Subsidies, politiek en flexibiliteit: de warmtepomp tussen beleid en geopolitiek

21.04.2026 Gijs de Koning

Subsidies, politiek en flexibiliteit: de warmtepomp tussen beleid en geopolitiek

De warmtepomp staat in Nederland niet langer alleen in het teken van verduurzaming. Waar de technologie jarenlang werd gepositioneerd als dé route naar CO₂-reductie in de gebouwde omgeving, wordt deze steeds vaker bekeken door een bredere lens: die van energiezekerheid, systeemintegratie en geopolitiek.

Die verschuiving komt op een moment dat de markt zelf in een cruciale overgangsfase zit. Na jaren van sterke groei stabiliseerde het geïnstalleerde vermogen in 2025 rond de 1.017 MW, vrijwel gelijk aan 2024. Tegelijkertijd steeg het aantal verkochte systemen naar 136.000, een groei van 10 procent. Voor 2026 wordt door DNE opnieuw groei verwacht, maar met een uitzonderlijk brede bandbreedte: tussen de 106.000 en 216.000 installaties.

Die onzekerheid is niet alleen het gevolg van beleid of marktontwikkeling. Geopolitieke opschuddingen zoals de inval van Rusland in Oekraïne en, recenter, de oorlog in het Midden-Oosten en de daarmee gepaard gaande volatiliteit in energieprijzen spelen een steeds grotere rol. Daarmee wordt de warmtepomp niet alleen een technologisch of economisch vraagstuk, maar ook een geopolitiek instrument.

Van verduurzaming naar energieonafhankelijkheid

De recente energiecrises hebben een structureel probleem blootgelegd: Europa is in grote mate afhankelijk van fossiele brandstoffen uit geopolitiek instabiele regio’s, waar we inmiddels ook de VS bij mogen rekenen. Stijgende gasprijzen hebben dat niet alleen zichtbaar gemaakt, maar ook voelbaar voor huishoudens en bedrijven.

In dat licht krijgt de warmtepomp een nieuwe betekenis. Door de warmtevraag te elektrificeren, verschuift de afhankelijkheid van geïmporteerd gas naar zelf opgewekte elektriciteit. Deze energiedrager kan binnen Europa worden opgewekt via zon, wind en, in sommige landen, kernenergie.

Zelfs als energieprijzen op korte termijn zouden stabiliseren door geopolitieke ontwikkelingen, is het effect blijvend. De kwetsbaarheid van het huidige systeem is blootgelegd, en daarmee ook de noodzaak om alternatieven te ontwikkelen. De NVDE pleitte recentelijk om na de eerste tranche de volgende 10 miljard kuub aardgas te besparen om daarmee de oorspronkelijke 40 miljard kuub over een paar jaar te hebben gehalveerd.

De brede bandbreedte in de marktverwachtingen voor 2026 weerspiegelt precies die onzekerheid. Als gasprijzen hoog blijven, wordt de businesscase voor warmtepompen sterker en zal de adoptie versnellen. Als prijzen dalen, kan de groei afvlakken maar de strategische waarde van elektrificatie blijft bestaan.

Politiek: behoefte aan consistentie

Binnen het Nederlandse beleid speelt de warmtepomp nog altijd een belangrijke rol, maar niet langer als vanzelfsprekend dominante oplossing. In het huidige coalitieakkoord wordt de technologie gepositioneerd na alternatieven zoals warmtenetten, waarbij er een duidelijke nadruk lijkt te liggen op hybride systemen als tussenoplossing. De coalitie schrijft: “Op plekken waar een warmtenet niet de meest geschikte oplossing is stimuleren en normeren we, per 2029, de uitrol van hybride, slimme warmtepompen.”

Jorn van Strien, CEO van Inventum Technologies, reageert op de passage in het coalitieakkoord: “Het zal de markt ongetwijfeld verbeteren. Al geloven wij sowieso in de brede toepasbaarheid van warmtepompen en dat hiervoor een ruime markt bestaat. Om deze reden hebben we, ook de afgelopen jaren, blijvend fors geïnvesteerd in productontwikkelingen en onze faciliteiten.”

Volgens Frank Agterberg, voorzitter van de Vereniging Warmtepompen, is die normering in de basis een verstandige stap, mits goed begrepen: “Het is op zich heel goed om het verwarmingssysteem te normeren, zodat je bij vervanging van een gasketel een duurzame oplossing terugplaatst.”

Hij benadrukt daarbij dat het niet gaat om het verplichten van één specifieke techniek, maar om het sturen op verduurzaming. Tegelijkertijd hoort bij keuzevrijheid ook bewustzijn van de consequenties: “Vrije keuze betekent wel dat je moet weten wat de consequentie is van je keuze, en ook van niks doen.”

Daarnaast plaatst Agterberg kanttekeningen bij de aannames achter het beleid. Zo wordt warmtenetten vaak toegeschreven dat ze het elektriciteitsnet ontlasten. Volgens hem is dat een te eenvoudige voorstelling van zaken: “Een modern warmtenet met lage-temperatuur bronnen heeft ook elektriciteit nodig. Het zit alleen op een andere plek in het net, maar het is niet zo dat het per definitie minder stroom vraagt”

“De vraag rond deze maatregel is voor wie het echt nodig is. Voor ons geloven wij niet dat het een harde noodzaak is. Omdat wij weten dat de technologie zichzelf ook zonder verplichting zal bewijzen, in brede zin. Voor de overheid is het wellicht wel nodig om de gewenste versnelling van de energietransitie te realiseren”, voegt van Strien toe.

De afgelopen jaren laten bovendien zien dat het beleid rondom warmtepompen niet altijd consistent is geweest. De focus verschoof van all-electric naar hybride oplossingen en warmtenetten, wat heeft geleid tot onzekerheid in de markt.

Subsidies: essentieel, maar onvoldoende

De ISDE-regeling blijft ook een belangrijke drijfveer achter de groei van de warmtepomp in de renovatiemarkt. In 2025 werden 123.000 aanvragen goedgekeurd, een stijging van 17 procent ten opzichte van het jaar ervoor.

Dat aantal ligt dicht bij het totale verkoopvolume van fabrikanten aan groothandels, wat onderstreept hoe bepalend subsidie is voor de adoptie van warmtepompen.

Volgens Agterberg is het essentieel dat over verdere ondersteuning wordt nagedacht, ook na 2030 waarin vooralsnog de huidige ISDE-regeling afloopt: “Na 2030 is er nu nog niets geregeld.”

De huidige regeling loopt tot en met 2030 en biedt daarmee op korte termijn zekerheid, maar voor investeringen met een lange terugverdientijd blijft de lange termijn onduidelijk.

Daarnaast wijst hij erop dat subsidie alleen niet voldoende is. De uitdaging ligt in het totale kostenplaatje. Agterberg: “Je moet zorgen dat eigendom en gebruik samen goedkoper zijn dan het fossiele alternatief.”

Dat vraagt om nieuwe modellen, zoals leaseconstructies of ‘heating-as-a-service’, waarbij de hoge initiële investering wordt vervangen door voorspelbare maandlasten. Volgens Agterberg is de financiële sector daar in toenemende mate klaar voor, maar ontbreekt nog de markt.

Verder is de ISDE volgens Mark Harbers, voorzitter van Techniek Nederland, niet voldoende voor veel mensen omdat deze pas achteraf wordt uitgekeerd. Harbers stelt in een blogpost dat: “ Techniek Nederland pleit voor een systeem waarbij subsidies vooraf beschikbaar komen. Daarnaast is het verstandig om te kijken naar aanvullende financieringsmogelijkheden, bijvoorbeeld via de hypotheek, een renteloze lening of het Warmtefonds. De bestaande leenroutes zijn nu nog te weinig zichtbaar en vaak te ingewikkeld.”

Wel speelt ook hier de stijging van de gasprijs een rol. Het Warmtefonds zag in de eerste twee weken van maart een influx in aanvragen en rapporteerde een toename van 34 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

Flexibiliteit: de ontbrekende schakel

Netcongestie is uitgegroeid tot een van de grootste uitdagingen in de energietransitie. Warmtepompen worden daarbij vaak gezien als extra belasting voor het elektriciteitsnet, omdat huishoudens toch vaak op hetzelfde moment behoefte hebben aan warmte. Echter ligt volgens Agterberg de sleutel niet in het beperken van de technologie, maar in het beter benutten ervan door middel van slimme sturing.

De technische mogelijkheden voor slimme sturing zijn er al. Veel warmtepompen kunnen worden aangestuurd op basis van prijsprikkels, signalen over netbelasting of bijvoorbeeld beschikbaarheid van zonnestroom. Hiervoor zijn protocollen als Modbus, EEbus, S2 en Smartgrid-ready in het leven geroepen. In combinatie met energiemanagementsystemen, zonnepanelen en batterijen kan de vraag naar elektriciteit worden verschoven naar momenten waarop er meer transportruimte is op het net.

De uitdaging zit in de praktijk. Het feit dat iets technisch mogelijk is, betekent nog niet dat het ook gebeurt. Volgens een enquête van de Rijksdienst voor Ondernemers onder 1.818 warmtepompeigenaren gebruikt, van de warmtepompeigenaren mét een dynamisch energiecontract, slechts 19 procent een vorm van slimme sturing. Bij de eigenaren zonder dynamisch contract is dit slechts 6 procent.

Volgens Agterberg is het daarom belangrijk dat flexibiliteit niet alleen mogelijk is maar ook actief wordt gefaciliteerd. Daarbij werken financiële prikkels doorgaans beter dan verplichtingen.

Dynamische energietarieven en capaciteitstarieven kunnen daarin een rol spelen, maar moeten zorgvuldig worden ontworpen. Als piekperioden te lang duren, kan het voor huishoudens moeilijk worden om hun warmtepomp uit te schakelen zonder comfortverlies. Dat kan leiden tot hogere kosten en weerstand tegen de technologie.

De kern van het vraagstuk ligt daarmee in systeemintegratie. De warmtepomp moet niet worden gezien als een los apparaat, maar als onderdeel van een breder energiesysteem waarin vraag en aanbod continu op elkaar en op de netcapaciteit worden afgestemd.

Marktontwikkeling: tussen beleid en praktijk

De cijfers uit het trendrapport laten zien dat de warmtepompmarkt zich in een fase van heroriëntatie bevindt. In 2025 groeide de verkoop, maar bleef het geïnstalleerde vermogen stabiel.

Binnen de markt zijn duidelijke verschuivingen zichtbaar. De verkoop van all-electric systemen nam toe, terwijl hybride systemen juist een lichte daling lieten zien, ondanks de politieke focus op deze technologie.

Daarnaast groeit de rol en de impact van luchtluchtwarmtepompen, oftewel airconditioners met verwarmingsfunctie. Wanneer deze worden meegerekend, beschikt inmiddels ongeveer 31 procent van de Nederlandse huishoudens over een vorm van warmtepomptechnologie.

Voor de warmtetransitie betekent dit dat er een aanzienlijk deel van de Nederlandse huishoudens al een manier heeft om hun warmtevraag (deels) te elektrificeren. Met name bij het stijgen van de gasprijs zullen huishoudens er vaker voor kiezen om hun airco te gebruiken voor verwarming in plaats van de centrale verwarming op gas.

Deze ontwikkeling wordt in beleid en modellen nog vaak onderschat, maar heeft potentieel grote gevolgen voor de energievraag en netbelasting.

Een strategische keuze voor Europa

De warmtepomp bevindt zich op het snijvlak van technologie, beleid en geopolitiek. Wat ooit begon als een instrument voor CO₂-reductie, ontwikkelt zich tot een strategische technologie in een veranderend energiesysteem.

De onzekerheid in de markt weerspiegelt een wereld waarin energieprijzen, geopolitiek en beleid steeds sterker met elkaar verweven raken. De recente energiecrises hebben duidelijk gemaakt dat afhankelijkheid van fossiele brandstoffen naast een klimaatprobleem ook een economisch en geopolitiek risico is. In dat licht is het logisch dat de focus verschuift naar elektrificatie en lokale energieopwek.

Dit artikel is onderdeel van het Warmtepomp Trendrapport 2026. Het hele rapport is hier te downloaden: https://www.dutchnewenergy.nl/nationaal-warmtepomp-trendrapport/