De onderschatte versneller van de warmtetransitie
04.02.2026 Hrvoje Medarac en Gijs de Koning Hoofdonderzoeker DNE en hoofdredacteur Warmte365

Op de redactie van Warmte365 werken we nauw samen met de onderzoeksredactie van Dutch New Energy. In onze overleggen ontstaat vaak de discussie over hoe Nederland het beste van het gas af kan. Eén ding wordt hieruit duidelijk: de oplossing die wint, is vaak niet de “perfecte”, maar de haalbare. In dat licht verdient de airco (of lucht-luchtwarmtepomp) een serieuzere plek in het gesprek over wonen zonder aardgas.
Nederland is voor zijn warmtevraag nog steeds grotendeels afhankelijk van gas. Waar dat nu niet meer uit Rusland kan komen worden hiervoor nu Amerikaanse schepen met LNG aangevoerd. Maar, met de recente ontwikkelingen op het wereldtoneel in het achterhoofd, is het nog maar de vraag of de Verenigde Staten nog steeds een betrouwbare handelspartner is. Inzetten op de elektrificatie van onze warmtevraag vergroot de onafhankelijkheid van Nederland hierin.
De overheid stuurt op een gebouwde omgeving die in 2050 draait op duurzame warmte in plaats van aardgas. En er zijn tussendoelen: richting 2030 wordt nog steeds verwezen naar 1,5 miljoen woningen en gebouwen die aardgasvrij zijn gemaakt óf er aantoonbaar op zijn voorbereid.
Echter is niet elk huis is geschikt om op een eenvoudige manier af te stappen van de cv-ketel. Daarnaast blijven netcongestie, beperkte uitvoeringscapaciteit en hoge investeringen grote uitdagingen. Dat is precies waar de airco in beeld komt: een relatief betaalbare, snel te installeren warmtepomp die je per ruimte kunt inzetten. Niet als magische totaaloplossing, wél als versneller.
De hybride warmtepomp wordt in het coalitieakkoord als oplossing genoemd om een deel van de warmtevraag te elektrificeren waar warmtenetten niet inpasbaar zijn, maar de airco kan in principe een vergelijkbare rol vervullen.
DNE heeft net nieuwe marktdata binnengekregen over aircoverkopen in 2025. De volledige dataset van het Warmtepomp Trendrapport zal op 15 april worden gepresenteerd tijdens het bijbehorende congres, maar de eerste indicaties wijzen erop dat de populariteit van de airco opnieuw is toegenomen.
Waarom gebeurt dit? Omdat de airco twee problemen tegelijk oplost: koelen in warmere zomers én verwarmen in de winter. En omdat hij op woningniveau vaak “past” zonder ingrijpende verbouwing. Voor veel huishoudens is het verschil tussen “ooit” en “nu” simpelweg: kan ik dit binnen een maand regelen, zonder de hele installatie te verbouwen?
Daarnaast kan een airco ook worden ingezet in huizen waar de cv-ketel misschien anders vervangen had moeten worden om een koppeling met een hybride warmtepomp mogelijk te maken.
Natuurlijk: er zijn kanttekeningen. Lucht-luchtverwarming vraagt om redelijke isolatie en verstandig gebruik (continu en laag, niet jojo’en). Daarnaast is het comfort anders dan bij radiatoren of vloerverwarming: meer luchtstroming. Geluid en plaatsing moeten goed worden meegenomen. En als we massaal op piekmomenten elektrisch gaan bijstoken, raakt dat het net.
Maar laten we eerlijk zijn: de warmtetransitie is geen wedstrijd “mooiste eindplaatje”. Het is een optelsom van miljoenen keuzes, onder tijdsdruk. Als de airco een huishouden helpt om de gasketel minder uren te laten draaien, dan is dat geen bijzaak. Dat is vooruitgang.
Misschien moet de airco niet als “tweede keus” worden behandeld, maar als serieuze route in het palet, met duidelijke kwaliteitskaders (installatie, geluid, efficiëntie) en slimme sturing (tarieven, flexibiliteit, isolatie). Dan kunnen we sneller, goedkoper en praktischer richting dat jaartal bewegen waar beleid en werkelijkheid elkaar móéten treffen: 2050.



























