SER: Energietransitie stokt zonder mensgerichte en uitvoerbare aanpak
30.03.2026 Sjoerd Rispens

Binnen Nederland is de algehele wil om te verduurzamen aanwezig bij huishoudens en bedrijven, maar zij lopen in de praktijk vaak tegen belemmeringen aan. Om de snelheid van de energietransitie vast te houden heeft de Sociaal Economische Raad (SER) een advies uitgebracht. Hierin pleit de SER voor een haalbare en uitvoerbare verduurzaming van de gebouwde omgeving. Beleid en uitvoering moeten beter aansluiten op de praktijk, zodat iedereen mee kan doen.
In het adviesrapport geeft de SER aan dat verduurzaming nodig en zelfs essentieel is voor de toekomstige welvaart. Verduurzaming zorgt voor een betaalbare en beheersbare energierekening, een fijne leef- en werkomgeving en het helpt in de strijd tegen klimaatverandering. Maar ondanks die wetenschap en goede bedoelingen lukt het lang niet altijd om dit in de praktijk te brengen.
Verduurzaming kan niet lukken door oorzaken die buiten de macht van mensen of bedrijven liggen, zoals netcongestie. Andere oorzaken zijn een gebrek aan financiële middelen, belemmeringen in de privésfeer of ze zijn juist afhankelijk van de verhuurder of Vereniging van Eigenaren (VVE) die er bijvoorbeeld niet aan wil beginnen. Daar komt nog bij dat verduurzaming een ingewikkeld fenomeen is, waar je precies moet beginnen kan al heel onduidelijk zijn. En ze komen soms niet aan verduurzaming toe, omdat ze andere prioriteiten hebben, opzien tegen gedoe of terughoudend zijn door instabiel overheidsbeleid.
De SER pleit daarom voor een beleidskader en uitgewerkte aanpak die aansluiten bij de huidige praktijk van huishoudens en ondernemers. De energietransitie in de gebouwde omgeving raakt aan de dagelijkse woon- en werkomgeving van mensen. De effecten van de transitie zijn steeds zichtbaarder en voelbaarder. De haalbaarheid en betaalbaarheid van verduurzaming staan onder druk. “Willen we als samenleving de energietransitie laten slagen, dan is een mensgerichte en inclusieve aanpak onontbeerlijk. De energietransitie mag voor niemand onbereikbaar zijn en bestaande verschillen in de samenleving niet vergroten”, aldus de SER.
Consistent en voorspelbaar beleid
In het advies noemt de SER negen maatregelen die voor verbetering moeten zorgen. De eerste maatregel is dat er een begrijpelijk verhaal moet worden verteld dat aansluit bij de belangen en zorgen van huishoudens, bedrijven en ondernemers. Er moet een narratief komen dat duidelijk maakt waarom verduurzaming nodig is en wat het oplevert. Daarnaast moet dat vanuit alle ministeries als gezamenlijke verklaring komen. De SER benadrukt dat er absoluut realisme moet bestaan over de kosten van het wel en niet verduurzamen. Het moet ook rechtvaardig zijn, zodat niemand achterop raakt.
De tweede maatregel luidt dat er consistent en voorspelbaar beleid moet komen door duidelijkheid en opvolging en voldoende aanpastijd. Dat is volgens de SER een randvoorwaarde. “Beleid kan niet tot in de eeuwigheid vaststaan, maar wijzigingen mogen niet leiden tot een vermindering van investeringsbereidheid, verlies aan draagvlak voor en uitvoerbaarheid van de opgave.”
Als derde stelt de SER voor dat er op termijn duidelijkheid komt over welke route we precies gaan nemen om de gestelde doelen voor 2030 en 2050 te halen. Huishoudens en ondernemers staan nu voor investeringsbeslissingen die doorwerken na 2030. Er heerst op dit moment al veel onduidelijkheid over de route in de eerste jaren na 2030, onder andere doordat belangrijke regelingen slechts gelden tot 2030. Op het gebied van beleid is het pad tussen 2030 en 2050 nog nauwelijks uitgewerkt. Dat creëert volgens de SER onzekerheid en werkt ook vertraging in de hand, voor alle betrokkenen. Beleid dat duidelijkheid schept versnelt de transitie.
De volgende maatregel van de SER is de verduurzaming de komende jaren te stimuleren door in te zetten op een houdbaar en geloofwaardig subsidiepakket. Het klimaat en de omstandigheden waarin mensen moeten verduurzamen moet zo aantrekkelijk en gemakkelijk mogelijk zijn. Daarom adviseert de SER om beleidsmakers te laten onderzoeken hoe subsidies en regelingen kunnen worden gebundeld en breder toepasbaar gemaakt kunnen worden. Dat zorgt voor meer zekerheid. Daarnaast adviseert de SER om binnen de bestaande regelingen meer oog te hebben voor knelpunten waar mensen tegenaan lopen.
Oog voor kennisverspreiding
De vijfde maatregel is om de vindbaarheid en de toegankelijkheid van informatie en kennis te vergroten. Dit kan een goede oplossing zijn voor de mensen die geen idee hebben waar ze moeten beginnen. Om dit te doen is het noodzakelijk dat overheidsinstanties hun informatie slimmer inrichten en laten aansluiten bij de zogenoemde ‘klantreis’ van mensen. De SER steunt de voornemens rondom het Energiehuis, om zo huishoudens en ondernemers een duidelijk en betrouwbaar startpunt te geven en (op termijn) proactief huishoudens en ondernemers te bewegen tot verduurzaming. Specifieke aandacht vergt de toegankelijkheid voor mensen die minder (digi)taalvaardig zijn.
Als zesde aandachtspunt moeten lokale collectieve initiatieven voor verduurzaming ondersteund worden. Die kunnen helpen om knelpunten uit de praktijk te voorkomen. Lokale initiatieven kunnen helpen om bestaande praktijkvoorbeelden van verduurzaming en kennis toegankelijk te maken en te delen, waardoor huishoudens en ondernemers niet ieder afzonderlijk het wiel hoeven uit te vinden. De overheid kan voorwaarden creëren die lokale collectieve initiatieven ondersteunen, bijvoorbeeld via een gericht fonds of door regelingen die nu alleen beschikbaar zijn voor individuele huishoudens of ondernemers ook beschikbaar te maken voor kleinschalige collectieve initiatieven.
Van beleid naar praktijk
Het volgende advies is om normerend beleid in te voeren dat aansluit bij de praktijk van huishoudens en bedrijven. Tegen verplichtingen bestaat de nodige weerstand, maar de SER wijst op de voordelen: het geeft duidelijkheid over de gewenste richting, de mate van verduurzaming en het tijdspad. De raad geeft nog enkele specifieke overwegingen mee voor huiseigenaren en ondernemers: Verken de mogelijkheid om huishoudens op natuurlijke momenten het energielabel van hun koopwoning te laten verbeteren.
Zorg voor een praktische werkbare normering voor kleine ondernemers. Voor ondernemers is het ook belangrijk om verduurzamingsverplichtingen te koppelen aan natuurlijke momenten. Op deze manier blijven kosten beheersbaar, zijn verduurzamingsinvesteringen meer gekoppeld aan hun financiële horizon en wordt het bedrijfsproces minimaal verstoord.
De achtste maatregel is om een beleidsaanpak te maken die aansluit bij de specifieke belangen en behoeften van groepen die nu niet meekunnen in het proces. De SER adviseert om oplossingen te zoeken die echt aansluiten bij de knelpunten die spelen bij die specifieke doelgroepen. Het gaat hier niet alleen om doelgroepen in een financieel kwetsbare positie, maar juist ook om doelgroepen die sociale en maatschappelijke knelpunten ervaren (zoals een gebrekkige gezondheid en de onmogelijkheid om leningen af te sluiten op hoge leeftijd).
Hiervoor is verbinding van het fysieke en sociale domein nodig, plus samenwerking tussen gemeenten en het Rijk. “Overweeg daarom langjarige financiering voor het netwerk van lokale sociaal-maatschappelijke energie-hulpinitiatieven”, aldus de SER.
En als laatste adviseert de SER om structurele maatregelen te nemen waar mogelijk. Huishoudens in energiearmoede die zelf geen maatregelen kunnen treffen, zijn het meest geholpen met investeringen in structurele maatregelen die een langdurig effect hebben, zoals isolatie en energiebesparing.



























