‘Externe opwekcentrales zijn simpelweg niet nodig’
05.03.2026 Lenna van den Haak

Aan de keukentafel in zijn woning in Teteringen (Breda), gebeurt het allemaal. Om geen papier en inkt te verspillen, heeft Henk van Houten, alle ‘paperassen’ keurig van tevoren gemaild, zodat niets aan het toeval wordt overgelaten. Een businesscase over energiegebruik en verbruik op wijkniveau, de investeringen en verdiensten en vooral, met welke apparatuur en producten dit nu al mogelijk is. Onder het genot van niet één maar twee kopjes koffie, vertelt Henk dat het niet alleen een mening is, maar dat het ook kan!
Waarom Henk van Houten pleit voor lokale energie, collectief eigendom en systeemdenken
Die gedrevenheid komt niet uit het niets. De oorsprong van Van Houtens fascinatie voor energie en verantwoordelijkheid ligt al in de jaren tachtig. In december 1986 vindt in Groningen voor het eerst een aardbeving plaats. De oorzaak is op dat moment nog onduidelijk.
Van Houten is dan student en herinnert zich dat moment scherp. “Ik weet nog dat ik dacht: hoe kan dit? Dit klopt niet.” Jaren later wordt duidelijk dat de bevingen het gevolg zijn van gaswinning. Voor Van Houten was dat het kantelpunt. “Toen de oorzaak duidelijk werd, dacht ik: dit kan niet. We moeten met z’n allen van het gas af.”

Wat begon als verontwaardiging, groeide uit tot een blijvende fascinatie. Niet alleen voor zijn eigen energiegebruik, maar juist de vraag hoe je het collectief anders kunt organiseren. “Als je dit samen doet, kun je veel meer bereiken dan ieder voor zich.”
En toch, verzucht hij, blijft het nationale debat zich richten op oplossingen van buitenaf. Windparken op zee. Kerncentrales. Steeds dikkere kabels door woonwijken. “Dat kost bakken met geld”, zegt hij. “En het is in veel gevallen helemaal niet nodig. Het kan anders. En het kan nu.”
Organiseer energie lokaal
Van Houten (69) is geen bestuurder van een energiebedrijf, geen beleidsmaker en geen investeerder. Hij noemt zichzelf liever een ‘doorgeschoten amateur met een technische achtergrond’. Maar wie langer luistert, hoort iemand die al decennia vooruitdenkt.
Zijn huidige woning is vrijwel zelfvoorzienend, draait op een warmtepomp, zonnepanelen, een thuisbatterij en slimme sturing. Zijn volgende woning gaat nog een stap verder: volledig zelfvoorzienend én structureel leverancier van elektriciteit aan derden, goed voor zo’n 6.000 euro per jaar. Maar zijn echte ambitie reikt verder dan zijn eigen voordeur. We kunnen met de technologie die we nu al hebben, energie lokaal organiseren. Denk aan hele woonwijken, ik noem het collectieven.”
Van binnen naar buiten denken
De van oorsprong technicus (MTS) bekijkt het energieplaatje niet alleen vanuit zijn eigen straatje. Al jaren werkt hij aan het uitgangspunt: de energietransitie is geen schaalprobleem, maar een organisatieprobleem. Volgens hem ligt de oplossing niet in steeds grotere opwek van buitenaf. Denk aan windparken op zee, kernenergie en extra netverzwaring, maar juist in het omgekeerde: van binnen naar buiten denken. “Eerst zorgen dat je lokaal zo min mogelijk energie nodig hebt. Dan slim organiseren wat je zelf opwekt. Pas daarna kijk je of je nog iets van buiten nodig hebt. In veel gevallen is het antwoord: nee.”

Vastgelopen in Breda
Die visie probeerde Van Houten jarenlang te realiseren binnen Breda. Vanuit Teteringen werkte hij aan plannen voor lokale opwek, opslag, collectieve sturing en gedeeld eigendom. Technisch klopte het. Financieel klopte het. Maar bestuurlijk kwam het niet van de grond. “Het patroon was steeds hetzelfde”, vertelt hij. “Eerst moest ik met een businesscase komen. Daarna met geld. Vervolgens met een projectontwikkelaar. En als ik dat allemaal had geregeld, was het antwoord alsnog: dit past niet binnen het beleid.”
Volgens Van Houten hielden de voorwaarden elkaar gevangen in een klassiek kip-en-ei-verhaal. “Zonder grond geen businesscase. Zonder businesscase geen ontwikkelaar. Zonder ontwikkelaar geen grond. Op een gegeven moment dacht ik: aan een dood paard ga ik niet trekken.” Hij besloot zijn energie elders in te zetten.
Etten-Leur: van blokkades naar inhoud
Die zoektocht bracht hem bij Etten-Leur, een gemeente die grond beschikbaar heeft voor woningbouw en openstaat voor nieuwe woon- en energieconcepten. Daar ontstond het plan voor een wijk van vijftig woningen die samen functioneren als één geïntegreerd energie- en mobiliteitssysteem.
De eerste gesprekken met de gemeente, een adviesbureau en een architect zijn inmiddels gevoerd. “Dat lijkt misschien een kleine stap,” zegt Van Houten, “maar het verschil is enorm. Hier gaat het gesprek niet over waarom het niet kan, maar over hoe het wél kan.” Zijn verwachting is dat eind dit jaar iets concreets op tafel ligt. “Dit soort processen duren lang. Dat weet ik. Maar ik heb hier echt vertrouwen in.”
De wijk als energiesysteem
Het plan voor Etten-Leur is geen abstract toekomstbeeld, maar een doorgerekend systeem. Vijftig woningen wekken gezamenlijk circa 800.000 kilowattuur per jaar op. Het huishoudelijk verbruik bedraagt ongeveer 200.000 kilowattuur. Het overschot wordt niet massaal teruggeleverd aan het net, maar lokaal benut. De kern is een lokale energiecoöperatie, eigenaar en exploitant van:
zonnepanelen op woningen en carports
een buurtbatterij (500 kilowattuur opslag, 1 megawatt piekvermogen)
25 bidirectionele elektrische deelauto’s
6 openbare laadpalen
Hierdoor ontstaat flexibiliteit: energie kan worden opgeslagen, verschoven in de tijd en ingezet wanneer de waarde het hoogst is. Niet alleen voor bewoners, maar ook als dienst richting het elektriciteitsnet. “Netcongestie wordt vaak gezien als rem op de energietransitie”, zegt Van Houten. “Maar lokaal georganiseerd wordt het juist een kans. Flexibiliteit heeft waarde.”
Merken zijn bijzaak
Opvallend in Van Houtens verhaal is zijn uitgesproken merk-onafhankelijkheid. Hoewel zijn plannen bol staan van technologie, weigert hij te denken in merken. “Het maakt me niet uit welk merk het is”, zegt hij. “Ik kijk naar kwaliteit, naar waarde over de levensduur en vooral naar compatibiliteit. Kan het samenwerken met andere systemen? Is het open? Is het toekomstvast?”
Van Houten heeft de afgelopen jaren alle Nederlandse beurzen op het gebeid van duurzaamheid en energie bezocht. “Ik zie goede ontwikkelingen en ik heb er vertrouwen in dat we met elkaar het energievraagstuk kunnen oplossen. Maar daar ligt wel de crux, het moet samen.”
Want volgens Van Houten ligt daar nu een fundamenteel probleem in de huidige markt. “Te veel oplossingen zijn gesloten silo’s. Bedrijven optimaliseren hun eigen product, maar niet het systeem als geheel. Terwijl we de energietransitie alleen winnen als systemen met elkaar samenwerken.” Zijn pleidooi is helder: minder concurrentie op eilandjes, meer samenwerking op systeemniveau. “Het gaat niet om marktaandeel, maar om de gezamenlijke winst.”

Persoonlijk experiment in Dorst
Parallel aan het wijkproject werkt Van Houten aan een persoonlijk experiment. Hij wil zelf gaan wonen in Dorst, waar hij een kavel wil kopen en een woning laat bouwen die volledig zelfvoorzienend én klimaatpositief is.
De woning wordt ontworpen als passiefhuis premium, met een biobased en circulaire schil. Op jaarbasis wekt de woning circa 17.000 kilowattuur op, waarvan ongeveer 4.000 kilowattuur wordt gebruikt door de woning zelf en 3.000 kilowattuur voor mobiliteit. De resterende 10.000 kilowattuur wordt verkocht op momenten dat de vraag hoog is.
Aan dit systeem worden een thuisbatterij, een bidirectionele laadpaal en een EV auto-accu die als energieopslag fungeert toegevoegd. Daarnaast komen er twee laadpalen voor externen op eigen terrein, waarmee via dynamische prijzen en ERE certificaten extra inkomsten worden gegenereerd.
Door slim in te kopen bij lage energieprijzen en te verkopen of terug te leveren bij hoge prijzen, verwacht Van Houten dat de totale opbrengst stijgt naar 4.000 tot 6.000 euro per jaar zonder energielasten voor wonen en mobiliteit. Voor Van Houten blijft wel één aspect het belangrijkst: de klimaatimpact. De woning realiseert een CO₂ reductie van circa 15.000 kilo per jaar voor wonen en mobiliteit samen. “Het geld is niet het doel”, benadrukt hij. “Het is het bewijs dat het kan. Met de middelen die we nu al hebben.”

Van ‘ikke’ naar collectief
Voor Van Houten is de energietransitie uiteindelijk geen technisch, maar een cultureel vraagstuk. “We zijn gewend om alles individueel te organiseren: mijn huis, mijn auto, mijn contract. Maar energie is per definitie collectief.” Alleen als we samenwerken, hebben we straks genoeg eigen energie. Dan zijn externe opwekcentrales simpelweg niet meer nodig.” Volgens hem is Nederland technisch klaar voor een omkanteling in denken. “Wat ontbreekt, is durf. Durf om niet groter, maar slimmer te denken. En om waarde lokaal te houden. Het kan wel. Maar alleen als we van binnen naar buiten durven organiseren.”



























