Participatiedeskundige: ‘de warmtetransitie begint bij luisteren'

27.05.2026 Lenna van den Haak

Participatiedeskundige: ‘de warmtetransitie begint bij luisteren

De warmtetransitie wordt vaak gezien als een technische of bestuurlijke opgave, maar volgens Marianne Zuur ligt de grootste uitdaging ergens anders: bij mensen. Als participatiedeskundige met kennis van breinwetenschap, psychologie en veranderkunde en auteur van het net uitgekomen boek: Handboek bewonersparticipatie in de warmtetransitie, begeleidt zij gemeenten en bewoners bij trajecten rondom aardgasvrij wonen. Daarbij draait haar werk niet om het verkopen van oplossingen, maar het faciliteren van wederzijds begrip, rust en vertrouwen.

Zuur merkte dat er in bijeenkomsten van gemeenten over de warmtetransitie vaak te weinig tijd was om echt de diepte in te gaan. “Ik merkte juist dat het niet lukte om de onderbouwing van de essentie van mijn visie uit te leggen, terwijl dat juist tot een betere aanpak leidt. Toen dacht ik: ik moet het gewoon opschrijven.”

Het boek is bedoeld voor professionals binnen gemeenten en participatietrajecten en bewoners geschreven. “Ik wil dat bewoners het ook kunnen lezen. Uiteindelijk gaat dit onderwerp over hun leefwereld.” Volgens Zuur ligt daarin ook de kern van de warmtetransitie. “Niet alleen techniek of beleid, maar mensen die zelf en samen proberen hun leefomgeving toekomstbestendig te maken.”

‘De warmtetransitie begint niet bij overtuigen, maar bij luisteren’
“Veel professionals beginnen bij informeren en stimuleren. Bijvoorbeeld met subsidies. Dat gaat vaak gepaard met verleiden en overtuigen”, vertelt Zuur. “Maar dat werkt niet wanneer mensen in verwarring of onzekerheid zitten. Dan staan ze niet open om informatie te ontvangen. Wat mensen dan nodig hebben, is een luisterend oor. Opdat ze hun gedachten kunnen ordenen en plek geven.”

Techniek én emoties
“Van huis uit ben ik jurist, maar ik werkte altijd in technische omgevingen. Ik heb mezelf aangeleerd om net zo lang door te vragen totdat technici het in gewone taal konden uitleggen. Dat gebruik ik nu om complexe informatie begrijpelijk te maken.”

Volgens haar raakt de warmtetransitie mensen direct in hun dagelijks leven. “Bij rioleringswerkzaamheden of een nieuw speeltuintje hoef je mensen niet te vragen om duizenden euro’s uit te geven of hun woning te verbouwen. Bij de warmtetransitie wel.”

Dat zorgt voor onzekerheid over de vraag of ze regie over hun portemonnee verliezen. En over de vraag of hun woning geschikt is. “Mensen krijgen een soort error in hun hoofd. En dan helpt het niet om nog meer informatie over ze uit te storten.” Daarom begint goede participatie volgens haar met luisteren. “Je moet eerst ruimte geven aan verwarring, emoties en onzekerheid. Mensen moeten dat plek geven voordat ze openstaan voor informatie. Luisteren helpt dan. En mensen willen serieus genomen worden in hun zorgen. Ook daar is luisteren de eerste stap voordat ze openstaan voor informatie.”

Waarom bewonersavonden tekortschieten
Volgens Zuur bereiken gemeenten met bewonersavonden een beperkt deel van de wijk. “Je krijgt meestal twee groepen: mensen die al enthousiast zijn en mensen die bezorgd en boos zijn. Het stille midden zie je niet.”

Alle groepen zijn even belangrijk. Maar de middengroep is wel de grootste groep. Wij werken huis aan huis omdat we iedereen willen bereiken en horen. En aan de deur kun je maatwerk bieden: tips van de koplopers, zorgen van de boze mensen, en allerlei overwegingen van de middengroepen. Daarom werkt haar team regelmatig huis-aan-huis.

“Wij komen niets verkopen. Dat maakt een enorm verschil. We luisteren, stellen vragen en proberen mensen een stapje verder te helpen.”

Tijdens die gesprekken merkt ze hoe verschillend bewoners in het proces zitten. “De één zegt: ‘Ik snap er helemaal niets meer van.’ Een ander wil weten welke vervolgstap slim is.”

Volgens Zuur draait participatie daarom om maatwerk. Soms betekent dat vooral luisteren en geruststellen. Soms gaat het om uitleg over isolatie, subsidies of mogelijke warmteopties. En in de huidige ronde gaat het ook vaak over wat de bewoner kan doen om zijn overschot zonnestroom op te vangen.

Daarnaast probeert haar team vertrouwen te herstellen. “Veel mensen hebben het gevoel dat ze worden gestraft. Ze noemen het verdwijnen van de salderingsregeling, hogere kosten voor elektrische auto’s of onzekerheid over subsidies. Dan begrijp ik heel goed dat mensen wantrouwend zijn.”

“Participatie gaat niet over draagvlak ophalen”
Een belangrijk punt voor Zuur is dat participatie vaak verkeerd wordt ingezet. “Gemeenten vragen soms: kunnen jullie draagvlak ophalen voor een warmtenet? Maar dat doen wij niet.”

Volgens haar draait participatie niet om het verkopen van een vooraf gekozen oplossing. “Wat wij doen, is uitleggen welke opties er zijn en bewoners helpen helder te krijgen wat zij belangrijk vinden Opdat ze wanneer het zover is hun voorkeur kunnen bepalen.”

Marianne Zuur gaat huis-aan-huis langs tijdens buurtparticipatie warmtetransitie

Huis-aan-huis als inclusieve aanpak
Veel gemeenten vinden huis-aan-huisgesprekken spannend, merkt Zuur. Toch ziet zij het als één van de weinige manieren om echt inclusief te werken.

“Een klankbordgroep bestaat meestal uit hooguit dertig bewoners. Dat is vaak nog geen procent van de wijk. Zo’n groep is zelden representatief samengesteld: jongeren doen vaak niet mee, net als mensen die weinig tijd hebben, denk aan bewoners met een jong gezin, tweeverdieners met volle werkdagen, en bewoners die niet houden van praatgroepen maar juist graag wat willen doen.”

Door letterlijk de wijk in te gaan, probeert haar team een veel grotere groep bewoners te bereiken. “Wij streven naar negentig procent respons in een wijk. Dat geeft een veel realistischer beeld.”

Bovendien levert die aanpak waardevolle informatie op. “Energielabels zijn vaak verouderd. Aan de deur horen we wat mensen al hebben gedaan en waar ze tegenaan lopen. Verder kun je bij een grote groep misinformatie weghalen. En bewoners ook echt een stap verder helpen in hun klimaatavontuur.”

Wantrouwen en weerstand
Participatieprocessen verlopen volgens Zuur niet altijd soepel. Vooral wanneer er vroeg in een traject al onrust ontstaat. Bijvoorbeeld doordat te snel wordt gecommuniceerd over mogelijke verplichtingen rondom aardgasvrij wonen. “Dan krijgen mensen het gevoel dat de gaskraan dichtgedraaid zal worden zonder keuzevrijheid.”

Volgens haar ontstaat weerstand vaak wanneer informatie sneller gaat dan bewoners kunnen verwerken. “Dan ontstaat ruimte voor misinformatie en wantrouwen.” Wat helpt volgens haar wel? “Blijven luisteren en feitelijke informatie geven. Bijvoorbeeld laten zien dat er woningen in dezelfde straat al succesvol zijn geïsoleerd.”

De warmtetransitie als gedragsverandering
Volgens Zuur wordt de warmtetransitie nog te vaak gezien als een ruimtelijk project, terwijl het eigenlijk draait om een veranderopgave. “Uiteindelijk moet iedere bewoner zelf beslissingen nemen over zijn woning. Dat vraagt tijd.” Daarom vindt ze dat participatie veel eerder moet beginnen, al in de verkenningsfase van projecten. “Dan kun je bewoners laten nadenken over wat zij belangrijk vinden voordat er keuzes worden gemaakt.” Tijdens gesprekken merkt haar team bovendien dat bewoners vaak breder kijken dan alleen warmte. “Mensen maken zich zorgen over netcongestie, zonnepanelen en het verdwijnen van de salderingsregeling.”

Volgens Zuur liggen daar juist kansen voor gemeenten. “Bewoners komen vaak zelf met ideeën, bijvoorbeeld om lokaal energie te delen, of voor collectieve inkoop samen met de straat. Het mooiste zou zijn als gemeenten zulke initiatieven zouden ondersteunen. Dan kun je de kiem van beweging die er al is helpen versterken, verbreden en versnellen.”