Zorgen over kosten en verbouwing remmen draagvlak voor ZLT-warmtenetten
08.05.2026 Gijs de Koning

Zeerlagetemperatuur-warmtenetten worden gezien als de nieuwste generatie warmtenetten: ze werken met lage temperaturen, hebben minder warmteverliezen dan warmtenetten op hogere temperatuur en kunnen meestal ook koude leveren. Toch is draagvlak onder bewoners geen vanzelfsprekendheid. Uit kwalitatief onderzoek van TNO blijkt dat eigenaar-bewoners vooral zorgen hebben over kosten, verbouwing, ruimtegebrek en de vraag of hun woning in koude periodes warm genoeg blijft. TNO doet daarom aanbevelingen om ZLT-netten tastbaarder te maken, bewoners beter te ontzorgen en vanaf de oriëntatiefase aan een sluitende businesscase te werken.
Het rapport Warm bad of koude douche onderzoekt welke drijfveren en barrières eigenaar-bewoners binnen en buiten VvE’s ervaren bij het oriënteren op een zeerlagetemperatuur-uitwisselingsnet, kortweg ZLT-net. Het onderzoek is gebaseerd op literatuurstudie en interviews met twintig deelnemers: twaalf eigenaar-bewoners en acht experts die betrokken zijn bij ZLT-netten of bewoners begeleiden in de warmtetransitie.
Bewoners willen eerst zekerheid
De grootste zorg zit niet alleen in de techniek zelf, maar vooral in wat die techniek betekent voor de woning. Een ZLT-net levert warmte op lage temperatuur. In of bij de woning is daarom meestal een warmtepomp nodig om de warmte op bruikbare temperatuur te brengen. Ook kan een ander afgiftesysteem nodig zijn, zoals vloerverwarming of geschikte radiatoren. Voor bewoners betekent dat mogelijk isoleren, ruimte vrijmaken en werkzaamheden in huis.
Volgens TNO vormen die ingrepen een wezenlijke barrière. Bewoners vrezen bouwwerkzaamheden, ruimteverlies en onzekerheid over het uiteindelijke comfort. Vooral bij woningen met een lager energielabel kunnen aanvullende isolatiemaatregelen nodig zijn. TNO adviseert daarom om bewoners te ontzorgen met een plan op maat en een duidelijke planning voor de renovatie.
Die onzekerheid raakt direct aan de basisvraag of het huis straks wel comfortabel blijft. TNO concludeert dat de primaire behoefte van eigenaar-bewoners eenvoudig is: een warm huis tegen een acceptabele prijs. Koeling wordt gezien als voordeel, maar nog niet als noodzakelijke functie.
Koeling is aantrekkelijk, maar niet vanzelfsprekend
De mogelijkheid om te koelen is een van de belangrijkste pluspunten van ZLT-netten. Ook het ontbreken van buitenunits, zoals bij lucht-waterwarmtepompen of airco’s, wordt door bewoners en experts positief beoordeeld. Dat kan geluidsoverlast beperken en het straatbeeld rustiger houden.
Tegelijkertijd moet de koelbelofte zorgvuldig worden uitgelegd. Een geïnterviewde expert nuanceert dat koeling niet in elke woning hetzelfde effect zal hebben. “Koeling is gelimiteerd. Je kunt met een gewone [water-water] warmtepomp wel koelen. Je radiatoren zijn dan koelplaten. De koude lucht stijgt niet op dus daar heb je niet heel veel aan", aldus de expert. Met vloerkoeling kan het effect volgens dezelfde respondent groter zijn, omdat dan de massa van het gebouw wordt gekoeld.
Voor gemeenten, warmtebedrijven en installateurs betekent dit dat koeling niet als algemene belofte kan worden gepresenteerd zonder uitleg over het afgiftesysteem in de woning.
Kosten kunnen vertrouwen maken of breken
Naast de verbouwing is de businesscase een van de belangrijkste struikelblokken. Hoge aansluitkosten, jaarlijkse kosten en onzekerheid over toekomstige maandlasten worden in het onderzoek genoemd als barrières. Sommige bewoners en experts hanteren daarbij het uitgangspunt dat een alternatief voor aardgas niet duurder mag zijn dan de huidige gasoplossing.
TNO noemt een niet-sluitende businesscase een doorslaggevende barrière. Als er in de oriëntatiefase geen zicht is op concurrerende maandlasten, zullen bewoners naar verwachting afhaken. Een geïnterviewde expert stelt daarbij dat kosten niet los kunnen worden gezien van vertrouwen in de keuze: “Voor de meeste mensen is het allerbelangrijkste, dat ze het gevoel hebben dat ze de juiste beslissing nemen. Veel mensen zeggen dat het gaat over kosten. Maar als het over kosten gaat, dan zouden mensen alleen maar de goedkoopste auto en broek kopen en dat doen ze ook niet", aldus de expert.
Subsidies kunnen volgens TNO helpen om de businesscase sluitend te krijgen. Het rapport noemt onder meer de Warmtenetten Investeringssubsidie, SDE++ en ISDE. Tegelijkertijd kunnen subsidievoorwaarden ook richting geven aan de techniekkeuze. Een bewoner zegt daarover: “Uiteindelijk was de gehele installatie even duur [als dat van het MT-net]. Maar door die WIS-subsidie was MT goedkoper dan ZLT. Daar wordt hard aan gewerkt [en dat is veranderd]. Volgens mij kan je de WIS-subsidie nu wel krijgen voor ZLT.”
Onduidelijkheid schaadt draagvlak
Het onderzoek laat zien dat bewoners ZLT-netten vaak verwarren met midden- en hogetemperatuur-warmtenetten. Dat is relevant, omdat warmtenetten bij een deel van de bewoners een slechte reputatie hebben. Als niet duidelijk is hoe een ZLT-net verschilt van stadsverwarming, kan weerstand ontstaan voordat de techniek goed is uitgelegd.
Een respondent vat dat probleem scherp samen: “Mensen dachten aan stadsverwarming toen ik er over vertelde, maar dit is heel anders. Dat snapten ze alleen nog niet goed en moet nog wel beter gecommuniceerd worden. We hebben het nog wel vrij abstract gehouden, nog wel hoog over.”
Volgens TNO is duidelijke communicatie daarom cruciaal. Niet alleen over de techniek, maar ook over kosten, planning, verantwoordelijkheden en de gevolgen voor de woning. Een verkeerde kosteninschatting kan het vertrouwen in een traject snel ondermijnen. “Wat [daarnaast] echt funest is voor een traject, is als een VvE een bepaalde kosteninschatting heeft en de kosten dan twee keer zo hoog zijn. Er is niets slechter voor het vertrouwen dan dat”, zegt een geïnterviewde.
VvE’s krijgen extra onzekerheid
Voor VvE’s komt daar een extra bestuurlijke laag bij. Een aansluiting op een ZLT-net kan gevolgen hebben voor de splitsingsakte, waarin de grens tussen individuele en collectieve verantwoordelijkheid is vastgelegd. Als die grens verandert, kan aanpassing van de akte nodig zijn. Volgens TNO moeten dan alle VvE-leden, hypotheekverstrekkers en verzekeraars instemmen. Dat kan maanden duren en brengt extra kosten met zich mee.
TNO nuanceert dat een wijziging van de splitsingsakte niet altijd nodig hoeft te zijn. In sommige gevallen kan de bestaande demarcatielijn worden aangehouden. Een respondent beschrijft zo’n aanpak: “De woningen zijn nu individueel verwarmd en dat worden ze nog steeds. Dan is verwarming op gas een voorziening die niet meer bestaat. De woningen die een eigen ketel hebben krijgen allemaal een eigen afleverset. Wij treden op als warmtebedrijf en leggen de infrastructuur aan, zoals die ook nu bij gas is.”
Voor VvE’s is vroeg juridisch en technisch advies dus belangrijk. Zonder duidelijkheid over ruimte, leidingen, technische installaties en besluitvorming kan de oriëntatie al vastlopen.
TNO: begin met bewijs in de wijk
TNO doet acht aanbevelingen voor beleidsmakers, initiatiefnemers, energiecoöperaties en ondernemers. De onderzoekers adviseren onder meer om ZLT-netten niet alleen te positioneren als energie-efficiënte techniek, maar ook als oplossing met lokaal eigenaarschap en keuzevrijheid. Daarnaast pleit TNO voor het benutten van lokale warmtebronnen, het ondersteunen van koplopers en straatambassadeurs, pilots in de wijk, maatwerk bij renovaties en aanpassing van subsidieregels voor kleine ZLT-netten.
Voor bewoners die twijfelen aan de werking van de techniek zijn tastbare voorbeelden belangrijk. TNO adviseert daarom te investeren in proefopstellingen en pilotstraten. De conclusie is daarmee niet dat bewoners ZLT-netten afwijzen, maar dat zij eerst zekerheid willen. Comfort en koeling kunnen helpen, maar draagvlak ontstaat pas als bewoners weten wat er in hun woning gebeurt, wat het kost en wie verantwoordelijk is als de techniek tegenvalt.


























