Geluid van warmtepompen: Verduurzamen zonder burenruzie
04.06.2026 Lenna van den Haak

Warmtepompen zijn inmiddels niet meer weg te denken uit de Nederlandse woonwijk. De techniek ontwikkelt zich snel, de vraag groeit en installateurs draaien overuren. Toch groeit tegelijkertijd een ander vraagstuk mee: geluidsoverlast.
Volgens Pieter van der Hoeven, medeoprichter van Geluidslabel.com, onderschatten veel installateurs nog altijd hoe belangrijk een goede geluidsberekening is. En dat terwijl juist daar kansen liggen om klanten beter te adviseren én problemen achteraf te voorkomen. “Installateurs focussen logischerwijs op rendement, capaciteit en een goed werkende installatie”, zegt Van der Hoeven. “Maar geluid hoort inmiddels net zo goed bij kwaliteit.”
Geluidslabel helpt installateurs om eenvoudig en snel te voldoen aan de wettelijke verplichtingen rondom het plaatsen van warmtepompen en airco’s. Installateurs zijn verplicht hun klanten schriftelijk en tijdig te adviseren over de geldende geluidsnormen en de mogelijke gevolgen van overschrijding daarvan. Hiervoor is een correcte geluidsberekening noodzakelijk. Omdat installateurs volgens het Burgerlijk Wetboek bovendien tot wel twintig jaar aansprakelijk kunnen blijven voor geplaatste installaties wanneer dit advies ontbreekt of onvoldoende is vastgelegd, is een betrouwbare werkwijze essentieel.
Geluidsregels blijken in praktijk ingewikkelder
De regelgeving rond warmtepompen staat vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Ondanks de complexe regelgeving, is de kern is helder: een warmtepomp mag op de erfgrens ’s nachts maximaal 40 decibel produceren en overdag 45 decibel. In de praktijk blijkt het toepassen van die regels niet zo eenvoudig.
Veel installateurs werken nog met vuistregels: voldoende afstand houden, unit niet direct onder een slaapkamerraam plaatsen en waar mogelijk beschut installeren. Maar volgens Van der Hoeven is dat lang niet altijd voldoende.
“Een buitenunit tegen een gevel gedraagt zich akoestisch anders dan een unit op een plat dak”, legt hij uit. “Ook schuttingen, ramen van buren en reflecties hebben invloed op de uiteindelijke geluidsbelasting.” Daardoor kan een installatie die op papier stil lijkt, in werkelijkheid toch voor klachten zorgen. Een geluidsberekening neemt deze invloeden mee in het eindresultaat.
Geluid wordt steeds vaker verkoopargument
Juist omdat consumenten zich bewuster worden van mogelijke overlast, ontstaat er volgens Van der Hoeven een nieuw verkoopargument voor installateurs. “Veel woningbezitters willen verduurzamen, maar zijn bang voor gedoe met de buren”, zegt hij. “Zeker oudere huiseigenaren zoeken vooral zekerheid.”
Installateurs die in de offertefase al een geluidsberekening meenemen, creëren volgens hem direct meer vertrouwen. Het laat zien dat niet alleen naar vermogen en COP wordt gekeken, maar ook naar leefbaarheid.
Dat kan bovendien onderscheidend werken in een concurrerende markt waarin offertes vaak dicht bij elkaar liggen. “De klant merkt dan: deze installateur denkt echt mee over de complete situatie.”
Overlast neemt toe in dichtbebouwde wijken
Dat geluidsoverlast geen theoretisch probleem meer is, blijkt volgens Van der Hoeven uit verschillende onderzoeken en praktijkervaringen.
Uit onderzoek van onder meer Milieu Centraal ervaart ongeveer 16 procent van de warmtepompeigenaren zelf wel eens hinder van het geluid van de installatie. Ongeveer 7 procent van de omwonenden meldt overlast. Daarnaast maakt inmiddels ruim 40 procent van de woningbezitters zich zorgen over geluid van warmtepompen in de omgeving.
Ook het RIVM waarschuwde eerder voor toenemende hinder, met name door slaapverstoring in dichtbebouwde gebieden. “Slaapverstoring heeft serieuze gevolgen voor gezondheid en welzijn”, zegt Van der Hoeven. Vooral in rijtjeswoningen, hofjes en compacte nieuwbouwwijken kan het probleem zich opstapelen wanneer meerdere woningen tegelijk verduurzamen.
Problemen achteraf zijn vaak duur
Volgens Van der Hoeven ontstaat het grootste risico wanneer geluid pas ná installatie aandacht krijgt. Dan blijken oplossingen vaak kostbaar.
Soms volstaat het aanpassen van instellingen of het plaatsen van een dichte schutting. Maar in andere gevallen zijn dure omkastingen nodig of moet de complete buitenunit worden verplaatst.
Daarbij speelt ook aansprakelijkheid een rol. “Veel installateurs realiseren zich onvoldoende dat zij verantwoordelijk kunnen worden gehouden wanneer een installatie niet aan de normen voldoet”, zegt hij. Zeker nu consumenten mondiger worden en gemeenten scherper letten op leefbaarheid, verwacht hij dat geluid steeds vaker onderdeel wordt van discussies achteraf.
Gemeenten kijken steeds kritischer
Ook gemeenten worstelen volgens Van der Hoeven met de balans tussen verduurzaming en wooncomfort. De energietransitie vraagt om grootschalige toepassing van warmtepompen, maar tegelijkertijd willen gemeenten voorkomen dat woonwijken akoestisch onder druk komen te staan.
Toch hoeft geluid volgens hem geen rem op de energietransitie te worden, mits installateurs het onderwerp serieus meenemen. “Als installaties zorgvuldig worden geplaatst en goed worden doorgerekend, hoeft geluid helemaal geen probleem te zijn.” Daar ligt volgens hem juist een belangrijke rol voor de installatiesector.
‘Maak gewoon die berekening’
De belangrijkste boodschap van Van der Hoeven aan installateurs is uiteindelijk opvallend praktisch. “Denk vooraf vijf minuten extra na over de vraag: gaat deze warmtepomp hier mogelijk overlast veroorzaken?”
Volgens hem zou een geluidsberekening net zo standaard moeten worden als het bepalen van het benodigde vermogen van een installatie. “Een goede warmtepompinstallatie verwarmt niet alleen efficiënt”, besluit hij. “Die zorgt er ook voor dat buren gewoon rustig kunnen slapen.”




























