Warmtecollectoren onder kunstgras wint aan populariteit
Terug
Kunstgrasvelden worden op verschillende plekken in Nederland ingezet als bron voor duurzame warmte. In Zwolle liggen sinds 2022 twee proefvelden met warmtecollectoren onder het kunstgras. Inmiddels wordt de techniek ook onder meer toegepast in Zaanstad en Den Haag, waar de gewonnen warmte wordt gebruikt voor onder meer een zwembad, basisscholen en een kinderdagverblijf.
De warmtecollectortechnologie is inmiddels door meerdere Nederlandse bedrijven ontwikkeld. Het principe is relatief eenvoudig: kunstgras warmt onder invloed van de zon sterk op. Onder het veld liggen leidingen waarin water wordt verwarmd door zowel zoninstraling als de warmte van het veld. Die warmte kan vervolgens worden opgeslagen en naar gebouwen in de omgeving worden getransporteerd.
De toepassing is interessant omdat sportvelden vaak een groot oppervlak hebben en midden in woonwijken liggen. Daarmee kunnen ze naast hun sportfunctie mogelijk ook onderdeel worden van de lokale energievoorziening.
Eerste pilots in Zwolle
Een van de eerste Nederlandse proeven met de techniek vond plaats in Zwolle. Daar werden in 2022 bij sportcomplex Marslanden en voetbalvereniging Be Quick ’28 twee proefvelden aangelegd binnen het project ‘Energiek en cool sporten!’.
Onder beide kunstgrasvelden kwamen zonnecollectoren te liggen. De proef moest inzicht geven in de hoeveelheid warmte die uit een sportveld kan worden gewonnen en in de mogelijkheden om die warmte via een installatie en distributienet beschikbaar te maken voor woningen en andere gebouwen. De Zwolse proef was bovendien gericht op een tweede effect. Door warmte onder het veld af te voeren, kon de temperatuur direct boven het kunstgras volgens de gemeente met maximaal 15 graden dalen. Dat kan het sporten op warme dagen comfortabeler maken en mogelijk bijdragen aan het voorkomen van blessures.
Bij de pilot op sportcomplex Marslanden werken onder meer de gemeente Zwolle, de provincie Overijssel, Aendless Energy, Sport Innovator, Antea Sport en de Universiteit Twente samen. De projecten kwamen voort uit een innovatie-uitvraag van de provincie Overijssel naar nieuwe manieren om energie op te wekken. Voor de gemeente levert de proef tegelijkertijd kennis op over alternatieve warmtebronnen die in de toekomst kunnen worden ingezet voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving.
Collectorveld gekoppeld aan zwembad in Zaanstad
De technologie krijgt inmiddels ook een concrete toepassing in Zaanstad. Als onderdeel van de verduurzaming van Sportpark Hoornseveld is bij voetbalvereniging ZVC’22 in maart 2026 een collectorveld aangelegd. Onder het kunstgras liggen leidingen die zonne-energie en warmte uit het veld opvangen.
Het systeem is verbonden met het nabijgelegen zwembad De Slag. De warmte kan daar worden gebruikt voor de verwarming. Daarnaast wordt gekeken naar de mogelijkheid om de warmte in de toekomst beschikbaar te stellen aan het warmtenet in Zaandam-Oost. De gemeente Zaanstad heeft hiervoor een marktconsultatie gehouden. Daarmee wil de gemeente onderzoeken of marktpartijen belangstelling hebben om de warmtebron over te nemen of te exploiteren.
Het project laat daarmee een andere mogelijke toepassing zien dan de Zwolse pilots: een sportveld wordt rechtstreeks gekoppeld aan een bestaande warmtevrager in de omgeving.
Den Haag gebruikt sportveld voor scholen
Ook Den Haag is in april dit jaar gestart met de aanleg van een collectorveld onder een kunstgrasveld. De gemeente wil de warmte gebruiken voor drie basisscholen en een kinderdagverblijf in de wijk Moerwijk.
Het systeem slaat de warmte die het kunstgras opneemt op in de bodem. Op een later moment kan die opgeslagen warmte worden benut voor de verwarming van de aangesloten gebouwen.
De scholen gebruiken nu nog aardgas. Volgens de gemeente kan het aardgasgebruik door de nieuwe warmtevoorziening met 75 procent worden verminderd. Dat zou jaarlijks ongeveer 30.000 kilogram CO₂-uitstoot schelen.
Het Haagse project moet in de loop van 2026 in gebruik worden genomen. De eerste resultaten worden begin 2027 verwacht. De gemeente beschouwt het collectorveld als een proeflocatie om ervaring op te doen met warmteopslag en het terugwinnen van warmte uit sportvelden. Den Haag ziet daarbij een grote potentiële schaal. De stad beschikt over meer dan 200 sportvelden. Als blijkt dat een collectorveld voldoende warmte kan leveren voor gebouwen in de directe omgeving, kunnen volgens de gemeente meer sportlocaties worden ingezet als lokale energiebron.
Volgens Leander Lignac, specialist duurzame sportfaciliteiten bij Kenniscentrum Sport & Bewegen, is juist die combinatie interessant. Nederland heeft weinig ruimte en sportvelden liggen vaak op locaties waar ook een warmtevraag aanwezig is.
“Wanneer velden niet alleen voor sport, maar ook voor duurzaamheidsdoelen kunnen worden gebruikt, maken we deze voorzieningen toekomstbestendiger”, stelt Lignac. Een bijkomend voordeel is dat het systeem het kunstgras in de zomer koelt. Dat kan het speeloppervlak comfortabeler maken tijdens hete dagen.
1.250 kunstgrasvelden
De mogelijke toepassing gaat verder dan de huidige pilots. Nederland telt volgens de initiatiefnemers minimaal 1.250 voetbalvelden met kunstgras. Bij grootschalige toepassing van de warmtecollectortechnologie zou volgens de berekeningen maximaal 0,45 megaton CO₂ per jaar kunnen worden vermeden. Ook bij de renovatie van bestaande velden wordt naar de technologie gekeken. Amsterdam en Haarlem werken samen met SRO aan de vernieuwing van meer dan 250 kunstgrasvelden binnen het Scale Up-initiatief. Waar mogelijk kan de warmtecollectortechnologie daar worden meegenomen.
De komende jaren moeten de pilots duidelijk maken hoeveel warmte een veld daadwerkelijk kan leveren, hoe efficiënt die warmte kan worden opgeslagen en getransporteerd en welke businesscase daarbij hoort.























