De energietransitie is ver weg voor huishoudens met een lege portemonnee en een vol hoofd

Terug
30.09.2026 Column
Marieke Vollering Directeur Stichting Energiebank Nederland
De energietransitie is ver weg voor huishoudens met een lege portemonnee en een vol hoofd

We komen via onze 30 lokale energiebanken bij veel huishoudens thuis die moeite hebben met het betalen van de energierekening. Zij betalen meer dan 12 procent van het besteedbaar inkomen aan energie (CBS). Ter vergelijking: een doorsnee Nederlands huishouden geeft gemiddeld zo’n 5 procent van het inkomen uit aan de energierekening. Meer dan een half miljoen huishoudens zit in deze situatie en de verwachting is dat dat aantal sterk verder zal groeien.

Energiearmoede is bijna altijd onderdeel van grotere armoedeproblematiek. Hierdoor zijn er veel bewoners die gedwongen kiezen tussen koken en stoken. TNO berekende in 2024 dat 124.000 huishoudens niet voorkomen in de energiearmoedecijfers omdat ze hun huis nauwelijks durven te verwarmen. Met alle gevolgen van dien: vocht- en schimmelproblematiek zorgt voor luchtwegproblemen, een oncomfortabel huis leidt tot sociale isolatie en lagere leerprestaties bij kinderen. Het wrange is dat deze groep inwoners, door de lage rekening, ook nog eens buiten beeld blijft voor financiële compensatie als die uit het Tijdelijk Noodfonds Energie.

De energietransitie is vaak ver weg voor hen. Ongeveer 80 procent woont in een huurwoning, waardoor ze beperkt invloed hebben op verduurzaming van de woning en energiebron. Voor huiseigenaren met energiearmoedeproblematiek geldt dat ze onvoldoende financiële en mentale ruimte hebben om zelf in actie te komen. Zij profiteren daarmee niet van de voordelen van de transitie, terwijl zij wel meebetalen aan de benodigde investeringen in het net: via gestegen netbeheerderkosten en belastingen.

De structurele oplossing hiervoor is verduurzaming. We pleiten ervoor dat het kabinet de komende jaren inzet op versnelde verduurzaming van de slecht geïsoleerde woningen waar deze groep inwoners in woont. Gelukkig gebeurt er op dit gebied veel: we zien dat woningcorporaties hard aan de slag zijn met de verduurzaming van hun woningvoorraad en dat gemeenten steeds meer doen voor ondersteuning van hun bewoners.

Waar nog een wereld te winnen is, is het betrekken van het sociaal domein bij deze opgave. Zowel op landelijk als gemeentelijk beleidsniveau. Voor veel beleidsmakers binnen het duurzaamheidsdomein is de energietransitie met name een technische transitie. Hierdoor vertaalt goed bedoeld beleid zich niet altijd naar de praktijk achter de voordeur. We komen als Energiebank veel voorbeelden hiervan tegen: regelingen waar huishoudens zich online voor moeten aanmelden en verduurzamingssubsidies voor deze inkomensgroep waarbij eerst de helft moet worden voorgeschoten. Bij de aanleg van warmtenetten speelt hetzelfde: wie bewoners niet weet te bereiken, krijgt ze ook niet aangesloten.

Ook wordt gekozen voor communicatiekanalen en taal die niet aansluiten bij de behoeften van de inwoners die de hulp het hardst nodig hebben. Een gemeentelijke brief wordt niet opengemaakt, een inlooppunt in de wijk niet bezocht en duurzaamheidsinitiatieven communiceren over warmtepompen, zonnepanelen en slimme energiesystemen. Allemaal relevante onderwerpen. Maar het sluit beperkt aan bij de leefwereld van mensen die nu de energierekening niet kunnen betalen.

Daarom; betrek het sociaal domein bij de aanpak. Op gemeentelijk niveau werken zij, voor allerlei andere onderwerpen, al nauw samen met wijkteams, welzijns- en vrijwilligersorganisaties. Dit type initiatieven en organisaties weet de barrières wel te overwinnen. Zij hebben namelijk een netwerk in de wijk, kennen de inwoners en spreken hun taal. Ook kunnen zij aanvullende hulp bieden, indien dat nodig is.