Publieke warmtenetten winnen langzaam terrein maar aandacht voor het perspectief van bewoners blijft cruciaal

01.06.2026 Sjoerd Rispens

Publieke warmtenetten winnen langzaam terrein maar aandacht voor het perspectief van bewoners blijft cruciaal

De warmtetransitie barst van de innovatieve ideeën en enthousiaste mensen, maar op het uitvoerende vlak komen de meeste problemen naar voren. Een publiek warmtebedrijf is een van de vele manieren waarop veel bewoners tegelijk van het gas af kunnen. Uitvoerende warmtebedrijven en gemeenten hebben veel moeite om mensen te bereiken en te enthousiasmeren. En heeft een publiek warmtenet zich al bewezen? Warmte365 spreekt met Jan Zuilhof van klimaatstichting HIER dat samenwerkt met gemeenten en bewonersinitiatieven en onder andere als doel heeft om de omgeving energiezuinig en aardgasvrij te maken.

Het bereiken van mensen om mee te doen in de warmtetransitie is veruit het grootste probleem waar gemeenten, maar eigenlijk elke club, tegen aan loopt, zegt Zuilhof. “Er zijn oprecht veel mensen die zelf in beweging komen en het leuk vinden om te experimenteren. Zij vinden het soms ook niet erg als ze hun investeringen niet helemaal terugverdienen. Maar we zijn nu bij die grote groep aangekomen die niet zo makkelijk te bewegen is.”

“Ik zie het in mijn eigen gemeente ook. Je moet echt alle deuren langs. Als je niet zelf heel actief naar mensen toegaat hoor je helemaal niks.” HIER ondersteunt gemeenten door ze te helpen bij bewonerscommunicatie. Bijvoorbeeld door afbeeldingen beschikbaar te stellen die gemeenten voor flyers kunnen gebruiken, maar ook door samen te kijken hoe kansrijk hun communicatiemiddelen zijn als ze de brede middengroep willen bereiken.

Om gemeenten en bewonersorganisaties te helpen om mensen toch te bereiken moeten zij volgens Zuilhof vooral inzetten op netwerken die lokaal al aanwezig zijn. “Het werkt vaak beter als een boodschap wordt gebracht door iemand uit de buurt die al vertrouwd wordt. Dat kan gewoon via een gesprek met een buurman- of vrouw zijn, maar misschien is er ook wel een ingang via de kerk of moskee. Want de gemeente kan wel mooie brieven schrijven met informatie, sommigen vinden dat nuttig maar anderen kijken daar niet eens naar. Dus je moet dichterbij komen om ze bewust te maken.”

“Dat kan je als gemeente helemaal zelf doen, maar dat kost veel tijd”, gaat Zuilhof verder. “Bovendien gaan niet zomaar alle deuren open. Dan is het verstandiger om het lokaler aan te pakken en samen te gaan werken met buurtinitiatieven. Wij hebben met vijf partijen de Participatiecoalitie opgezet. Met dit programma ondersteunen we bewonersinitiatieven en gemeenten bij het benutten van de kracht van die lokale netwerken.”

Nog niet duidelijk welke kant het op gaat

Een van de uitvoeringsmogelijkheden is een publiek warmtebedrijf. Dat zijn energiebedrijven die voor meer dan 50 procent in handen zijn van overheden, zoals gemeenten of provincies. Lokale bewonersinitiatieven kunnen er ook bij aansluiten.

 “Ik vind het een interessante ontwikkeling, maar het is mij nog niet helemaal duidelijk welke kant het op gaat”, zegt Zuilhof daarover. “Sommige gemeenten hebben al een warmtebedrijf, in dat geval hoef je het alleen maar uit te breiden. Ik zie in het veld een grote splitsing tussen gemeenten die een gemeentelijk warmtebedrijf willen of provinciaal. Wat het meest effectief wordt, durf ik nog niet te zeggen.”

Landelijk lopen er gesprekken over de warmtebedrijven van Eneco, Vattenfall en Ennatuurlijk om door de overheid overgenomen te worden. “Ik denk dat dat wel een goed idee is”, zegt Zuilhof. “Bij die bedrijven zit veel kennis en ervaring die nodig is om warmtenetten te ontwikkelen, aan te leggen en exploiteren. Het is handig om dat te behouden.”

“Het is niet zo dat iedereen al staat te springen om een publiek warmtebedrijf”, gaat Zuilhof verder. “Niet iedereen heeft vertrouwen in de overheid. Maar een groot voordeel van een publiek warmtebedrijf is dat je geen discussie meer hebt over dat het geld alleen maar naar de aandeelhouders gaat. Overheden kunnen makkelijker sturing houden en eerlijke tarieven hanteren. Maar daarmee is niet gezegd dat het allemaal goedkoper wordt voor bewoners.”

Er zijn al wel succesvolle voorbeelden, geeft Zuilhof aan. “In Wageningen zijn ze al ver, daar zijn meerdere partijen gedeeltelijk eigenaar.  In Muiderberg zijn ze ook al ver en in Groningen is een initiatief waarbij participatie met woningeigenaren voor het warmtenet wordt verzorgd door de lokale energiecoöperatie. Er zijn dus heel veel varianten. Als persoon zeg ik dat het goed is dat je met een publiek warmtebedrijf kijkt hoe je de transitie op een openbare manier kan regelen.”

Hopen dat kennis in huis blijft

In Noord-Brabant is begin vorig jaar een intentieovereenkomst getekend tussen EBN en de provincie om een warmtebedrijf op te zetten. Zuilhof ziet nog een voordeel wanneer dat soort partijen de handen ineenslaan. “Het is efficiënt om sommige zaken centraal te regelen. Dat kan zorgen voor tijdswinst. En wanneer het fout gaat kan een bedrijf met meerdere projecten makkelijker diep in de buidel tasten dan een bewonersinitiatief. Maar er zit wel een risico aan vast, het wordt groter en afstandelijker. Zo’n bedrijf komt misschien minder makkelijk achter de voordeur dan een initiatief uit de buurt. Het blijft belangrijk om goed te kijken naar hoe samengewerkt kan worden met bewoners om tot voldoende enthousiasme te komen.”

“Het helpt dan wel als bewoners en overheid het met elkaar eens zijn over wat een goede oplossing is voor de buurt. Op hoofdlijnen kan je wel zeggen dat als de overheid ergens binnenkomt en zegt: we gaan het zo en zo doen het enthousiasme onder bewoners niet super groot is”, besluit Zuilhof. “Je moet er altijd voor zorgen dat er enthousiasme is onder bewoners en dat bereik je het beste door te beginnen met de vraag aan bewoners wat ze belangrijk vinden bij een aardgasvrije oplossing. Dat is niet alleen geld. Ook ruimtebeslag, geluidhinder en de extra maatregelen in de woning vinden mensen belangrijk.”

Stichting Hier organiseert binnenkort een webinar over de aanpak van Oog voor Warmte en de gemeente Utrecht om in de wijk Oog in Al samen met bewoners te kiezen voor een middentemperatuur warmtenet.