Investeren in Europese warmtepompproductie? Azië versus Europa onder de loep
26.02.2026 Lenna van den Haak

Warmtepompen worden vaak gepresenteerd als een toonbeeld van Europese maakindustrie. Maar achter dat ogenschijnlijk lokale product gaat een internationale waardeketen schuil die nog altijd leunt op Azië. Juist de technologisch meest kritische onderdelen worden grotendeels buiten Europa geproduceerd. Dat blijkt uit het rapport Heat Pumps in the European Union – 2025 Status Report van het Joint Research Centre.
Het EHPA Annual Report 2025 laat zien dat 70 procent van de warmtepompen voor de Europese markt binnen Europa wordt geassembleerd.

Toch worden de meest kritische onderdelen in Azië geproduceerd. Het gaat met name om compressoren, vermogenselektronica en chips en microcontrollers. Volgens het Joint Research Centre-rapport Heat Pumps in the European Union 2025 Status Report vormt deze afhankelijkheid een structureel kenmerk van de Europese warmtepompsector.

Logische verdeling
Volgens Ildert Burghout, sales representative bij Panasonic, is deze verdeling logisch. “De compressor bepaalt de efficiëntie en kwaliteit van de warmtepomp. “Die productie vereist enorme volumes, precisie en diepgaande kennis. Die zijn historisch in Azië opgebouwd. Europa kan dat simpelweg niet op dezelfde schaal.”
Kapitaalintensieve kerncomponenten
Aziatische producenten, waaronder Panasonic zelf, hebben hier decennialang op ingezet. Compressoren behoren tot de meest kapitaalintensieve onderdelen van de warmtepomp. De productie vraagt om continu draaiende fabrieken, hoge volumes en langdurige investeringen om kostenefficiënt te zijn. “We produceren niet alleen voor onze eigen warmtepompen, maar leveren ook aan concurrenten wereldwijd”, aldus Burghout. “Die schaal en ervaring zijn in Europa minder aanwezig.”
Waarom productie zich opsplitst
Tegelijkertijd groeit het aantal warmtepompfabrieken in Europa snel. Volgens de European Heatpump Association (EHPA) telt Europa inmiddels meer dan 300 productielocaties waar warmtepompen worden geassembleerd of geproduceerd. Die verschuiving is vooral ingegeven door logistiek en marktnabijheid. “Grote onderdelen en volumeproductie, zoals behuizingen en boilers, zijn kostbaar om intercontinentaal te vervoeren. Lokale productie verlaagt transportkosten, verkort levertijden en maakt fabrikanten zoals Panasonic wendbaarder in een markt die sterk afhankelijk is van nationaal subsidiebeleid”, aldus Burghout.
Made in Europe
Daarom investeert Panasonic stevig in Europese productie. In Pilzeň staat een van de nieuwste fabrieken van het concern. Sinds 2018 worden daar binnendelen en grotendeels geautomatiseerde buitendelen, , geproduceerd en geassembleerd. “Door dichter bij de Europese markt te produceren, kunnen we sneller inspelen op lokale regelgeving en vraag”, zegt Burghout. “En we besparen aanzienlijk op transportkosten van grote onderdelen.”
De investering bedraagt 320 miljoen euro. Het doel is om tegen 2030 jaarlijks 1,4 miljoen warmtepompen in Europa te produceren. Volgens Burghout illustreert dit de strategische balans van Panasonic: kerncomponenten blijven in Azië, assemblage en marktspecifieke onderdelen verschuiven naar Europa. “Het gaat om het combineren van wereldwijde efficiëntie met lokale flexibiliteit.”
Strategische risico’s voor Europa
Deze productiestrategie is economisch efficiënt, maar brengt ook risico’s met zich mee. Een sterke afhankelijkheid van Azië voor compressoren en elektronica maakt Europa kwetsbaar. Denk aan logistiek, veranderend industriebeleid (subsidiebeleid) in andere landen of continenten en geopolitiek spanningen
“Als Europa volledig afhankelijk blijft van Azië voor kerncomponenten, is de beschikbaarheid niet gegarandeerd”, waarschuwt Burghout. “Dat kan prijzen opdrijven en de energietransitie vertragen.”
Lokale assemblage biedt volgens hem wel degelijk een buffer. “Door delen van de productie hier te organiseren, kunnen we sneller reageren op Europese vraag en regelgeving. Maar Europa moet waken dat het zijn eigen productiecapaciteit behoudt, anders verliezen we banen én strategische controle over een snelgroeiende markt.”
Hoe autonoom wordt Europa?
De centrale vraag voor de komende tien jaar is dan ook niet óf Europa warmtepompen blijft maken, maar hoe strategisch autonoom die productie daadwerkelijk wordt. Zonder versterking van Europese productie van kerncomponenten blijft de markt kwetsbaar. Tegelijkertijd laat de huidige praktijk zien dat een hybride strategie, lokale assemblage gecombineerd met wereldwijde schaal, voorlopig de beste balans biedt tussen efficiëntie, kwaliteit en leveringszekerheid.



























