Kennisuitstroom gevaar voor installatiebedrijven

23.01.2026 Sjoerd Rispens

Kennisuitstroom gevaar voor installatiebedrijven

Het delen van kennis tussen werknemers van verschillende generaties is van cruciaal belang. De oude rotten hebben door hun ervaring belangrijke kennis waar mensen die net beginnen veel van kunnen leren. Maar het delen van kennis gaat niet altijd goed, zo blijkt uit de Techbarometer van ROVC Technische Opleidingen. Zo zijn installatiebedrijven bijvoorbeeld niet goed voorbereid op kennisverlies door vergrijzing.

Uit het trendrapport van ROVC blijkt dat vergrijzing veruit de grootste impact heeft op de technische branche. Dat vindt bijna de helft van de technische bedrijven (47 procent). Bedrijven zien hun ervaren technici met pensioen gaan zonder dat zij hun kennis hebben doorgegeven aan jongere generaties. Maar liefst 41 procent bevestigt dat veel kennis van organisaties nog in de hoofden zit van collega’s die binnen vijf jaar uitstromen. Die kennis dreigt weg te vloeien vanwege de vergrijzing.

Dat terwijl alle generaties technici van elkaar kunnen leren. Kijkend naar de leeftijden van werknemers binnen de sector vormen millennials met 43 procent de grootste groep. Generatie X is vertegenwoordigd met 33 procent. Ondervertegenwoordigd zijn de jongste en oudste generaties, Z en de babyboomers. Zij komen ofwel net kijken of zijn al op grote schaal gepensioneerd. Maar elke generatie brengt andere kennis en inzichten met zich mee. 52 procent van de werknemers in de branche zegt het meest van elkaar te leren als er een mix van leeftijden op de werkvloer flaneert.

Het delen van kennis gebeurt wel degelijk maar er zijn een aantal risico’s die voor problemen zorgen. Bij het uitvoeren van technisch werk ontstaan er soms misverstanden doordat verschillende generaties met elkaar samenwerken. Eén op de drie jongeren (32 procent) hebben hier last van, tegenover 18 procent van de ouderen. Ook lijken jongeren de kennis van hun oudere collega’s niet altijd op waarde te schatten. Vier op de tien jongeren (40 procent) meent dat de ouderen hun waardevolle kennis al hebben gedeeld. Een groter deel van de ouderen (45 procent) zegt juist dat die kennis nog in hun hoofden zit.

Geen strategie aanwezig

Een ander probleem is dat er vaak geen strategie is voor het delen van kennis, ondanks dat organisaties er wel degelijk het belang van in zien. 37 procent van de ondervraagden uit het onderzoek vindt dat hun bedrijf niet goed is voorbereid kennisverlies door vergrijzing. En 35 procent denkt dat de organisatie niet weet wie de essentiële kennisdragers zijn. Organisaties kunnen dus nog beter voorsorteren op de vergrijzing. Welke kennis is essentieel? Wie bezit die kennis? En hoe delen en verankeren we die kennis? Opvallend is wel dat ongeveer evenveel organisaties zich juist goed voorbereidt (36 procent) op kennisverlies door vergrijzing.

Volgens het rapport staat bedrijfshiërarchie kennis delen ook in de weg. Werknemers moeten de ruimte krijgen om vragen te stellen, ideeën te presenteren en kennis uit te wisselen. 1 op de 5 technici ervaart dit en 33 procent van de jongeren geven dit ook aan. Slechts 14 procent van de oudere werknemers (55+) ervaart hetzelfde.

Het trendrapport geeft aan dat er meer aandacht moet komen voor werkplekleren, zodat kennis goed kan worden overgedragen. Alleen is dit vaak nog niet structureel georganiseerd. In het rapport worden vijf praktische stappen voorgesteld om dit te verbeteren. Ten eerste moet er tijd worden vrijgemaakt voor leren en begeleiden op de werkvloer. Zorg er daarbij voor dat er een realistisch inwerktempo is voor werknemers, want niet iedereen functioneert even snel en zelfstandig.

Ten tweede kunnen senior werknemers worden ingezet als strategisch begeleider of mentor. Daar moet dan ook echt een expliciete rol van worden gemaakt, zie het niet als toevallige bijdrage. Ten derde moet er met werkplekleren een generatie-gerichte professionaliseringsslag worden gemaakt. Zo kunnen zij jongeren vanaf het begin beter laten zien wat de doorgroeimogelijkheden zijn.

Werkplekken moeten ten vierde meetbaar en bespreekbaar worden gemaakt in de organisatie. Dat kan door vooral jongere generaties meer zeggenschap te geven over hun eigen ontwikkeling. Tot slot is het belangrijk om te blijven bouwen aan een fijne leercultuur voor alle generaties.