'Netcongestie als bottleneck van verduurzaming? De warmtepomp is niet het probleem, onze manier van denken wel'
20.05.2026 Menno Koopmans Commercieel Directeur Remeha Benelux

Hoe kijkt de warmtepompsector naar de belangrijkste uitdagingen en trends richting 2026? In deze tijdelijke rubriek delen marktexperts uit het Nationaal Warmtepomp Trendrapport hun visie op de veranderende markt, de veranderende techniek rondom warmtepompen, beleid, netcongestie, installatiepraktijk en de verdere integratie van warmtepompen in het energiesysteem. Dit schrijft Menno Koopmans, Commercieel Directeur Remeha Benelux.
De warmtepomp is in korte tijd hét symbool van de warmtetransitie geworden. Voorstanders zien hem als dé oplossing, tegenstanders als dure en vaak onhaalbare optie. Beide kampen maken dezelfde fout: ze doen alsof één technologie de energietransitie gaat oplossen, terwijl we juist alle mogelijkheden moeten gebruiken.
Als Remeha spreken we dagelijks met installateurs, woningcorporaties, ontwikkelaars en adviseurs. Wat mij opvalt is dat het debat vaak ideologisch wordt gevoerd, terwijl de praktijk juist vraagt om pragmatisme. Gebouwen verschillen, gebruikersgedrag verschilt, netbeperkingen verschillen en de beschikbare ruimte in technische ruimtes verschilt ook. Toch blijven we in discussies zoeken naar één standaardoplossing. Dit komt waarschijnlijk door het succes van de HR ketels in Nederland, welke in bijna alle gevallen een efficiënte en eenvoudige oplossing kan bieden. Helaas is er niet één standaard duurzaam alternatief.
Neem bestaande appartementengebouwen. In theorie kun je daar volledig all-electric verwarmen. In de praktijk lopen we tegen meerdere harde grenzen aan: verschillende gebouw profielen, beperkte netcapaciteit, weinig installatieruimte en bewoners die geen langere periodes zonder warmte of warm water kunnen. In zulke situaties is een hybride oplossing vaak veel realistischer dan een volledig elektrische installatie. Sommigen zien hybride systemen als een tussenstap. Bij Remeha zien we ze eerder als een slimme manier om beschikbare energie-infrastructuur optimaal te benutten en automatisch tussen de verschillende energie bronen te kunnen sturen. Als je met een hybride systeem het gasverbruik drastisch kunt verminderen zonder het elektriciteitsnet te overbelasten, lever je direct CO₂-reductie op schaal. Dat is misschien minder ideologisch zuiver, maar wel effectief.
Een tweede ongemakkelijke waarheid is dat we de beperkingen van het elektriciteitsnet lange tijd hebben onderschat. De energietransitie wordt niet alleen bepaald door technologie, maar ook door infrastructuur. Netcongestie is inmiddels op veel plekken een dagelijkse realiteit. Daardoor wordt het steeds belangrijker om systemen te ontwerpen die slim omgaan met beschikbare capaciteit en je gebouw of woning als themische opslag van energie gaan inzetten. Hiermee wordt het een van Nederlands grootste bronnen van flexibilteit voor het electriciteitsnet en dus geen beperking maar juist een oplssing.
Dat vraagt om een andere manier van denken. Niet alleen kijken naar het toestel in de technische ruimte, maar naar Nationaal Warmtepomp Trendrapport 71 het totale energiesysteem van een gebouw. Hoe combineer je verschillende technieken? Hoe voorkom je piekbelasting? Hoe zorg je dat installaties flexibel blijven als energieprijzen of regelgeving veranderen?
In projecten waar we samen met partners naar het totale systeem kijken, ontstaan vaak oplossingen die je vooraf niet had bedacht. Soms is dat een collectieve warmtepomp, soms een hybride opstelling, soms een combinatie met een warmtenet. Het belangrijkste inzicht: de beste oplossing ontstaat meestal niet vanuit technologie, maar vanuit de context van het gebouw, de eisen van de gebouwenbeheerder en de wensen van de eindgebruikers.
Laten we daarom stoppen met discussies over welke technologie “de beste” oplossing is. De warmtetransitie vraagt geen kampdenken, maar systeemdenken. Installateurs, fabrikanten, beleidsmakers en netbeheerders hebben elkaar nodig om oplossingen te ontwikkelen die technisch én praktisch werken.
De energietransitie wordt uiteindelijk niet beslist in beleidsstukken of discussies op LinkedIn. Hij wordt beslist in ketelhuizen, technische ruimtes en bouwplaatsen, waar installateurs elke dag keuzes moeten maken die wél werken in de praktijk.
Als we daar naar luisteren, komt de warmtetransitie waarschijnlijk sneller vooruit dan we nu denken.

























