Warmtepompen: Efficiëntie, uitdagingen en de toekomst van duurzaam verwarmen
20.04.2026 Lenna van den Haak

In de energietransitie speelt de warmtepomp een steeds prominentere rol. Voor veel huiseigenaren en installateurs is de keuze tussen een volledige elektrische warmtepomp of een hybride variant een complexe afweging, waarbij efficiëntie, comfort, ruimte en financiële aspecten allemaal een rol spelen. Om hier meer inzicht in te krijgen, laten we twee experts van Wasco aan het woord: Bob Lansink, technisch adviseur duurzaam, en Marnix van der Meulen, teamleider van het technische adviesteam.
Wasco, bekend van advies en installatie van duurzame producten zoals warmtepompen, ventilatiesystemen en vloerverwarming, staat midden in de transitie van gas naar duurzame verwarming. “Wij zien dagelijks hoe woningen verschillen in bouwjaar, isolatie en beschikbare ruimte. Dat maakt één standaardoplossing voor iedereen onmogelijk,” zegt Lansink. “Het gaat om maatwerk. De keuze voor een allelectric of hybride warmtepomp moet altijd afgestemd zijn op het individuele huis en de leefgewoonten van de bewoners.”
Wanneer is een all-electric warmtepomp het meest efficiënt?
Volgens de experts is het relatief eenvoudig te bepalen wanneer een volledig elektrische warmtepomp het meest efficiënt is. “Bij nieuwbouw is het eigenlijk altijd all-electric”, stelt van der Meulen. “Er wordt geen gasaansluiting aangelegd, en woningen worden vaak direct ontworpen met goede isolatie en lage-temperatuur afgiftesystemen zoals vloerverwarming. Dat maakt een volledig elektrische oplossing ideaal.”
Bij bestaande woningen ligt het ingewikkelder. Een all-electric warmtepomp kan alleen optimaal werken als het huis goed geïsoleerd is en het warmteafgiftesysteem geschikt is voor lage temperatuur om de pomp efficiënt te laten functioneren. “Het draait om de transmissieberekening”, legt Lansink uit. “Als muren, daken en glas goed geïsoleerd zijn en het afgiftesysteem geschikt is, kan een all-electric warmtepomp prima functioneren. Bij oudere huizen met radiatoren die op hogere temperaturen werken, loopt de efficiëntie echter terug.”
Een bijkomend aandachtspunt is de compatibiliteit met het afgiftesysteem. Vooral vloerverwarming blijkt gunstig: lage temperatuurverwarming sluit goed aan bij de werking van een warmtepomp. “Radiatoren moeten in dat geval vaak worden aangepast of vervangen”, aldus van der Meulen. “Dat kan extra kosten en werk met zich meebrengen, maar het is essentieel voor de efficiëntie.”
De rol van hybride warmtepompen
Niet elke woning is geschikt voor een volledig elektrische oplossing. Daar komt de hybride warmtepomp in beeld, die een deel van de verwarming verzorgt via de warmtepomp op elektriciteit en een gasketel die bijspringt wanneer nodig. “Hybride systemen zijn vaak een realistische tussenstap”, zegt Lansink. “Ze bieden comfort, besparen energie en zijn financieel aantrekkelijker, vooral in oudere woningen of huizen met hoge temperatuur afgiftesystemen.”
Hybride warmtepompen hebben verschillende voordelen. Zo kunnen ze het benodigde warmtepompvermogen halveren omdat de ketel bijspringt in koude periodes. Dit vertaalt zich in een lagere investering, gemiddeld zo’n duizend euro minder dan een volledig elektrische installatie. Bovendien kan het gasverbruik met ongeveer 60 procent worden verlaagd. “Het is een mooie combinatie van comfort en energiebesparing,” aldus van der Meulen. “Voor veel bestaande huizen is het een praktische oplossing totdat de woning volledig gasloos kan worden gemaakt.”
Ruimte en tapwater: technische aandachtspunten
Bij warmtepompen is de opslag van warmte een belangrijk ontwerpaspect. In tegenstelling tot een traditionele cv-ketel, die als doorstroomtoestel werkt, levert een warmtepomp zijn vermogen geleidelijk. Daarom wordt voor tapwater meestal gebruikgemaakt van een voorraadboiler, vaak met een inhoud van circa 200 tot 250 liter.
“Dit is de reden waarom sommige woningen niet geschikt zijn voor een volledig elektrische oplossing”, legt Lansink uit. “In kleine huizen of woningen met beperkte installatieruimte is het lastig om een grote boiler kwijt te kunnen.”
Voor het verwarmingssysteem geldt dat een buffervat niet altijd noodzakelijk is. De noodzaak hangt onder meer af van de waterinhoud (het systeemvolume) van het afgiftesysteem, zoals vloerverwarming of radiatoren.
Bij een klein systeemvolume kan de warmtepomp zijn vermogen onvoldoende kwijt, waardoor deze sneller zijn settemperatuur bereikt en gaat pendelen. Dit kan ook problemen veroorzaken bij processen zoals de ontdooicyclus van lucht/water-warmtepompen, waarbij tijdelijk warmte uit het systeem nodig is.
Een buffervat vergroot in dat geval het systeemvolume en de thermische massa, waardoor de warmtepomp stabieler kan draaien en warmte tijdelijk kan worden opgeslagen zonder directe invloed op de binnentemperatuur. Afhankelijk van de toepassing zijn compacte buffervaten beschikbaar vanaf circa 40 liter.
Verder speelt comfort een rol. Woningen met een groot warmwaterverbruik, bijvoorbeeld meerdere douches of baden, vereisen een grotere boiler om voldoende warm water te kunnen leveren. Hybride systemen kunnen hierin helpen door bij te springen wanneer nodig, waardoor de benodigde boiler kleiner kan blijven.
Financiële overwegingen
Naast de technische aspecten zijn de financiële consequenties een belangrijke factor bij de keuze voor een warmtepomp. “Een hybride warmtepomp is goedkoper in aanschaf dan een volledig elektrische installatie”, zegt van der Meulen. “Je hebt minder vermogen nodig omdat de ketel bijspringt en er is bijna geen aanpassing aan de bestaande installatie noodzakelijk. Daardoor liggen de totale investeringskosten lager, terwijl je toch een flinke reductie in gasverbruik realiseert.”
Het besparen van energiekosten is een extra stimulans. In een goed geïsoleerde woning kan een hybride systeem al snel 60 procent minder gas verbruiken. Een volledig elektrisch systeem zorgt voor nog meer besparingen op de energiekosten. Voor huiseigenaren die hun energierekening willen verlagen zonder grote aanpassingen aan hun woning, biedt dit een aantrekkelijke optie. Lansink benadrukt echter dat het belangrijk is om niet alleen naar de initiële kosten te kijken. “De totale exploitatiekosten over de levensduur van de installatie, inclusief onderhoud en energiebesparing, zijn uiteindelijk leidend.”
Toekomstperspectief: van hybride naar volledig gasloos
Op de lange termijn is het doel duidelijk: alle woningen moeten van het gas af. “Hybride warmtepompen zijn een tussenoplossing”, zegt Lansink. “Ze maken de overstap naar gasloos wonen haalbaar voor veel huizen die nog niet geschikt zijn voor volledig elektrische systemen.”
Toch is de route naar een volledig gasloze samenleving complex. Veel bestaande woningen zijn moeilijk aan te passen vanwege bouwtechnische beperkingen, beperkte ruimte en regelgeving. “Er is een enorme diversiteit in de woningvoorraad,” stelt van der Meulen. “Niet elke woning kan zomaar overgaan op een all-electric systeem. Het vergt maatwerk, kennis en soms ingrijpende aanpassingen zoals betere isolatie of vervanging van radiatoren en leidingwerk.”
De experts benadrukken dat beleid en infrastructuur ook een belangrijke rol spelen. Netcongestie, het vermogen van het elektriciteitsnet om piekbelastingen op te vangen, is een belangrijk aandachtspunt. “Als er te veel elektrische warmtepompen tegelijk aanslaan, kan dat problemen geven voor het net”, legt Lansink uit. “Daarom moeten netbeheerders en beleidsmakers meedenken over de spreiding van installaties en mogelijke alternatieve oplossingen.”
Vervolgstappen en aanbevelingen
Beide experts zien een aantal duidelijke vervolgstappen voor onderzoek en adviesverlening. Ten eerste is het noodzakelijk om dieper in te gaan op isolatiewaarden (R-waardes) die vereist zijn voor een all-electric warmtepomp. “Zonder voldoende isolatie werkt een volledig elektrische oplossing simpelweg niet efficiënt”, benadrukt van der Meulen.
Daarnaast is het nuttig om alternatieve verwarmingsoplossingen verder te onderzoeken. Denk hierbij aan decentrale systemen (warmtenetten) of grondgebonden warmtepompen die minder ruimte innemen en soms beter passen bij bestaande bouw. Ook de interactie met het elektriciteitsnet en mogelijke congestiepunten moet worden meegenomen in het advies. “Het gaat niet alleen om techniek”, zegt Lansink. “Het gaat om het hele ecosysteem: woning, bewoners, energienet en regelgeving.”
“Het is een spannende tijd voor de installatiebranche en voor huiseigenaren”, besluit Lansink. “De techniek is er, de kennis ook, maar het vraagt om een bewuste en goed geplande aanpak. Alleen zo kunnen we de energietransitie succesvol maken.”


























