Gemiddelde inpandige kosten aansluiting warmtenet hoger dan verwacht
Terug
Het geschikt maken van een bestaande woning voor aansluiting op een warmtenet kost binnenshuis naar verwachting gemiddeld ongeveer 16.600 euro. Dat is circa 10.000 euro meer dan een eerdere raming voor woningen in Utrecht. Dat concludeert CE Delft na vergelijking van praktijkgegevens uit Amsterdam en Rotterdam met een eerdere kostenraming voor Overvecht-Noord.
De gemeente Utrecht liet CE Delft onderzoeken hoeveel het daadwerkelijk kost om bestaande woningen binnenshuis geschikt te maken voor een warmtenet. Een eerdere studie van adviesbureau Innoforte ging voor woningen in Overvecht-Noord uit van gemiddeld ongeveer 6.200 euro aan inpandige kosten. CE Delft concludeert dat dit waarschijnlijk een te optimistische inschatting is.
In het onderzoek van CE Delft zijn de cijfers voor Utrecht naast recente gegevens uit Amsterdam en Rotterdam gelegd. In Amsterdam kwamen de gemiddelde inpandige kosten uit op 13.500 euro per woning en in Rotterdam op 19.600 euro. Beide bedragen zijn gebaseerd op daadwerkelijk uitgevoerde projecten, terwijl de Utrechtse 6.200 euro vooraf was begroot.
Volgens CE Delft geeft een bedrag van rond de 16.600 euro daarom een realistischer indicatie voor de gemiddelde kosten van de overstap. Daarbij kan de rekening per woning sterk verschillen. Uit Rotterdamse projecten blijkt bijvoorbeeld dat de gemiddelde kosten bij grondgebonden woningen kunnen oplopen tot ongeveer 25.300 euro, tegenover circa 15.200 euro voor appartementen.
Onvoorziene werkzaamheden maken verschil
Onder inpandige kosten vallen onder meer bouwkundige werkzaamheden, het aanpassen of aanleggen van leidingwerk, het maken van sparingen en doorvoeren, aftimmerwerk en projectkosten zoals woningopnames en schouwen. Kosten voor het warmtenet buiten de woning en elektrisch koken vallen buiten de berekening.
CE Delft ziet drie belangrijke verklaringen voor de lage eerdere Utrechtse raming. Ten eerste ging het daar om een raming vooraf, waardoor onvoorziene kosten niet waren meegenomen. Daarnaast lijken arbeidskosten relatief laag te zijn ingeschat. Ten slotte werd bij de onderzochte Utrechtse woningen geen asbest aangetroffen en waren daarvoor dus geen kosten opgenomen, terwijl asbest in een deel van de bestaande woningvoorraad wel degelijk extra werkzaamheden kan veroorzaken.
Ook de manier waarop projecten worden uitgevoerd heeft invloed. Rotterdam nam bij de onderzochte projecten onverwachte kosten voor zijn rekening en ontzorgde bewoners volledig. CE Delft beschouwt de Rotterdamse cijfers daarom eerder als een bovengrens. De Amsterdamse projecten richtten zich juist op woningen waar aansluiting technisch-economisch relatief voor de hand lag. De Amsterdamse 13.500 euro wordt daarom als ondergrens voor hoogstedelijke gebieden gezien.
Miljarden voor Utrechtse woningvoorraad
Het verschil heeft grote gevolgen voor de financiële opgave van gemeenten. Utrecht telt volgens het onderzoek ongeveer 88.000 woningen waarvoor een warmtenet als voorkeursoplossing in beeld is. Wanneer die allemaal zouden worden aangesloten, komen de gezamenlijke inpandige kosten volgens CE Delft uit op ongeveer 1,5 tot 1,7 miljard euro.
Juist daarom wil Utrecht een beter beeld van deze kosten. De inzichten moeten volgens het onderzoek onder meer worden gebruikt in de gezamenlijke lobby van de G4- en G40-gemeenten voor aanvullende financiële ondersteuning van de warmtetransitie.























