WarmtelinQ op weg naar 2028: warmtesnelweg tussen Rijswijk en Leiden krijgt vorm
Terug
Een ondergrondse warmtesnelweg van ruim 25 kilometer moet vanaf 2028 restwarmte uit de Rotterdamse haven naar de Leidse regio brengen. De aanleg van WarmtelinQ tussen Rijswijk en Leiden is dit voorjaar begonnen en bereikte deze maand een belangrijke mijlpaal met het succesvol intrekken van een 1.562 meter lange leiding tussen Voorschoten en Leiden. De komende twee jaar moet de resterende infrastructuur worden aangelegd, aangesloten en getest, zodat het warmtetransportnet in het najaar van 2028 warmte kan gaan leveren aan uiteindelijk circa 50.000 huishoudens en ondernemingen.
Eric Baars, woordvoerder van Warmtelinq, vertelt meer over het project, te beginnen met hoe het project ontstaan is. “Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat gaf de Gasunie eind 2019 opdracht om een warmtetransportnet in Zuid-Holland te ontwikkelen. De directe aanleiding was dat in de Rotterdamse haven veel industriële restwarmte beschikbaar is, terwijl steden hun warmtevoorziening willen verduurzamen.”
“Samen met het Rijk, de provincie, gemeenten, warmtebedrijven en andere partijen is dit idee uitgewerkt tot WarmtelinQ. In 2021 en 2022 zijn positieve investeringsbesluiten genomen en is geld vrijgemaakt om WarmtelinQ aan te gaan leggen.”
“Het uiteindelijke doel is dat we een regionale hoofdtransportleiding gaan bouwen waarmee warmte van bronnen naar lokale warmtenetten wordt vervoerd. In eerste instantie gaat het vooral om restwarmte uit de Rotterdamse haven die anders in lucht of water verloren gaat. Het doel is om de warmtevoorziening in Zuid-Holland, waaronder Leiden en Rijswijk, te verduurzamen, het aardgasverbruik te verminderen, minder afhankelijk te worden van energie van ver weg en bij te dragen aan de klimaatdoelen. WarmtelinQ heeft capaciteit om ongeveer 120.000 woningen en bedrijven van warmte te voorzien.”
Aansluitingen
Kunnen alle gemeenten meteen van warmte worden voorzien of gaat dat geleidelijk, wijk voor wijk? “Dat gebeurt geleidelijk”, antwoordt Baars. “WarmtelinQ legt de hoofdtransportleiding aan, maar gemeenten en warmtebedrijven moeten zelf lokale distributienetten en aansluitingen ontwikkelen. Zij bepalen mede welke wijken op welk moment van het aardgas af gaan en op een warmtenet worden aangesloten.”
“Voor een aansluiting zijn onder meer een lokaal warmtenet, een warmtebedrijf, een geschikte warmtebron en afspraken over transport nodig. De aanleg van WarmtelinQ betekent dus niet dat alle woningen langs het tracé automatisch worden aangesloten.”
Half augustus is de langste horizontaal gestuurde boring ingetrokken. Wat moet er nog gebeuren voordat WarmtelinQ in 2028 werkt op het tracé? “De 1.562 meter lange leiding tussen Voorschoten en Leiden is inmiddels succesvol ingetrokken”, zegt Baars. “De komende periode worden langs de verschillende tracés nog andere leidingdelen aangelegd, aan elkaar gelast en getest. Daarnaast worden onder meer pomp- en warmteoverdrachtstations verder afgebouwd en moeten de leidingen worden gevuld, opgewarmd en in bedrijf worden gesteld. Ook moeten aansluitingen op lokale warmtenetten gereed zijn voordat de warmte daadwerkelijk naar woningen en bedrijven kan gaan.”
“WarmtelinQ voegt veel toe aan de warmtetransitie”, aldus Baars. “Het maakt warmte die grotendeels verloren gaat bruikbaar als alternatief voor aardgas. Daardoor kunnen bestaande warmtenetten die op gas werken, worden verduurzaamd en kunnen nieuwe lokale warmtenetten worden ontwikkeld. Warmtetransport vraagt bovendien aanzienlijk minder elektriciteit dan grootschalige individuele elektrische oplossingen zoals wijken vol warmtepompen en kan daardoor de druk op het elektriciteitsnet helpen verminderen.”
“Dat draagt bij aan minder netcongestie. WarmtelinQ vormt zo de regionale ‘snelweg’ waarop warmtebronnen en stedelijke gebieden waar vraag is naar warmte kunnen aansluiten.”
Omgaan met hindernissen
Verwachten jullie nog moeilijkheden of hobbels bij de werkzaamheden? “WarmtelinQ wordt aangelegd in een dichtbevolkt gebied met snelwegen, spoorlijnen, watergangen, natuur en veel andere ondergrondse infrastructuur. Dat maakt de uitvoering technisch en logistiek bijzonder complex.”
“Ook vergunningprocedures, beperkte werkruimte, bodemgesteldheid en afstemming met gemeenten, aannemers en omwonenden vragen veel aandacht. Met gestuurde boringen, inploegen en open ontgraving kiezen we per locatie de meest passende methode en proberen we hinder zoveel mogelijk te beperken.”
Hoe wordt een lekkage, een van de mogelijke risico’s in de buizen opgelost? “Het leidingnet beschikt over voorzieningen voor lekdetectie en wordt tijdens de bedrijfsvoering gemonitord. Bij een grote lekkage wordt het warmtetransport gestopt en wordt het betreffende leidingdeel met afsluiters geïsoleerd. Technici gaan naar de locatie om deze veilig te stellen, waarna de leiding drukvrij kan worden gemaakt, onderzocht en hersteld. Pas nadat het betreffende deel veilig en technisch in orde is bevonden, kan het transport daar worden hervat."
Reacties van bewoners
“WarmtelinQ is echter opgezet als een open warmtetransportnet, zodat op termijn ook andere geschikte warmtebronnen kunnen aansluiten”, geeft Baars aan. “Warmtebedrijven kunnen binnen de geldende voorwaarden zelf bronnen selecteren en contracteren. Daardoor kan het systeem zich ontwikkelen van hoofdzakelijk industriële restwarmte naar een bredere combinatie van duurzame en CO₂-arme bronnen.
Hoe reageren bewoners van de betrokken gemeenten? “De reacties lopen uiteen. Veel bewoners begrijpen het belang van verduurzaming, maar de aanleg kan ook zorgen teweegbrengen over bereikbaarheid, geluid, verkeersomleidingen, groen en de duur van de werkzaamheden. We komen ook bewoners tegen, vooral in binnensteden, die te druk zijn met andere dingen om zich bezig te houden met de aanleg van WarmtelinQ.”
Onderzoek laat zien dat omwonenden vooral behoefte hebben aan tijdige, concrete informatie en zichtbare maatregelen tegen overlast. Daarom informeert WarmtelinQ bewoners per brief, via bewonersmomenten, de website en de BouwApp en vindt intensief overleg plaats met gemeenten en belangenorganisaties.”
Gaat WarmtelinQ ook buiten Zuid-Holland aan de slag? Baars geeft aan dat er orentiëntatie plaatsvindt in Noord-Holland, Midden-Limburg, Noordoost-Groningen en Noord-Brabant.























