Samenwerking moet kosten warmtepompen in sociale huur halveren
30.04.2026 Sjoerd Rispens

De verduurzaming van sociale huurwoningen kan aanzienlijk goedkoper als partijen zoals woningcorporaties en installateurs nauw samenwerken bij de productie van warmtepompen. Dat was in januari van dit jaar de gedachte bij de ondertekening van het samenwerkingsverband tussen Aedes, Techniek Nederland, en het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met nog vier partijen. Het algemene doel van de samenwerking is dat de kosten van warmtepompen in een groot aantal huurwoningen met de helft omlaag gaan.
“De oorsprong van dit samenwerkingsverband zit hem in twee zaken”, zegt Pierre Hobbelen, lid van het Aedes bestuur en directeur van woningcorporatie Thuisvester. Hobbelen heeft namens Aedes het samenwerkingsverband ondertekend. “We streven met zijn allen naar een aardgasvrije samenleving in 2050, maar daar zitten de nodige hiccups bij. Een volledig gasloosvrije wereld is heel lastig. Algemeen was de gedachte: we kunnen niet op de huidige weg doorgaan. Na overleg met de andere partijen kwam naar voren dat we wilden gaan kijken welke stappen we al wel konden maken in de bestaande huizenvoorraad. Die willen we van (hybride) warmtepompen gaan voorzien.”
“De installatiebranche was daar enthousiast over maar twijfelde wel of het qua aantallen zou lukken”, gaat Hobbelen verder. “En vanuit onze kant, die van de corporaties, was er geen onwil maar waren er wel zorgen over de prijzen. Dus dan kan je twee dingen doen. Het gaat niet door, of we gaan samenwerken zodat de kosten beheerd worden en uit die samenwerking kan dan een positief effect komen waarbij hybride installaties op grote schaal worden toegepast. We hebben met het samenwerkingsverband voor het laatste gekozen. Iedereen die zijn handtekening heeft gezet, deed dat met de volle overtuiging dat dit een succes gaat worden.”
Hoe staat het er intussen voor met de samenwerking? “Momenteel zijn de fabrikanten en installateurs met elkaar aan het praten om te zien hoe zij op een lijn kunnen komen en daar moet een propositie uit komen”, zegt Hobbelen. “Als corporatie bestuurders zitten wij daar niet bij, maar wat ik daarvan verneem is dat het goed loopt. En zolang wij niks horen blijven wij er ook van uit gaan dat alles goed gaat. Wij komen in de tweede helft van het jaar in beeld. Tot nu is de grootste slag die we geslagen hebben dat alle partijen hun handtekening hebben gezet.”
“Bij veel corporaties zijn woningen nog niet geschikt om volledig gasloos te maken”, gaat Hobbelen verder. “Daarom zien we dit als een tussenvariant op weg naar het eindplaatje. We gaan hybride warmtepompen uitrollen en daar veel meters in maken. Persoonlijk denk ik dat alle woningen pas na 2040 volledig gasloos zijn. De propositie die nu gemaakt wordt is alleen maar interessant als je volgend jaar echt aan de slag gaat met de warmtepompen. Dat moeten we dan echt halen en daar werken we naartoe.”
Verschillende reacties op samenwerking
Hoeveel woningen van Thuisvester en in het hele project kunnen er van een warmtepomp worden voorzien? “Echte aantallen zijn nu lastig te noemen, want dat is afhankelijk van de woningtypen”, legt Hobbelen uit. “Sommigen zijn al aangesloten op een warmtenet. En in andere woningen heeft het nog geen zin om een hybride warmtepomp te plaatsen als het energielabel niet goed is. Maar de potentie is alsnog groot.”
Het project moet er voor zorgen dat de kosten voor corporaties en de bewoners betaalbaar blijven. Hobbelen geeft aan dat de kans klein is dat de energierekening uiteindelijk goedkoper zal worden voor bewoners. “Wij zetten er op in om het kostenniveau zoveel mogelijk gelijk te houden. We kunnen de huurder zeker niet met extra kosten gaan belasten. We proberen met het project wel te bereiken dat de initiële koop van een warmtepomp wat hoger ligt, maar de installatie en exploitatiekosten goedkoper zijn.”
Hoe reageren de bewoners van corporaties op het samenwerkingsverband? “Onze bewoners zijn niet in een type samen te vatten”, zegt Hobbelen. “Sommigen zijn met duurzaamheid bezig en die zijn enthousiast, anderen meer met bestaanszekerheid. Wij richten ons in onze dagelijkse praktijk het meeste op de mensen die met bestaanszekerheid bezig zijn.”
“Grof gezegd zien we op sectorniveau dat de groep die meer met bestaanszekerheid bezig is zo’n 50 procent omvat, die zeggen vooral: val me hier op dit moment alsjeblieft niet mee lastig. 40 procent vindt verduurzaming prima, zolang de energierekening niet duurder wordt. 10 procent is ambassadeur en wil actief bijdragen. De negatieve verhalen die we van huurders horen over geluidsoverlast, dat een warmtepomp veel ruimte inneemt, nemen nu af.”
Grootste uitdagingen
“De grootste uitdaging is het krijgen van een goed business model”, zegt Hobbelen. “De centrale verwarming zit al tientallen jaren in ons hoofd en daar hebben we verstand van, nog altijd meer dan de warmtepomp. We moeten uitwerken wat de kosten op langere termijn zijn en hoe we installateurs de juiste hulp geven. We moeten mogelijke kinderziektes eruit gaan halen. Maar ik denk echt dat dit een succes gaat worden. Anders had ik geen handtekening gezet.”

























