elektriciteitsnet op piekmomenten kunnen ontlasten en via warmtebuffers flexibiliteit aan het bredere systeem kunnen bieden.
Dat maakt warmtenetten op strategisch vlak interessant voor netbeheerders en andere partijen, omdat ze kunnen helpen in de strijd tegen netcongestie. “Systeemintegratie moet een belangrijk onderdeel zijn van elk toekomstbestendig warmteprogramma”, aldus de onderzoekers. “42 procent van de gemeenten denkt er wel over na, maar doet dit nog niet structureel.”
De tweede trend toont een lichte groei in aansluitingen zien. In totaal waren er in 2023 514 aansluitingen en in 2024 526. Ook is er een daling te zien in het warmteverbruik per aansluiting, waarschijnlijk door isolatie en veranderingen in gedrag. Dat is volgens de onderzoekers wel positief, maar dat betekent ook dat de businesscase voor warmtenetten steeds minder gebaseerd kan worden op verbruik per aansluiting.
150 netten in ontwikkeling
De derde trend toont aan dat een warmtenetaansluiting minder CO2 uitstoot dan een cv-ketel (gemiddeld 41 procent minder), maar dat de verduurzaming in het algemeen nog steeds niet snel genoeg gaat. Want de uitstoot is de afgelopen jaren tijdelijk weer iets gestegen. Dit kwam doordat sommige grote warmtenetten tijdelijk meer gas moesten gebruiken door storingen en problemen met duurzame bronnen. “De aandacht moet daarom sterker naar de bronnenstrategie voor de meer dan 500.000 bestaande aansluitingen”, raden de onderzoekers aan. “Ook daar blijft een grote opgave voor de sector liggen.”
Trend vier laat zien dat er 150 nieuwe warmtenetten in ontwikkeling zijn binnen Nederland. Ongeveer 60 van deze projecten willen vóór 2030 klaar zijn. Samen kunnen deze projecten zorgen voor meer dan 560.000 nieuwe aansluitingen. Dit laat zien dat gemeenten steeds actiever bezig zijn met de warmtetransitie.
De vijfde trend laat een duidelijke verschuiving zien naar lage- en zeerlagetemperatuurnetten, zowel bij kleine als grote warmtenetten. Het aandeel gemeenten dat ZLT- of LT-netten overweegt, steeg van 26 procent in 2024 naar 44 procent in 2025. Ook publiek eigendom komt vaker voor en energiecoöperaties worden vaker betrokken. De bronnenmix verbreedt: geothermie, aquathermie, bodemenergie, zonthermie en WKO winnen terrein. Fossiele hoofdbronnen verdwijnen uit beeld, terwijl restwarmte belangrijk blijft.
Nog geen lonkend perspectief
Toch zijn er ook problemen, tonen de overige trends aan. Zo is 37 procent van de projecten vertraging heeft of zelfs helemaal is stopgezet. Dit komt onder andere door hoge kosten, ingewikkelde regelgeving en problemen met financiering. Daarnaast is het moeilijk om voldoende draagvlak bij bewoners te krijgen. Veel mensen maken zich zorgen over de prijs van warmte en hebben weinig vertrouwen in warmtenetten.
Deze trend laat goed zien dat er veel ambitie is binnen Nederland om duurzamer te verwarmen. Tegelijkertijd blijkt dat plannen maken makkelijker is dan plannen uitvoeren. Zonder goede samenwerking, duidelijke regels en voldoende geld blijven veel projecten steken in de ontwikkelfase.
Collectieve warmte wordt door veel bewoners nog niet gezien als lonkend perspectief voor aardgas. Bewoners met een warmtenetaansluiting hebben én ervaren vaak minder keuzevrijheid en minder directe mogelijkheden om hun energierekening te beïnvloeden, bijvoorbeeld doordat het vaste deel van de kosten relatief groot is. Dat beperkt het gevoel van grip op de eigen situatie.
Bovendien kost het aansluitproces vaak veel tijd, vertrouwen en maatwerk. “Het samen optrekken met bewoners, transparant zijn over kosten en perspectief bieden op de lange termijn vormen het fundament voor draagvlak. De manier waarop bewoners worden benaderd is daarbij cruciaal: een puur technische of verplichtende benadering werkt averechts”, aldus de onderzoekers. “Het huidige beleid stuurt veelal op gemiddeld ‘niet duurder dan het alternatief’, maar dat blijkt in de praktijk onvoldoende om enthousiasme te creëren. Betaalbaarheid, het ervaren van keuzevrijheid en genoeg comfort zijn bepalend om collectieve warmte daadwerkelijk als lonkend perspectief te positioneren.”
Meer controle en betrouwbaarheid
Lokale overheden krijgen ook steeds meer zeggenschap binnen de transitie. Dit moet zorgen voor meer controle, betrouwbaarheid en duurzaamheid. Gemeenten richten steeds vaker publieke warmtebedrijven op. Ook netbeheerders en energiecoöperaties krijgen een grotere rol binnen de sector. Private bedrijven blijven wel betrokken, maar vaker als leverancier of uitvoerder in plaats van eigenaar.


























