Ophaalrecht? Verkoop koude!
Terug
Bij restwarmte praten we meestal over het recht om warmte op te halen. Maar daarmee bekijken we de transactie maar van één kant. Een datacenter, supermarkt of ziekenhuis heeft niet alleen warmte over, maar vooral behoefte aan koeling. Wie die warmte afvoert, levert dus koude. En voor die dienst mag best worden betaald.
De huidige gedachte achter het ophaalrecht is dat een organisatie haar restwarmte beschikbaar stelt en een vergoeding kan krijgen voor de aanpassingen die daarvoor aan de installatie nodig zijn. Dat klinkt logisch. Een warmtebedrijf wil immers gebruikmaken van een warmtebron en vraagt de bronhouder daarvoor kosten te maken.
Maar de bronhouder profiteert zelf ook.
Datacenters, supermarkten en ziekenhuizen moeten hun warmte hoe dan ook afvoeren. Daarvoor gebruiken zij koelinstallaties die elektriciteit vragen, onderhoud nodig hebben en uiteindelijk moeten worden vervangen. Als een warmtebedrijf die afvoer betrouwbaar overneemt, kan de bronhouder minder energie gebruiken. En op natuurlijke momenten kan mogelijk ook een kleinere of goedkopere nieuwe eigen koelinstallatie volstaan.
Het warmtebedrijf haalt dus niet alleen restwarmte op. Het levert koude en verlaagt daarmee mogelijk de kosten van de bronhouder.
Bij bestaande organisaties ontstaat dat voordeel niet altijd direct. Zij kunnen hun huidige koelinstallatie meestal niet zomaar afschalen. Bovendien willen zij eerst ervaren dat het warmtebedrijf de koelprestatie betrouwbaar levert. Zeker bij datacenters of ziekenhuizen kan uitval grote gevolgen hebben.
De echte financiële omslag komt daarom waarschijnlijk bij een natuurlijk investeringsmoment: groot onderhoud of vervanging van de koelinstallatie. Dan kan de bronhouder besluiten minder koelvermogen terug te plaatsen. Vanaf dat moment gaat het niet alleen om minder energiegebruik, maar ook om vermeden investerings- en onderhoudskosten. Hoe groter en betrouwbaarder die besparing, hoe logischer het wordt dat de bronhouder voor de geleverde koude betaalt.
Ook bij woningen geldt deze omkering. Koeling wordt soms vooral gezien als een manier om warmte aan een netwerk toe te voegen of een bodemenergiesysteem te regenereren. Maar voor de bewoner is het resultaat heel concreet: een koeler huis tijdens warme dagen. Dat is een dienst met een eigen comfortwaarde.
Deze benadering past vooral bij meerpijpssystemen en zeerlagetemperatuurnetten die warmte én koude kunnen uitwisselen. De laagwaardige warmte die bij koeling vrijkomt, kan dan door het netwerk worden getransporteerd en elders of op een ander moment worden benut.
Zo ontstaat een robuustere businesscase. Het energiebedrijf verkoopt niet alleen warmte in de winter, maar ook koude in de zomer. Tegelijkertijd helpt het de maatschappelijk steeds relevantere koelvraag op te lossen.
We moeten daarom niet alleen onderhandelen over de vergoeding voor het beschikbaar maken van restwarmte. We moeten ook bepalen wat betrouwbare koeling waard is. Haal de warmte dus niet gratis op, maar verkopen die koude!






















