Nieuwe koudemiddelen-certificatie volop in de aandacht
12.02.2026 Evelien Schreurs

Natuurlijke koudemiddelen staan weer volop in de aandacht van installateurs, zo was te zien op de VSK+E-beurs. Niet alleen verschijnen er steeds meer verschillende typen warmtepompen en airco’s met natuurlijke koudemiddelen, ondertussen is het voor installateurs ook tijd om aandacht te besteden aan de nieuwe certificeringseisen.
Op de VSK+E-beurs zijn duidelijk de gevolgen van de F-gassenverordening te zien. Steeds meer stands promoten hun warmtepompen met natuurlijke koudemiddelen, zoals CO2 en ammoniak, maar vooral met propaan als koudemiddel. Dat aanbod wordt ook steeds diverser. Van all-electric monoblocks tot propaanwarmtepompen voor utiliteit en R290 warmtepompboilers.
Dat moet ook wel, want er komen belangrijke veranderingen aan. Al redelijk snel wordt het gebruik van F-gassen afgebouwd. Split-units moeten al koudemiddelen met een Global Warming Potential (GWP) onder de 750 hebben. Per 1 januari 2027 komt er een verbod op het gebruik van F-gassen met een GWP hoger dan 150 in monoblock warmtepompen en airco’s met een vermogen van minder dan 12 kilowatt. Per 1 januari 2035 mogen er helemaal geen F-gassen meer gebruikt worden in split-airco’s en warmtepompen.
Nieuwe opleidingen
Ook was er deze VSK+e-editie veel aandacht voor de certificering voor het werken met natuurlijke koudemiddelen. Het nieuwe certificeringssysteem start namelijk per 30 maart. Daarom is het dit jaar extra belangrijk voor opleiders, brancheverenigingen en certificeringsinstellingen om op de beurs te staan en vragen te beantwoorden van installateurs en monteurs.
Ook werd er gedurende de VSK+e presentaties gehouden over de nieuwe certificeringseisen, de nieuwe wet- en regelgeving omtrent koudemiddelen en een workshop veilig werken met propaan-warmtepompen. Ook was er op de beurs een dagelijks F-gassenspreekuur van de NVKL waar alle vragen over de nieuwe wet- en regelgeving beantwoord werden.
De regelgeving omtrent koudemiddelen is complex. Onder een deel van de bedrijven en installateurs is namelijk nog onduidelijkheid over het nieuwe certificeringssysteem, welke opleiding zij moeten volgen en wanneer.
Een ander deel van de installateurs heeft er in aanloop naar de nieuwe certificeringseisen voor gekozen om nog via het oude systeem een certificaat te halen voor het werken met brandbare koudemiddelen. Hiermee mogen zij nog tot 12 maart 2029 werken. Na die tijd moeten zij wel volgens het nieuwe systeem gecertificeerd zijn, daarmee hebben zij nog zo’n drie jaar om die nieuwe certificaten te behalen.
Omdat veel installateurs en monteurs daarvoor hebben gekozen – de nieuwe opleiding en examen zijn net iets zwaarder dan de huidige – zitten B1 en B2 cursussen vol. Dit zijn de aanvullende cursussen waarmee installateurs die al een F-gassen-certificaat hebben, via een verkort traject ook leren werken met brandbare koudemiddelen. Zelfs met extra ingeplande cursusdagen zijn deze stampvol, en zullen installateurs die nu opgeleid willen worden voor het werken met natuurlijke koudemiddelen, de cursus en examinering volgens het nieuwe systeem moeten volgen.
Opbouw van het hernieuwde certificeringssysteem
A1-certificaat: Werken met F-gassen en koolwaterstoffen zoals propaan en isobutaan
A2-certificaat: Werken met F-gassen en koolwaterstoffen zoals propaan en isobutaan (Tot 3 kg split of tot 6 kg hermetisch gesloten)
B-certificaat: voor werken met CO2 als koudemiddel
C-certificaat: voor werken met ammoniak als koudemiddel
D-certificaat: Alleen terugwinnen F-gassen
E-certificaat: Lekcontrole F-gassen
Voor mensen die al een F-gassen 1 of F-gassen 2 certificaat hebben is een A1-aanvulling of A2-verkort cursus te volgen.
Opvallend is dat de A1 en A2 cursus vrij dicht bij elkaar liggen qua inhoud en examinering. Het verschil tussen de twee is dat met een A2 certificaat gewerkt mag worden tot 3 kilogram aan F-gassen en/of koolwaterstoffen. Met een A1 certificaat mag met alle hoeveelheden gewerkt worden. Die grens van 3 kilogram is redelijk hoog, over het algemeen hebben residentiële warmtepompen ver onder de 3 kilogram aan koudemiddel.
Omdat in de cursussen en examinering dus een redelijk klein verschil zit tussen A1 en A2, is de verwachting dat veel installateurs zullen kiezen voor het A1-certificaat. En dat daarom ook niet alle opleiders de A2-opleiding zullen gaan aanbieden.




























