Kunstgrasvelden worden warmtebron voor honderden huishoudens
Terug
Kunstgrasvelden kunnen naast hun functie als sportaccommodatie ook worden ingezet als warmtebron. Het Nederlandse bedrijf Aendless Energy ontwikkelde een systeem waarbij warmte onder kunstgrasvelden wordt opgevangen en gebruikt voor de verwarming van woningen en andere gebouwen. Eén veld kan volgens de initiatiefnemers genoeg groene energie leveren voor maximaal 300 huishoudens per jaar.
De technologie wordt inmiddels toegepast bij warmtecollectorvelden in Eindhoven, Zaanstad, Gouda en Den Haag. De warmte die daar wordt gewonnen, wordt gebruikt voor verschillende toepassingen in de omgeving. Het gaat onder meer om sportaccommodaties, woningen, zwembaden, basisscholen en kinderdagverblijven.
Warmte onder het kunstgras
Het systeem maakt gebruik van de warmte die het oppervlak van kunstgras opneemt. Op zonnige dagen kunnen kunstgrasvelden sterk opwarmen. Onder de kunstgrasmat wordt een netwerk van leidingen aangebracht waarmee deze warmte wordt afgevoerd.
De gewonnen warmte kan vervolgens direct worden ingezet of tijdelijk worden opgeslagen. Daarmee kan het veld onderdeel worden van een lokaal energiesysteem en ook buiten de momenten waarop de zon schijnt bijdragen aan de warmtevoorziening.
Het systeem heeft daarnaast een tweede effect: doordat warmte uit het veld wordt afgevoerd, daalt de temperatuur van het kunstgras. Dat kan het speeloppervlak tijdens warme dagen comfortabeler en veiliger maken voor sporters.
Sportvelden als onderdeel van de energietransitie
Het Kenniscentrum Sport & Bewegen ondersteunt gemeenten en sportverenigingen bij het toepassen van duurzame oplossingen voor sportaccommodaties. Leander Lignac, specialist duurzame sportfaciliteiten bij het kenniscentrum, ziet vooral kansen in het combineren van verschillende functies.
“Ruimte is schaars in Nederland, vooral in de steden”, stelt Lignac. “Wanneer velden niet alleen voor sport, maar ook voor duurzaamheidsdoelen kunnen worden gebruikt, maken we deze voorzieningen toekomstbestendiger.”
Volgens Lignac draait het daarbij om het meervoudig benutten van bestaande ruimte. Sportvelden zijn vaak al centraal gelegen en beschikken over een relatief groot oppervlak. Door daar ook warmte uit te winnen, kunnen ze bijdragen aan de verduurzaming van de directe omgeving.
De ontwikkeling sluit aan bij de verduurzamingsdoelstellingen van de Nederlandse sportsector. Die wil de CO₂-uitstoot richting 2050 met 95 procent verminderen, in lijn met de Routekaart voor het verbeteren van de duurzaamheid in de sport en het Nederlandse Klimaatakkoord.
Potentie van 1.250 kunstgrasvelden
De potentiële schaal van de technologie is aanzienlijk. Nederland telt volgens de initiatiefnemers minimaal 1.250 voetbalvelden met kunstgras. Als warmtecollectortechnologie op grote schaal wordt toegepast, kan dat volgens de berekeningen leiden tot een vermindering van maximaal 0,45 megaton CO₂ per jaar.
De technologie wordt ook meegenomen in plannen voor de renovatie van bestaande kunstgrasvelden. Volgens Lignac werken de gemeentes Amsterdam en Haarlem samen met SRO binnen het Scale Up-initiatief aan de vernieuwing van meer dan 250 kunstgrasvelden. Waar mogelijk moet de warmtecollectortechnologie onderdeel worden van deze projecten.
Daarmee kan de renovatie van een sportveld meer worden dan alleen het vervangen van de toplaag. Een nieuw veld kan tegelijkertijd onderdeel worden van de lokale warmtevoorziening.
Warmte voor de omgeving
De warmtecollectorvelden kunnen worden gekoppeld aan verschillende lokale warmtevragen. Afhankelijk van de locatie kan de warmte bijvoorbeeld worden gebruikt voor een nabijgelegen zwembad, sportgebouw, school of woningen.
Volgens het Kenniscentrum Sport & Bewegen biedt dat kansen om sportaccommodaties onderdeel te maken van bredere lokale verduurzamingsplannen. Gemeenten kunnen bij de aanleg of renovatie van sportvelden bekijken of de beschikbare warmte kan worden benut door gebouwen in de omgeving.
Toekomstbestendig
De technologie is volgens Lignac nog niet op grote schaal toegepast. Wel ziet hij mogelijkheden om de toepassing verder uit te breiden.
“Uiteindelijk moet de sportsector toekomstbestendig zijn. Het is onze taak om gemeenten en lokale sportverenigingen bewust te maken van deze oplossingen, zodat ze in heel Nederland kunnen worden gerealiseerd”, aldus Lignac.
Ook de EMEA Synthetic Turf Council (ESTC) ziet internationale mogelijkheden voor de technologie. Stefan Diderich, directeur-generaal en CEO van de organisatie, noemt het een voorbeeld van hoe kunstgras naast een sportfunctie ook een rol kan krijgen in de energievoorziening van een gemeenschap.























