Van geluidsgolf naar verwarmde woning: thermo-akoestische warmtepomp nadert praktijk
17.03.2026 Lenna van den Haak

Na ruim tien jaar ontwikkeling begint een van de meest opvallende innovaties in de warmtepompsector zich langzaam los te maken van het laboratorium. De thermo-akoestische motor van het Nederlandse bedrijf BlueHeart Energy draait inmiddels in proefopstellingen in woningen en vormt de kern van een nieuwe warmtepomp die wordt gebouwd door het Spaanse bedrijf Ecoforest. Samen met de Nederlandse leverancier Eplucon wordt gewerkt aan een systeem dat in de loop van 2027 op de markt moet komen. De technologie moet vooral uitkomst bieden voor de verduurzaming van bestaande woningen, een van de lastigste opgaven in de energietransitie.
Een warmtepomp die werkt op geluid
De innovatie draait om een fundamenteel ander principe dan dat van traditionele warmtepompen. In plaats van een compressor met koudemiddel gebruikt de motor van BlueHeart geluidsgolven om warmte te verplaatsen.
“Wij maken eigenlijk de engine van de warmtepomp”, zegt CEO Michiel Hartman. “Die motor wordt geïntegreerd in een warmtepomp die door Ecoforest wordt gebouwd. Zij hebben de fabriek en de ervaring om er een compleet product van te maken.”
In het thermo-akoestische systeem bewegen drukgolven door een gesloten buis, aangedreven door zuigers die op een vaste frequentie trillen. Daardoor ontstaat een temperatuurverschil waarmee warmte kan worden opgepompt. Het systeem bevat geen compressor en ook geen koudemiddel.
Volgens Hartman levert dat verschillende voordelen op. “We werken met een geluidsgolf in plaats van een vloeistof die verdampt en condenseert”, zegt hij. “Daardoor heb je geen koudemiddel nodig en ook geen bewegende delen zoals in een klassieke compressor.”
Het gevolg is een eenvoudiger mechanisch systeem dat minder onderhoud zou moeten vragen en potentieel stiller kan functioneren.

Motor uit Nederland, warmtepomp uit Spanje
De ontwikkeling van het systeem gebeurt in een internationale samenwerking. BlueHeart levert de thermo-akoestische motor, terwijl Ecoforest uit Spanje de volledige warmtepomp ontwikkelt en produceert.
In Nederland speelt Eplucon een belangrijke rol bij de integratie, de ondersteuning in de ontwikkeling en installatie van de systemen. Het bedrijf ontwikkelt geïntegreerde energieconcepten voor gebouwen en zorgen dat techniek zoals warmtepompen, batterijen en aansturing niet los naast elkaar staan, maar samen één werkend energiesysteem vormen. Voor dit project heeft Eplucon de ontwikkeling van de machine uitgevoerd. Hierdoor bleef de snelheid hoog en liepen de communicatielijntjes kort.
Ook zijn de veldtesten door Eplucon geproduceerd en zijn hun klimaatkamers gebruikt voor het testen. Daarnaast zijn de testunits ook in bedrijf gesteld. “Je kunt het vergelijken met een auto”, zegt CEO Joost Folmer. “BlueHeart levert de motor, wij zorgen ervoor dat alles eromheen werkt als een volwaardige installatie in een woning.” Voorlopig worden de testmachines nog in Nederland opgebouwd. Wanneer het product marktrijp is, zal de serieproductie bij Ecoforest plaatsvinden.
Gericht op een moeilijk segment: bestaande woningen
De technologie richt zich nadrukkelijk op een probleem waar veel warmtepompen tegenaan lopen: bestaande woningen met traditionele radiatoren.
Veel huizen zijn ontworpen voor gasketels die water tot 55 à 80 graden Celsius leveren. Conventionele warmtepompen functioneren het efficiëntst bij veel lagere temperaturen, meestal rond 30 tot 40 graden Celsius. “Wil je in bestaande bouw overstappen op een conventionele warmtepomp, dan moet je vaak radiatoren vervangen of extra systemen plaatsen”, zegt Folmer. “Deze technologie kan juist hoge temperaturen leveren, waardoor je zonder grote aanpassingen van het gas af kunt.”
Ook Hartman ziet daar de grootste kans. “Eigenlijk gaat het om het vervangen van gasketels door elektrische systemen,” zegt hij. “Maar in bestaande bouw is dat vaak ingewikkelder. Wij denken dat we juist daar voordeel kunnen hebben.” Dat kan vooral relevant zijn voor woningen waar ingrijpende renovaties moeilijk zijn, zoals monumentale panden of oudere corporatiewoningen.
Eerste woning draait al
Na jaren van laboratoriumtests draait inmiddels een eerste onderzoeksinstallatie in een woning. Het gaat om een huis uit de jaren vijftig waar bewust zo min mogelijk aanpassingen zijn gedaan. “We hebben gezegd: zet hem eens neer in een woning uit 1950 waar eigenlijk niets aan veranderd wordt”, vertelt Hartman. “De leidingen blijven zitten, het huis wordt niet extra geïsoleerd. Werkt het dan nog steeds?”
Volgens hem blijkt dat in de praktijk het geval. “De woning wordt verwarmd, er wordt tapwater gemaakt en het systeem draait gewoon.” De installatie bevat nog veel meetapparatuur. “Het is echt een bèta-versie”, zegt hij. “Er zitten heel veel sensoren in en we meten van alles.”
Tien prototypes in testfase
Op dit moment draaien er verschillende prototypes van de warmtepomp. Die staan op verschillende locaties: in het laboratorium, in productieruimtes en in woningen. Ook in Eindhoven draaien systemen in corporatiewoningen waar live data wordt verzameld. Volgens Folmer zijn deze praktijktesten essentieel. “In het lab kan alles kloppen, maar pas in echte woningen zie je hoe een systeem zich houdt”, zegt hij. “Hoe bewoners stoken en hoe het systeem reageert op verschillende weersomstandigheden. Dat zie je alleen in de praktijk.” De testperiode moet minstens twee winters bestrijken om voldoende gegevens te verzamelen.
Efficiëntie nog in ontwikkeling
De huidige prestaties liggen nog onder het uiteindelijke doel, maar volgens de betrokken partijen past dat bij deze fase van ontwikkeling. Het uiteindelijke doel ligt bij een COP (prestatiecoëfficiënt) van 4 tot 5. De huidige prototypes halen waarden tussen 2 en 3. “Dat is wat we verwachten in deze fase”, zegt Folmer. “We zitten nog in de ontwikkel- en optimalisatiefase.”
Parallel aan de veldtesten werkt BlueHeart aan een nieuwe generatie van de motor, die eenvoudiger te produceren moet zijn. “De huidige versie zit met bouten in elkaar zodat we hem steeds open kunnen maken”, zegt Hartman. “Het eindproduct wordt dichtgelast. Je maakt hem, last hem dicht en daarna draait hij gewoon.”
Opschaling in voorbereiding
BlueHeart bereidt zich ondertussen voor op opschaling van de productie. In Heemskerk heeft het bedrijf een kleine productielocatie, maar er wordt gewerkt aan uitbreiding. Volgens Hartman is het doel om uiteindelijk tienduizenden motoren per jaar te produceren. “Wij hebben al een hal gehuurd waar we ongeveer twintigduizend units per jaar kunnen maken”, zegt hij. De motoren worden vervolgens naar Spanje gestuurd, waar Ecoforest ze in warmtepompen integreert. Eplucon zorgt voor de installatie in Nederland.
Marktintroductie voorzien voor 2027
Hoewel de warmtepomp inmiddels regelmatig op vakbeurzen wordt getoond, benadrukken de betrokken partijen dat het product nog niet commercieel beschikbaar is. De huidige planning gaat uit van een marktintroductie begin 2027. De eerste verkoop zal waarschijnlijk via het bestaande installateursnetwerk van Eplucon verlopen. Particuliere woningeigenaren zullen het systeem dus via installateurs kunnen aanschaffen.
Qua prijs verwachten de ontwikkelaars dat het systeem vergelijkbaar zal zijn met bestaande water/water-warmtepompen. Subsidie is er voorlopig nog niet, omdat het product nog niet officieel op de markt is. Zodra de serieproductie start, wordt het systeem aangemeld voor de Nederlandse warmtepompsubsidie, aldus Folmer.
Nieuw alternatief, geen wondermiddel
De ontwikkelaars zien hun technologie niet als vervanging van alle warmtepompen, maar als een nieuwe optie in een groeiend palet aan oplossingen. Volgens Folmer zal de energietransitie juist meerdere technieken nodig hebben. “Dit wordt niet dé oplossing voor alles”, zegt hij. “Maar het wordt wel een belangrijk alternatief voor bestaande woningen waar andere warmtepompen moeite hebben.” Of die belofte ook in de praktijk standhoudt, moet de komende jaren blijken. Met de lopende pilots komt de technologie voor het eerst echt in aanraking met de dagelijkse realiteit van woningen en daarmee met de echte test van elke energie-innovatie.



























