Productie aardwarmte stijgt maar er is grote onzekerheid over haalbaarheid toekomstige doelen
11.07.2025 Sjoerd Rispens

Binnen de warmtetransitie kunnen vooral de gebouwde omgeving en de glastuinbouw profiteren van aardwarmte. Nederland heeft op dit vlak enkele doelstellingen geformuleerd. De Rijksoverheid zet in op 15 petajoule aan jaarlijkse aardwarmtewinning in 2030 en 80 petajoule in 2050. TNO analyseerde in een rapport hoeveel aardwarmte er in 2024 werd geproduceerd. Daaruit blijkt onder meer dat niet alle doelstellingen gehaald kunnen worden.
Het rapport Aardwarmte in Nederland is een aanvulling op het jaarverslag ‘Delfstoffen en Aardwarmte in Nederland’. In aanvulling op dit jaarverslag publiceerde TNO een rapport met een analyse van de productiecijfers van aardwarmtewinning en een aantal productieprognoses.
In het nieuwe rapport trekt TNO een aantal belangrijke conclusies. Zo is de productie van aardwarmte vorig jaar sterk gegroeid ten opzichte van het jaar ervoor, met 7,491 petajoule. Dat is een stijging van 10,2 procent. Die sterke stijging is vooral te danken aan een toename in operationele uren. Vorig jaar openden eveneens drie nieuwe aardwarmte-installaties, al droegen die volgens de onderzoekers nog niet veel bij. In 2023 was de groei maar 0,5 procent. Dat was juist te wijten stilliggende installaties door onderhoud.
Het onderzoek toont aan dat het doel om in 2030 15 petajoule aan jaarlijkse aardwarmteproductie te hebben, onder de huidige omstandigheden gehaald kan worden. Dat geldt niet voor het doel om in 2050 80 petajoule op jaarlijkse basis te produceren. De onderzoekers hebben hier meerdere scenario’s voor onderzocht en alleen in het meest gunstige scenario kan het doel van 80 petajoule op jaarlijkse basis worden gehaald.
Knelpunten voor de toekomst
De Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE++) is hier van grote invloed op. Deze heeft volgens de onderzoekers duidelijk een positief effect op de productie van aardwarmte, maar de toekomst van de regeling is onzeker. Productieprognoses van de onderzoekers laten zien dat het (tijdelijk) wegvallen of halveren van het budget van de SDE++-subsidieregeling vertragend kan werken op de ontwikkeling van aardwarmteproductie in Nederland. De eerder gepresenteerde Voorjaarsnota laat zien dat de subsidie voor 2026 nog beschikbaar kan worden gesteld, maar daarna is dat hoogst onzeker.
Maar er zijn nog meer knelpunten voor de toekomst. Er zijn onzekerheden over de het aantal installaties dat per jaar gerealiseerd kan worden, dat geldt ook voor de bronvermogens en het verwachte aantal vollassturen. Onzekerheden die hier aan vast zitten zijn netcongestie, stikstofdepositie, het aantal beschikbare boortorens en de complexiteit rond de inzet van aardwarmte in de gebouwde omgeving.