De warmtetransitie: Praktijk nog ver van de ambitie

Terug
23.09.2026 Column
Aniek Blokzijl Projectleider Energie & Grondstoffen bij Natuur en Milieu
De warmtetransitie: Praktijk nog ver van de ambitie

Het einddoel voor de gebouwde omgeving is helder, maar het beleid en budgetten geven nog onvoldoende antwoord op de vraag hoe we daar komen. In 2050 moet de sector klimaatneutraal zijn en er zijn concrete mijlpalen voor 2030. Maar als je de recente begrotingen, de Klimaat-en Energieverkenning (KEV) en adviezen van de SER naast elkaar legt, vraag je je snel af: hoe komen we daar eigenlijk? Het eindbeeld is helder, maar een overtuigend antwoord van de overheid op de vraag hoe we daar komen, ontbreekt nog altijd. Er is lef in tijd en geld van de overheid nodig om te zorgen om de sector én de transitie te helpen.

Dat is opvallend, want de opgave is nog altijd enorm. Ongeveer 85 procent van de huizen in Nederland wordt nog verwarmd met aardgas. Maar een klein deel van de woningvoorraad is inmiddels aardgasvrij. Ook op het gebied van isolatie ligt nog een grote uitdaging. Hoewel steeds meer woningen voldoen aan de Standaard voor woningisolatie, gaat het nog altijd om een klein aandeel van de ruim 8 miljoen woningen die Nederland telt. Tegelijkertijd is de gebouwde omgeving verantwoordelijk voor ongeveer een derde van het finale energieverbruik.

Tegelijkertijd zijn de ambities groot. Uiterlijk in 2030 moeten 2,5 miljoen woningen zijn geïsoleerd, 120.000 gebouwen vergaand zijn verduurzaamd, één miljoen hybride warmtepompen zijn geïnstalleerd en 200.000 extra aansluitingen op warmtenetten zijn gerealiseerd. Tussenstappen op weg naar een klimaatneutrale gebouwde omgeving in 2050. Dit is enorm belangrijk, niet alleen voor het klimaat, maar ook voor een betaalbare energierekening en een grotere onafhankelijkheid van import.

Beklimming top Himalaya

Je zou de verduurzaming van de gebouwde omgeving kunnen vergelijken met het beklimmen van een top in de Himalaya. Hiervoor zijn tussenkampen nodig, een duidelijke route en voldoende geld. Ontbreekt één van die elementen, dan wordt het een stuk lastiger om de top daadwerkelijk te bereiken.

Juist daar schuurt het. Als je naar de recente begroting kijkt, valt op dat binnen het Klimaatfonds nog slechts 22 miljoen euro beleidsmatig voorwaardelijk is toegekend en 3,4 miljoen vrij beschikbaar is voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Dat roept een logische vraag op: hoe verhoudt deze financiële ruimte zich tot de opgave die nog voor ons ligt? Hoe worden de doelen voor 2030 gehaald? En misschien nog wel belangrijker: waar zijn de middelen voor de periode daarna? Het is niet duidelijk.

Langjarige zekerheid is cruciaal

Het grootste deel van de woningvoorraad moet immers nog worden verduurzaamd. Warmtenetten moeten verder worden uitgerold. Warmtepompen moeten op grote schaal worden geplaatst. Gemeenten moeten warmteprogramma's uitvoeren. Bewoners en woningcorporaties moeten investeren. Juist voor die partijen is langjarige zekerheid cruciaal. Als onduidelijk is welke subsidies, instrumenten en budgetten na 2030 beschikbaar zijn, wordt vooruitplannen aanzienlijk moeilijker.

Verschillende rapporten schetsen hetzelfde beeld: het pad vanaf 2030 is nog erg onduidelijk en de benodigde financiële middelen missen. Zo blijkt uit de KEV 2026 dat de kans dat het klimaatdoel voor de gebouwde omgeving van 2030 gehaald wordt maar 25% is, en dat er vanaf 2040 nog een grote opgave resteert om in 2050 klimaatneutraal te kunnen zijn. Zowel het PBL als de SER wijzen daarbij op een belangrijk knelpunt: voor een groot deel van de periode na 2030 ontbreekt nog uitgewerkt beleid en zijn voor verduurzamingssubsidies nog geen budgetten gereserveerd. Dit zorgt voor onzekerheid en kan de verduurzaming vertragen.

Waar is het geloofwaardige pad

De verduurzaming van de gebouwde omgeving vraagt om hetzelfde als het bouwen van een huis: een stevige fundering. Die fundering bestaat uit duidelijk beleid, heldere tussenstappen en voldoende geld. Juist daarom roept de huidige begroting vragen op hoe de ambities te realiseren. Zonder een geloofwaardig pad en voldoende middelen dreigt de warmtetransitie een ambitie te blijven, terwijl de uitvoering vraagt om een fundament dat de komende decennia kan dragen.