Kabinet verlaagt doel voor Nederlandse gasvoorraad naar 64 procent
Terug
Nederland hoeft de gasopslagen voor komende winter minder ver te vullen. Het kabinet verlaagt het nationale vuldoel van 74 naar 64 procent, oftewel ongeveer 93 terawattuur (TWh). Volgens de overheid is die voorraad bij een gemiddelde winter voldoende om de gaslevering aan huishoudens en andere gebruikers te waarborgen. Dat meldt het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
De verlaging volgt op een oproep van de Europese Commissie in maart 2026. Brussel wil voorkomen dat landen in de huidige gespannen gasmarkt tegen elkaar opbieden om hun opslaglocaties te vullen. Dat zou de groothandelsprijs verder kunnen verhogen.
Nederland moet de aangepaste doelstelling tussen 1 oktober en 1 december bereiken. De afgelopen vijf winters werd gemiddeld ongeveer 70 terawattuur aan gas uit de Nederlandse wintervoorraad gebruikt. Met 93 terawattuur in opslag zou er bij een gemiddelde winter dus een ruime marge zijn.
Minder afhankelijk van gasopslagen
De gasopslag is volgens het ministerie niet de enige bron waar Nederland in de winter gebruik van kan maken. Naast opgeslagen gas zijn er binnenlandse productie, LNG-aanvoer en import via pijpleidingen beschikbaar.
Ook is de Nederlandse gasvraag structureel lager dan voor de energiecrisis. Sinds 2022 ligt het verbruik ongeveer een kwart lager. Volgens het kabinet laat de ontwikkeling van de afgelopen jaren bovendien zien dat de Europese gasmarkt zich bij verstoringen relatief snel aanpast.
De gevolgen van het wegvallen van een groot deel van de Russische gasleveringen in 2022 en de verstoring van de aanvoer via de Straat van Hormuz in 2026 hebben volgens het kabinet laten zien dat alternatieve gasstromen snel kunnen worden gevonden. Nederland beschikt daarbij over meerdere LNG-aanvoerroutes.
Europese norm eerder al verlaagd
Het Nederlandse vuldoel was oorspronkelijk al lager dan de algemene Europese norm. De Europese regelgeving gaat uit van een vulgraad van 90 procent voor de gasopslagen richting de winter. Voor Nederland geldt vanwege uitzonderingsbepalingen een lager percentage van 74 procent.
Die Nederlandse doelstelling kwam tot stand tijdens de Europese gascrisis van 2022. De Europese Commissie heeft de lidstaten met gasopslagcapaciteit dit voorjaar vervolgens gevraagd om hun doelstelling met 10 procentpunt te verlagen. Voor Nederland betekent dat nu een doel van 64 procent.
























