RVO: warmtepompen besparen honderden euro's per jaar, maar betere installatie is cruciaal voor optimale prestaties

Terug
19.06.2026 Van de redactie
RVO: warmtepompen besparen honderden euro's per jaar, maar betere installatie is cruciaal voor optimale prestaties

Huishoudens met een warmtepomp verbruiken minder aardgas, besparen honderden euro's op hun energierekening en stoten minder CO2 uit. Tegelijkertijd blijkt dat de prestaties van warmtepompen uiteenlopen en afhangen van de manier waarop ze worden ontworpen, geïnstalleerd en gebruikt. Dat blijkt uit Installatiemonitor 3.0, een onderzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Voor het onderzoek analyseerden onderzoekers gegevens van meer dan 6.000 Nederlandse woningen. Daarbij werden slimme meterdata gecombineerd met informatie over woningen en installaties om inzicht te krijgen in het daadwerkelijke energiegebruik en de prestaties van warmtepompen in de praktijk.

Warmtepompen zorgen voor 78 procent energiebesparing
De resultaten laten zien dat warmtepompen een deel van de warmtevraag van woningen kunnen overnemen. Bij hybride warmtepompen wordt gemiddeld 78 procent van de ruimteverwarming verzorgd door de warmtepomp. Daardoor daalt het aardgasverbruik aanzienlijk en besparen huishoudens gemiddeld ongeveer 400 euro per jaar op hun energierekening. Bij volledig elektrische warmtepompen verdwijnt het aardgasverbruik voor verwarming volledig. Daar loopt de gemiddelde jaarlijkse besparing op tot ongeveer 600 euro ten opzichte van een traditionele cv-ketel. De onderzoekers benadrukken daarbij dat het gaat om praktijkcijfers en niet om theoretische berekeningen.

CO2-uitstoot daalt tot 70 procent
Uit het onderzoek komt naar voren dat een hybride warmtepomp de CO2-uitstoot verlaagt met gemiddeld met 46 procent. Bij volledig elektrische systemen bedraagt de reductie ongeveer 70 procent. Omgerekend gaat het om een jaarlijkse besparing van ongeveer 998 kilogram CO2 bij hybride systemen en circa 1.504 kilogram bij all-electric warmtepompen.

Toepassing bepaalt het succes
De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat de effectiviteit van warmtepompen wordt bepaald door de manier waarop deze in een woning wordt toegepast. Volgens RVO spelen woningkenmerken, installatiekeuzes, bewonersgedrag en de afstemming van het totale verwarmingssysteem een doorslaggevende rol. De verschillen tussen woningen zijn groot. Sommige hybride warmtepompen nemen vrijwel de volledige warmtevraag voor hun rekening, terwijl andere systemen slechts de helft leveren.e onderzoekers spreken daarom van een aanzienlijk optimalisatiepotentieel.

Vloerverwarming levert voordeel op
Uit onderzoek blijkt dat bij volledig elektrische warmtepompen het afgiftesysteem belangrijk is. Woningen met traditionele radiatoren behalen gemiddeld een Seasonal Coefficient of Performance (SCOP) van 3,2. Bij woningen met uitsluitend vloerverwarming stijgt dit naar gemiddeld 3,8.

Voor hybride systemen zijn de verschillen kleiner. Daar loopt de SCOP op van gemiddeld 3,1 bij radiatoren naar 3,3 bij vloerverwarming. Dit bevestigt volgens de onderzoekers dat lagetemperatuurverwarming steeds belangrijker wordt naarmate een warmtepomp een groter deel van de warmtevraag moet leveren.

Meer dan helft van de installaties wordt niet optimaal benut
Andere uitkomst is dat veel warmtepompen in de praktijk onderbenut worden. Uit de analyse blijkt dat ongeveer 55 procent van de installaties structureel minder dan de helft van het beschikbare vermogen gebruikt. 28 procent van de systemen benut een aanzienlijk deel van het nominale vermogen, ook tijdens koudere periodes. Daarnaast komt overdimensionering regelmatig voor. Daarbij wordt een warmtepomp afgestemd op de omvang van de woning, terwijl bewoners slechts een deel van het huis daadwerkelijk verwarmen. Dat heeft direct gevolgen voor de prestaties. Bij hybride systemen daalt de gemiddelde SCOP daardoor van 3,3 naar 2,7. Bij volledig elektrische systemen neemt de efficiëntie af van 3,8 naar 3,0.

Nachtverlaging kan prestaties verslechteren
Ook bewonersgedrag blijkt een grote invloed te hebben. Vooral nachtverlaging heeft gevolgen voor de prestaties van warmtepompen. Bij hybride systemen daalt de gemiddelde dekkingsgraad van 86 procent naar 69 procent wanneer nachtverlaging wordt toegepast. Bij volledig elektrische systemen leidt nachtverlaging tot een lagere efficiëntie, omdat de warmtepomp 's ochtends harder moet werken en op hogere temperaturen moet draaien. Volgens de onderzoekers presteren woningen waarin de binnentemperatuur zoveel mogelijk constant blijft gemiddeld beter.

Warmtepomp onderdeel van bredere elektrificatie
De studie laat zien dat warmtepompen zelden op zichzelf staan. De meeste huishoudens die investeren in een warmtepomp zetten tegelijkertijd stappen richting verdere elektrificatie. Ruim 90 procent van de onderzochte woningen beschikt over zonnepanelen en 25 procent van de huishoudens heeft een elektrische auto.

Niet representatief voor alle woningen
De onderzoekers plaatsen een kanttekening bij de resultaten. De onderzochte woningen zijn niet representatief voor de gehele Nederlandse woningvoorraad. Het gaat uitsluitend om koopwoningen van huishoudens die vooroplopen in de energietransitie. De woningen zijn gemiddeld groter dan het landelijke gemiddelde (175 vierkante meter tegenover 120 vierkante meter) en beschikken over zonnepanelen en elektrische auto's.

Installatiemonitor 3.0 is uitgevoerd door BDH Advies in opdracht van RVO, Netbeheer Nederland en Techniek Nederland.