Europese warmtepompmarkt ondanks voldoende capaciteit onder druk
26.01.2026 Sjoerd Rispens

Warmtepompen vormen een van de belangrijkste duurzame opties om het doel van de EU, om in 2050 aardgasvrij te zijn, te bereiken. In de EU worden nu ongeveer 23 miljoen warmtepompen gebruikt. Waar de verkoop een sterke stijging zag toen Rusland Oekraïne in 2022 binnenviel, is er de laatste jaren een daling te zien. Volgens het rapport Clean Energy Technology Observatory, Heat pumps in the European Union is er voldoende productiecapaciteit om de duurzame doelen voor 2030 te halen, maar zorgen andere drempels voor roet in het eten.
Warmtepompen worden voor zowel de residentiële als de industriële markt inmiddels als een zeer geavanceerde en volwassen technologie gezien. Industriële warmtepompen hebben ook aanzienlijke vooruitgang geboekt, waarbij warmtepompen die onder de 140 graden Celcius goede prestaties leveren. Voor industriële toepassingen die temperaturen tussen 140 en 200 graden Celciuis vereisen, varieren de prestaties nog wat, afhankelijk van de specifieke temperatuur- en capaciteitsvereisten.
De toepassing van warmtepompen voor hoge temperaturen in industriële processen biedt aanzienlijk potentieel, wat verder onderzoek en ontwikkeling noodzakelijk maakt. De kosten voor warmtepompen zijn de afgelopen 10 jaar min of meer constant gebleven, terwijl de efficiëntie is verbeterd. Maar de relatief hoge aanschafkosten van water-water warmtepompen, vergeleken met cv-ketels, vormen een aanzienlijke drempel voor de acceptatie ervan voor veel consumenten.
En uit het rapport wordt duidelijk dat het marktaandeel van warmtepompen in Europa blijft steken. In 2023 groeide de omzet van de warmtepompsector nog wel tot 59 miljard euro, maar die groei was vooral prijsgedreven. Het aantal verkochte systemen stagneerde, en in sommige landen daalde de vraag zelfs scherp na de energiecrisis van 2022.
Duur in aanschaf, goedkoop in gebruik
De belangrijkste reden waardoor de meeste mensen afhaken is de prijs. Neem bijvoorbeeld de lucht-waterwarmtepomp. Voor een eengezinswoning kost die al snel zo’n 10.000 euro, terwijl grondgebonden systemen nog duurder uitvallen. Hoewel warmtepompen in gebruik goedkoper zijn dan gas- of olieketels, schrikt de hoge initiële investering veel huishoudens af.
Wat ook een grote rol speelt is de verhouding tussen de elektriciteits- en gasprijzen. Warmtepompen zijn eigenlijk alleen financieel aantrekkelijk als elektriciteit niet meer dan drie keer zo duur is als gas. In landen als Zweden, Nederland en Portugal is die verhouding al gunstig. In landen als België en Duitsland is elektriciteit juist ruim drie keer zo duur, waardoor warmtepompen op economisch vlak nauwelijks aantrekkelijk zijn om aan te schaffen. Volgens het rapport bepaalt het beleid rond belasting op energie voornamelijk het succes van de warmtepomp, meer dan goede techniek of hoge klimaatambitie.
Wat ook voor problemen zorgt zijn hardnekkige misverstanden rond de warmtepomp, bijvoorbeeld dat ze alleen geschikt zouden zijn voor nieuwbouw of volledig gerenoveerde huizen. Het rapport laat zien dat een aanzienlijk deel van bestaande woningen al beschikt over radiatoren die met lagere aanvoertemperaturen kunnen werken. In veel gevallen volstaan beperkte aanpassingen, zoals betere isolatie of grotere radiatoren.
Voor woningen waar dat lastiger is, bestaan alternatieven zoals hybride systemen of hogetemperatuurwarmtepompen. Maar vooral in appartementen en portfiekflats blijft de toepassing van warmtepompen achter. Minder dan tien procent van de verkochte warmtepompen is krachtig genoeg voor collectieve systemen, terwijl juist daar de grootste klimaatwinst te behalen valt. Technische oplossingen bestaan voor deze huizen, maar juridische en organisatorische barrières, denk aan Verenigingen van Eigenaren, vertragen de uitrol.
Afname van olie
Maar waar volgens het rapport het echte potentieel ligt en dat ook nog onbenut is, is buiten de woningbouw. Warmtepompen kunnen nu al circa 11 procent van de industriële warmtevraag in Europa dekken bij temperaturen onder de 100 graden. Met systemen in ontwikkeling tot 200 à 250 graden loopt dat potentieel op tot meer dan een derde van de industriële warmtevraag.
Een opvallend verschijnsel uit het rapport is dat de afname van olie als verwarmingsbron niet alleen is opgevangen door warmtepompen. Houtverbranding is in Europa sinds 2000 bijna verdubbeld. In Europa staan inmiddels naar schatting 48,5 miljoen houtgestookte apparaten. Waarom zijn die dan zo voordelig? Dat ligt aan de lage prijs en de brede beschikbaarheid van hout, waardoor het een makkelijk en goedkoop alternatief vormt voor huishoudens. Dat houtstook zeer negatieve gevolgen heeft voor het milieu en de luchtkwaliteit lijkt, als je naar de statistieken kijkt, geen grote drempel.
Als de vraag naar warmtepompen aantrekt dient zich nog een ander knelpunt aan, namelijk het grote tekort aan vakmensen. Cijfermatig lijkt het op het eerste gezicht niet heel nijpend, want in de warmtepompsector werken ruim 430.000 mensen, grotendeels als installateurs die ook onderhoud plegen. Maar omdat dit voor het merendeel kleine zelfstandigen zijn is opschaling heel moeilijk en dat is wel nodig. Zonder snelle investeringen in opleiding en organisatie dreigen de Europese klimaatdoelen vast te lopen op een gebrek aan handen, niet aan technologie.
Europese industrie onder druk
Het rapport schetst een ironisch beeld, dat er op het continent voldoende productiecapaciteit aanwezig is. De EU kan jaarlijks ongeveer 7 tot 8 miljoen warmtepompen produceren en dat is genoeg om de doelen voor 2030 te halen. Toch daalde de productiewaarde in 2024 met een derde, doordat fabrieken onderbezet raakten na de vraagdip.
Tegelijkertijd groeit de concurrentie uit China, dat inmiddels wereldmarktleider is, dat zijn ze ook al op het gebied van de productie van zonnepanelen. Europa blijft sterk in hoogwaardige onderdelen en onderzoek, maar dreigt terrein te verliezen bij eindproducten en patenten.
Op technisch vlak zijn er eigenlijk weinig tot geen problemen. Wat ontbreekt is een consistent economisch en politiek kader dat elektriciteit betaalbaar maakt, vakmensen opleidt en consumenten zekerheid biedt.


























