NPLW-stappenplan moet gemeenten door ontwikkeling warmtenetten loodsen
12.06.2026 Gijs de Koning

Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie heeft een nieuw stappenplan gepubliceerd voor de ontwikkeling van warmtenetten. Het hulpmiddel moet gemeenten en warmtebedrijven duidelijker maken wie op welk moment aan zet is, nu de Wet collectieve warmte de rolverdeling in de warmtemarkt verandert.
Met het Stappenplan ontwikkelen warmtenetten wil NPLW het proces van eerste initiatief tot realisatie overzichtelijker maken. Het gaat daarbij niet alleen om techniek, maar ook om besluitvorming, financiering, samenwerking met warmtebedrijven en de juridische stappen rond warmtekavels. Volgens NPLW geeft het stappenplan per fase inzicht in verantwoordelijkheden, benodigde informatie, relevante wet- en regelgeving en beschikbare hulpmiddelen.
Drie sporen voor ontwikkeling warmtenet
Het stappenplan verdeelt de ontwikkeling van een warmtenet in drie sporen: het wettelijke planproces van de gemeente, de faciliterende rol van de gemeente en het ontwikkelproces van het warmtebedrijf. In het bijgevoegde schema lopen deze sporen door vier fasen: initiatief, ontwikkeling, realisatie en exploitatie.
Dat onderscheid is relevant, omdat gemeenten onder de Wet collectieve warmte meer regie krijgen over collectieve warmte. De gemeente bepaalt waar, wanneer en door wie een collectief warmtesysteem wordt ontwikkeld. Dat gebeurt onder meer via het vaststellen van een warmtekavel en het aanwijzen van een warmtebedrijf.
Een warmtekavel is het gebied waar een collectief warmtesysteem wordt gerealiseerd en waar een warmtebedrijf wordt aangewezen. Dat is iets anders dan een warmtetransitiegebied: dat is een gebied waar de gemeente de aanwijsbevoegdheid inzet en waar aardgaslevering op termijn stopt.
Van warmteprogramma naar kavelplan
Het gemeentelijke spoor begint bij het warmteprogramma. Daarin beschrijft een gemeente volgens NPLW de aanpak voor het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving, inclusief de wijken, buurten en dorpskernen die in de komende tien jaar van het aardgas af gaan.
Daarna volgen stappen als het opstellen van een kavelstrategie, het vaststellen van een warmtekavel en het beoordelen van een globaal kavelplan. Voor kleinere ontwikkelingen wijst het schema erop dat bij minder dan 1.500 aansluitingen een warmtebedrijf een ontheffing kan aanvragen.
Het warmtebedrijf werkt parallel aan onder meer een ontwikkelstrategie, een inventarisatie van bronnen en afnemers, een projectdefinitie en het globale kavelplan. Zo’n globaal kavelplan bestaat volgens NPLW uit een combinatie van visie, bronnenstrategie en ontwikkelstrategie. Belangrijke onderdelen zijn een schetsontwerp, participatieplan en eerste businesscase.
Haalbaarheid
Voor gemeenten ligt een belangrijk vroeg beslismoment bij het haalbaarheidsonderzoek. Dat onderzoek moet onder meer inzicht geven in warmtevraag, vermogensvraag, potentiële warmtebronnen, alternatieve systemen zoals individuele warmtepompen, betrokken stakeholders en de impact op ruimte, netcongestie en milieu.
Daarmee raakt het stappenplan aan een belangrijk knelpunt in de warmtetransitie: een warmtenet is niet alleen afhankelijk van een warmtebron en leidingtracé, maar ook van voldoende afnemers, een sluitende businesscase, beschikbare ruimte, netcapaciteit en bestuurlijke zekerheid. Het stappenplan maakt die afhankelijkheden zichtbaarder, maar lost ze niet automatisch op.
Uitgewerkt kavelplan en investeringsbesluit
Na aanwijzing van een warmtebedrijf volgt een verdere uitwerking. Het uitgewerkte kavelplan maakt concreet hoe en wanneer de overstap naar collectieve warmte in een gebied plaatsvindt. Het plan moet volgens NPLW voldoende concreet zijn om de ontwikkeling en uitrol van de warmtevoorziening te onderbouwen. Het college moet met het uitgewerkte kavelplan instemmen.
Daarna komt de stap richting een final investment decision. Voor zo’n investeringsbesluit moeten onder meer financiering, subsidies, netaansluiting, transportcapaciteit, vergunningen en afspraken met gebouweigenaren en afnemers voldoende zeker zijn.
Participatie valt buiten dit stappenplan
Opvallend is dat het organiseren van het participatieproces geen onderdeel is van dit stappenplan. NPLW verwijst daarvoor naar aparte bouwstenen voor communicatie en participatie. Dat is voor gemeenten geen detail: draagvlak, betaalbaarheid en duidelijkheid over alternatieven bepalen in de praktijk vaak of een warmtenetproject verder komt dan de planfase.
NPLW organiseert op 29 juni een webinar over het stappenplan. Dat webinar is gericht op gemeenteambtenaren en warmtebedrijven. Dirkje Smulders van Buro Loo en Milou de Vries van Fakton lichten daarin toe hoe het stappenplan is opgesteld met NPLW, gemeenten en warmtebedrijven.


























