Onderzoek wijst uit: warmtegemeenschappen hebben potentie, maar lopen vast op financiering en regelgeving
TerugWarmtegemeenschappen kunnen een belangrijke rol spelen in de warmtetransitie, maar zonder passende ontwikkelfinanciering, duidelijke governance en ruimte binnen de nieuwe Wet collectieve warmte (Wcw) dreigen veel initiatieven vast te lopen. Dat blijkt uit een onderzoek die in opdracht van RVO en Energy Innovation NL is uitgevoerd.
De onderzoekers spraken met zestien partijen, waaronder (aspirant-)warmtegemeenschappen, energiecoöperaties, gemeenten en andere betrokken organisaties. De gesprekken tonen aan dat lokale initiatieven veel kunnen betekenen voor het creëren van draagvlak en vertrouwen in wijken, maar dat de stap van initiatief naar een professioneel warmtebedrijf ingewikkeld blijft.
Ontwikkelfase grootste knelpunt
Volgens het onderzoek vormt vooral de vroege ontwikkelfase de grootste uitdaging. Warmtegemeenschappen beschikken vaak niet over voldoende eigen vermogen om de eerste kosten voor onderzoek, planvorming en organisatie te dragen. Tegelijk zijn bestaande financieringsinstrumenten daar onvoldoende op ingericht.
Zo richten subsidieregelingen zich volgens de respondenten vooral op investeringen tijdens de aanleg van een warmtenet, terwijl juist de voorbereidende fase financiële ondersteuning nodig heeft. Leningen uit bijvoorbeeld een ontwikkelfonds bieden wel uitkomst voor de eerste kosten, maar verhogen later de financiële druk op de businesscase.
Ook lokale subsidies blijken belangrijk, maar zijn volgens de geïnterviewden niet overal beschikbaar of voorspelbaar.
Strenge eisen in opbouwfase
Naast financiering noemen de respondenten de nieuwe Wet collectieve warmte als belangrijke uitdaging. De wet introduceert warmtegemeenschappen vanaf naar verwachting januari 2027 als officiële partij binnen collectieve warmtesystemen.
Veel geïnterviewden vinden dat de geschiktheidseisen en de toetsing door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) al vroeg in het ontwikkelproces zwaar wegen. Tegelijk erkennen zij dat deze eisen noodzakelijk zijn om consumenten te beschermen en de betrouwbaarheid en betaalbaarheid van warmtenetten te waarborgen.
Ook de rol van gemeenten vraagt volgens het rapport aandacht. Gemeenten kunnen tegelijkertijd regisseur, aandeelhouder, subsidieverstrekker en vergunningverlener zijn. Zonder heldere afspraken over verantwoordelijkheden kan dat leiden tot spanningen tijdens de ontwikkeling van projecten.
Rol afhankelijk van omvang project
Het onderzoek laat zien dat de positie van warmtegemeenschappen sterk afhangt van de schaal van een warmtenet. Bij grotere projecten, vanaf ongeveer 1.500 aansluitingen, kiezen partijen vaker voor publieke of publiek gedomineerde warmtebedrijven. Warmtegemeenschappen vervullen daar vooral een rol op het gebied van communicatie, lokale betrokkenheid en advisering.
Bij kleinere warmtenetten is volgens de onderzoekers meer ruimte voor lokaal eigenaarschap en experimenten, mits de organisatie voldoende professioneel is ingericht en de continuïteit kan worden gegarandeerd.
Volgens de onderzoekers ontstaat een werkbare situatie vooral wanneer verantwoordelijkheden, zeggenschap en financiële risico's goed op elkaar aansluiten en vooraf duidelijk zijn vastgelegd.
Lokale verankering als belangrijke meerwaarde
De geïnterviewden zien juist op maatschappelijk vlak de grootste kracht van warmtegemeenschappen. Door hun lokale aanwezigheid kunnen zij bijdragen aan vertrouwen, draagvlak en betrokkenheid van bewoners bij de overstap naar een aardgasvrij alternatief.
Dat draagvlak blijft volgens de respondenten alleen behouden wanneer bewoners ook op langere termijn zekerheid hebben over onderwerpen als prijsontwikkeling, transparantie en de manier waarop opbrengsten opnieuw worden geïnvesteerd.
Daarnaast constateren de onderzoekers dat warmtegemeenschappen vaak ook een rol spelen bij bredere wijkopgaven, zoals leefbaarheid en sociale cohesie, terwijl de beschikbare ondersteuning meestal uitsluitend gericht is op de aanleg van het warmtenet.
Handvatten voor nieuw ondersteuningskader
De inventarisatie moet bijdragen aan de ontwikkeling van een faciliterend kader voor warmtegemeenschappen onder de Wet collectieve warmte.
Volgens de onderzoekers verdient daarbij vooral aandacht hoe initiatieven kunnen doorgroeien naar professionele organisaties, hoe de ontwikkeling beter kan worden gefinancierd en hoe governance, gemeentelijke regie en lokaal eigenaarschap beter op elkaar kunnen aansluiten. Ook vragen zij aandacht voor het langdurig borgen van maatschappelijke legitimiteit, zodat bewoners vertrouwen houden in collectieve warmtesystemen.


























